Winterbloeiers

In het najaar kom ik vanwege mijn belangstelling voor paddenstoelen af en toe op het kerkhof in Roden. Onder goede omstandigheden valt daar dan best veel te zien. Nu het seizoen voorbij is heb ik er weinig te zoeken. Toch ben ik er afgelopen zaterdag geweest na een bericht van twee dames die op het nieuwe gedeelte van het kerkhof tot hun grote verbazing een boom in bloei zagen staan. U raadt het al, ze wilden graag van me weten welke boom het is.

Het is natuurlijk best bijzonder dat je in zo’n winterse periode bloeiende planten ziet. Heel veel planten kennen tegenwoordig dankzij het zachte winterweer van de laatste jaren een verlengd bloeiseizoen. Tijdens de Eindejaars Plantenjacht (tussen kerst en oud en nieuw) werden in Nederland maar liefst  573 bloeiende plantensoorten gezien. Daarbij waren ook soorten die sowieso in de winterperiode bloeien. Denk maar aan de Winterjasmijn die in het Latijns Jasminum nudiflorum wordt genoemd. Een naaktbloeier, dus een plant die bloeit voordat er blad is gevormd. Een andere zeer bekende is de Forsythia, die daarom wel ’bloeiend hout’ wordt genoemd. Daar wordt de Gele kornoelje ook wel voor uitgemaakt, maar dat klopt niet. Deze heester, die tot de Nederlandse flora wordt gerekend en op de Rode Lijst staat, bloeit in februari/maart. Nog een bekende winterbloeier is de Toverhazelaar (Hamamelis) die vele gekweekte vormen kent. Onze eigen inheemse Hazelaar bloeit nu ook met nietige, rode vrouwelijke bloempjes en mannelijke katjes. Maar veelal zijn het tuinplanten die in deze periode wat kleur in de tuin brengen. Om nog een paar namen te noemen: de Sneeuwbal (Viburnum), Skimmia en tegenwoordig zijn er ook heel veel soorten winterbloeiende heide.

De boom op het kerkhof herkende ik meteen als een Prunus, dus een kers die, net als de appel en peer, tot de Rozenfamilie behoort. Toen was het ook direct heel gemakkelijk er een naam aan te verbinden, want er is maar één soort die het kan zijn: de Winterbloeiende kers (foto). Dat kan een forse boom worden met witte bloempjes van 1,5 cm die in trosjes van 2 tot 5 bijeen staan. Blad vormt deze boom ook pas later in het jaar en dan ontwikkelen zich ook de ca. 1 cm grote purperzwarte kersjes. Op de één of andere wijze worden de bloemen van deze boom in deze periode bestoven. Vorige week vrijdag was ik bij een vriend in Stadskanaal en bezochten we daar een bosje dat Broeklanden wordt genoemd. Dat is een naam die meer voorkomt, bijvoorbeeld tussen Langelo en Lieveren. De naam duidt erop dat het tamelijk vochtige bosjes zijn. Het mooie van dat bosje in Stadskanaal is dat er vorig jaar tijdens een storm nogal wat bomen het loodje legden. Velen gruwen van de slordige aanblik die dat geeft (u weet wel: als het maar netjes is), maar natuurliefhebbers weten dat het allerlei natuurprocessen in gang zet. Als die er op worden losgelaten verteerd uiteindelijk alles weer en komt het als hapklare brokken ter beschikking van de bestaande natuur. Dan heb je het dus over het kringloopverhaal. In dat bosje was trouwens wel wat gefröbeld, want er waren nogal wat bol- en knolgewassen uitgezet. Best een vrolijk gezicht om nu de Sneeuwklokjes en Winterakonieten volop in bloei te zien.

Dick Kramer uit Marum stelde via de website van de Paddenstoelenwerkgroep Noordenveld enkele vragen over slijmzwammen (myxomyceten). Het is een materie waarin ik niet echt thuis ben, maar ik ken wel een specialist op dit gebied. Zij kent de soorten in Nederland (dat zijn er enkele honderden) die veelal moeten worden gemicroscopieerd om ze op naam te brengen. In dit geval betrof het een goed herkenbare soort waarvan Dick zelf al de naam noemde: het Troskalknetje. Het bijzondere aan slijmzwammen is dat ze verschillende stadia kennen voordat er uiteindelijk een bruine sporenmassa wordt gevormd. Het begint met een zogenoemd plasmodium en in die vorm beweegt de zwam zelfs op zoek naar voedsel en daarna worden er bij deze soort van geel naar blauw verkleurende vruchtlichamen gevormd. Met heldere uitleg en fraaie foto’s te zien op de site bij Waarnemingen.