Wethouder Westendorp bezoekt Vluchtelingenwerk Noord-Nederland

 

‘Integratie is een proces van wederzijdse verantwoordelijkheid’

RODEN – Na de zomer zal de Krant starten met een serie over vluchtelingen. Onder de naam ‘Statushouders aan de slag’, heeft de Krant haar krachten gebundeld met fotografen Anne Westerhof en Tieme Dekker. Zij laten zien wat statushouders bezighoudt in het dagelijks leven. Oftewel: waar werken ze en wat voor werkzaamheden voeren zij uit? Voorafgaand aan deze serie, volgden wij Jeroen Westendorp. De kersverse wethouder heeft de Integratie van nieuwkomers in zijn portefeuille en toog afgelopen week naar het pand van Vluchtelingenwerk Noord-Nederland. Daar ontmoette hij een aantal statushouders, volgde hij een les Nederlands en sprak hij uitgebreid met de Krant.
Het is druk op deze donderdagochtend aan de Nijverheidsweg. Er staan weer een aantal taallessen op het programma en de ontvangstruimte zit hierdoor nagenoeg vol. Tussen een groepje vrouwelijke statushouders (getooid met de meest prachtige hoofddoeken) zit Jeroen Westendorp. De kersverse wethouder voelt zich duidelijk thuis in zijn rol. Hij is benaderbaar, legt makkelijk contacten en – ook niet onbelangrijk – heeft plezier in zijnwerk. Even een knikje naar de journalist die zojuist het pand is binnengewandeld, om direct daarna zijn oor weer te luister te leggen bij de statushouders aan tafel. Zo laat één van hen weten behoefte te hebben aan een soort ontmoetingsruimte, waar af en toe bijeenkomsten zouden kunnen worden georganiseerd voor statushouders. Een ander geeft te kennen dat zij thuis weliswaar Arabisch spreken met hun kinderen, maar dat de kinderen zelf niet in het Arabisch kunnen schrijven. Is daar iets aan te doen? Westendorp denkt hardop mee en vraagt de statushouder om eens te inventariseren bij wie er nog meer de behoefte is aan Arabische les. ‘Misschien dat jullie samen iets kunnen opzetten?’, vraagt hij zich af.
Even later zit diezelfde Westendorp in de klas. Aan tafel luistert hij aandacht hoe een groepje van vijf statushouders zinnen verzint met ‘zich verheugen’ in de zin. Dat valt nog niet mee, maar de statushouders doen het goed. ‘Ik verheug mij op dat de wethouder hier’, zegt één van hen. De zin klopt niet helemaal, maar hij kan in ieder geval rekenen op sympathie. Nadat hij tien minuten heeft meegekeken, bedankt wethouder Westendorp de klas. ‘Ik verheug me erop dat jullie een goed cijfer halen’, lacht hij. Het bezoek heeft indruk gemaakt op de goedlachse statushouders, die onder leiding van leraar Bert de les hervatten.
Wanneer Westendorp even later neerploft achter een kop koffie, is de glimlach nog niet van zijn gezicht verdwenen. Het is de eerste kennismaking met Vluchtelingenwerk Noord-Nederland sinds hij wethouder is geworden, maar het lijkt hem goed te bevallen. Bijgestaan door Bob Copper, die namens de gemeente Noordenveld zich al twee jaar bezighoudt met de Integratie van nieuwkomers, begint hij te vertellen. ‘Goede integratie is een wederzijdse verplichting’, stelt Westendorp. ‘Enerzijds moeten de statushouders zich inzetten en initiatief tonen. Anderzijds moet de omgeving ze proberen te helpen.’
‘Een medemens is iedereen, maar een medeburger kun je worden. Als je aandacht voor elkaar hebt en elkaar als ‘naober’ ziet, kun je met elkaar iets moois bereiken. Daar zit die wederzijdse verantwoordelijkheid in’, zegt Westendorp. De nieuwe wethouder kan qua beleid verder gaan op de reeds gebaande paden. Het was Gerrit Alssema die het Jaar van de Vluchteling handen en voeten gaf, om vervolgens GO! Noordenveld (Groet en ontmoet Noordenveld) op te zetten. Onder de vleugels van Jos Huizinga kwam GO! Noordenveld tot een succesvolle uitvoering. Nu Westendorp het stokje overneemt, zal hij zijn focus leggen op het succesvol afronden van het project. Al geeft hij aan dat het project nooit écht af is. ‘Het is een proces dat in gang is en dat ook zal blijven. Goed, GO! Noordenveld ronden wij straks af, maar de werkwijze hiervan zetten we gewoon door.’
Bob Copper houdt zich al ruim twee jaar bezig met het integratie vraagstuk. Dat ontstond in 2015, toen de instroom van ‘nieuwe Noordenvelders’ een hoogtepunt bereikte. Van dichtbij zag hij hoe GO! Noordenveld succesvol werd opgezet. ‘De kracht van het programma is dat we de talenten van statushouders naar voren laten komen. We zijn gericht op zoek naar zinvolle dagbesteding, altijd met de vraag hoe wij statushouders nuttig werk kunnen doen waar ze ook plezier aan hebben’, zegt Copper. ‘Daarbij’, stelt hij, ‘moeten we ook anderen met een afstand tot de arbeidsmarkt niet vergeten. Ook zij willen aan de slag.’
De gemeente moet dus niet álle focus op de opvang van statushouders leggen en dat realiseren Westendorp en Copper zich terdege. ‘Wij willen iedereen, en dan bedoelen we ook écht iedereen, mee laten doen. Iedereen moet mee kunnen doen’, zegt Westendorp. De twee begrijpen echter wel dat er een beeld kan ontstaan dat de gemeente wél alles voor de statushouders doet, maar niet voor mensen met een uitkering of anderen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Daarbij geeft volgens Copper de landelijke politiek soms ook dubbele signalen. ‘Enerzijds verplicht de regering ons jaarlijks vijftig statushouders te huisvesten, anderzijds geven zij aan dat wij geen voorkeurspositie aan de statushouders mogen verlenen. Dat is heel dubbelop’, vindt hij. Maar één ding weet hij wel zeker: ‘In een asielzoekerscentrum integreren nieuwkomers sowieso niet.’
De werkwijze die de gemeente de laatste jaren hanteerde, heeft zijn vruchten afgeworpen. Dat krijgen ze ook van andere gemeenten te horen. ‘Ik hoor wel eens dat anderen naar onze werkwijze kijken. We moeten trots zijn op het traject dat we begonnen zijn’, zegt Westendorp, die direct aangeeft dat er dingen zijn waarin de gemeente nog kan verbeteren. Immers: kritisch kijken is nodig om vooruit te gaan. ‘We mogen wat meer gesprekspartner zijn voor de vrijwilligers. Voor hen die bij de mensen thuis komen, of ze les geven. Als zij ergens  tegenaan lopen, moeten ze naar ons toe kunnen komen’, meent Westendorp. ‘Daarnaast moeten we goed nadenken over hoe we de dienstverlening publieksvriendelijker kunnen maken. Ik heb vandaag nog maar eens gezien hoe belangrijk taal is. Ik vind het prachtig om te zien hoe leergierig de mensen zijn. Als gemeente moet je ze helpen, door in begrijpelijke taal je dienstverlening uit te leggen’, meent hij.
Westendorp merkte in zijn gesprekken met de statushouders dat ze staan te popelen om iets terug te doen. ‘Dat zeggen ze ook allemaal. Ze willen niet alleen van onze cultuur leren, maar ook hun eigen cultuur laten zien. Ze willen iets doen, hun steentje bijdragen. Dat is een goede basis voor integratie.’