‘We proberen voor iedereen wat wils te organiseren’

LANGELO – Eigenlijk zitten Jos Roffel en Alieneke Spijkstra al sinds medio augustus in het pand, maar in het weekend van zeven en acht oktober opent Café Langelo officieel haar deuren. Dit wordt gevierd met coverband Sixpack op een feestelijk avond. Tot die tijd hebben de nieuwe uitbaters van de kroeg hun handen vol aan de verbouwing van de kroeg.
Bij binnenkomst zit Jos op zijn knieën boven het laminaat. Hij is bezig de nieuwe vloer te leggen. De veranderingen in het vroegere café Bralts zijn al goed zichtbaar. De bar is aangepakt en de muren zijn gedecoreerd. Aan de tafel midden in het café, zit Alieneke klaar met de koffie. Terwijl Jos onverstoorbaar doorgaat met het leggen van de houten vloer, vertelt Alieneke: ‘We hebben tot nu toe ieder weekend al wat gehad. Dan zat de biljartclub hier weer of kwamen de klootschieters langs. Vandaar dat we besloten om tijdens de Rodermarkt de deuren gesloten te houden, zodat we meters konden maken met de renovatie.’
Voor de inwoners in Langelo is het goed nieuws dat het café haar deuren weer opent. Café Bralts was een begrip in Langelo en vrijwel het gehele dorp kwam er geregeld. ‘De plattelandsvrouwen, twee biljartclubs, een sjoelclub en een klaverjasclub’, somt Alieneke op. Zomaar een greep uit de verenigingen die hier wekelijks komen. En dan zijn ze de toneelvereniging zelfs nog vergeten. Het verenigingsleven in Langelo is in verhouding tot het aantal inwoners bijzonder groot. Voor Jos en Alieneke komen er dan ook drukke weken aan.
Maar hoe is het stel eigenlijk in de horeca-branche terecht gekomen? Jos, eigenaar van zijn eigen voegbedrijf, haalde in 1993 al zijn horeca papieren. ‘Het is altijd al een droom geweest om een eigen kroeg te beginnen of uitbater te worden van een kroeg. Vorig jaar hoorden wij dat er een uitbater gezocht moest worden voor het café en toen hebben wij hierop gereageerd. Daarna hebben wij een poosje niets meer vernomen, tot we in het voorjaar opeens te horen kregen dat wij de nieuwe uitbaters mochten worden’, zegt Jos. Dat betekende wel dat Jos zijn horeca papieren opnieuw moest halen, want die waren inmiddels verlopen. ‘Sinds het voorjaar zijn wij bezig om ons voor te bereiden op ons nieuwe leven als kroeghouders. We moesten het trouwens nog een tijdje stil houden, maar in een dorp als Langelo gaat zoiets heel snel. Binnen een mum van tijd wist iedereen dat Alieneke en ik de nieuwe uitbaters zouden worden’, vervolgt hij. Op termijn is Jos van plan te stoppen met zijn voegbedrijf. Alieneke, werkzaam in het Martini Ziekenhuis te Groningen, stopt niet. ‘Ik heb het al zo weten te regelen dat ik geen diensten meer draai in het weekend, zodat ik dan hier aan het werk kan. Ik werk nu drie en een halve dag per week in Groningen, de rest van de week kan ik hier aan de slag’, aldus Alieneke.
Ideeën over de kroeg zijn er genoeg. ‘We willen er boven alles een gezellig café van maken. Een mooi terras met terrasverwarming, een ruime keuze uit bieren en wat lekkers bij de koffie en de borrel. Dat zou ons erg leuk lijken’, zegt Alieneke. ‘Thema-avonden lijkt ons ook leuk’, vult Jos haar aan. ‘We zijn al bezig met een Ierse avond en ik zou zelf graag een Hazes-avond  organiseren.’ Daarnaast hoopt het stel een cultureel café te openen. ‘We zijn zelf toneelmensen, dus lijkt het ons erg gaaf als wij hier een aantal keer per jaar een mooi optreden kunnen regelen. Laatst  zagen we al iets van een cabaretgroep en een jazzband, dat soort dingen lijken ons best leuk. Binnenkort beginnen wij hier zelfs met een klaverjascursus, voor hen die het kaartspelletje willen leren. Ook zal er ruimte zijn voor lezingen. We proberen voor iedereen wat wils te organiseren. We willen dat mensen van alle rangen, standen en opleidingen hier gezelligheid kunnen vinden. Dat is het doel’, zegt Alieneke.
Voor de nieuwe uitbaters is het nu zaak om de verbouwing in orde te maken, voor het weekend van zeven oktober. Vandaar dat Jos na de koffie direct weer begint met het leggen van de vloer. ‘Nog even doorwerken tot vanmiddag’, zegt hij. ‘Daarna maar even een kijkje nemen op de Rodermarkt.’