‘Zonder Praothoes geen leven toch?’

Naar elkaar omzien, heel normaal voor vrijwilligers bij De Wiekslag

NORG – Eenzaamheid onder ouderen is een onderwerp wat regelmatig in het nieuws is. Grote steden als Rotterdam vechten tegen dit gegeven; hopen iets van het omzien naar elkaar bij hun stadsbewoners los te maken. In Norg echter is dit geen moeite, een relatief klein verzorgings- en verpleegtehuis als De Wiekslag bouwt juist op een grote en trouwe club vrijwilligers. Onmisbaar voor het personeel, onmisbaar voor de bewoners. Elke dinsdagavond kan deze laatste groep aanschuiven voor koffie en een praotje, gezellig bij ’t Praothoes.

We schrijven dinsdagavond half zeven als het eerste kopje koffie weer wordt ingeschonken. Rondom de grote tafel een grotendeels trouwe club bewoners. Vrijwilligster Emmy Bijlsma zorgt ervoor dat iedereen voorzien is, terwijl vrijwilligster Ria Duine nog even met één van de bewoners wat uit haar kamer ophaalt. ‘Zo is dat niet snel’, komt ze vrolijk weer binnenvallen, terwijl de bewoonster iets verzucht over ‘een heuse wereldreis’ en moeizaam een plekje voor haar rollator zoekt tussen alle andere. De één drinkt zijn koffie, een ander mijmert in het verleden en aan de overkant van de tafel vindt een geanimeerd gesprek plaats. Alle andere avonden van de week brengen de bewoners op hun kamers door, soms met bezoek, veelal met hobby’s of gewoon door vroeg onder de wol te kruipen. Maar deze ene avond in de week komen ze samen en dat bevalt goed.

Inmiddels alweer tien jaar geleden zag ’t Praothoes het levenslicht. Destijds een stuk drukbezochter en met een ietwat andere inslag. “Toen was één van de doelstellingen om de wereld van buiten naar binnen te halen”, vertelt Ria, “maar dat is nu wat naar de achtergrond verdwenen. Er woont hier nu een heel andere doelgroep en dus is het anders communiceren. We hebben het nog wel over de actualiteit of over wat er in de krant staat, maar vaak ook gewoon over het eten of over vroeger.” “Het idee is”, vult Emmy haar aan, “dat de bewoners één avond in de week hun kamer uit kunnen voor een kop koffie en een praatje. Wie wat wil vertellen, vertelt.” Na het tweede kopje koffie komt een borrel op tafel voor wie wil en anders een glaasje fris. Een schaal met kaas en worst vindt ook gretig aftrek. Nieuwe bewoners vinden het vaak makkelijker een plekje dankzij deze dinsdagavond. “Soms is het moeilijk te wennen”, vertelt Ria, “maar dan hebben we het erover. Ook als bewoners verdrietig zijn, zijn we er voor elkaar. Maar”, voegt ze er opgewekt aan toe, “we hoeven elkaar niet in de put te praten. We laten de bewoners vooral zelf hun weg vinden. Wie niet hierheen wil komen, moet dat zelf weten. En het kan ook best zijn dat iemand na één kopje koffie zegt: ‘breng mij maar weg’. Ook dat is prima. Het is denk ik, wel belangrijk dat ze elkaar kunnen ontmoeten. Zonder Praothoes geen leven toch?”, gooit ze de groep in en dat wordt ras beaamd.

Mettje Alberts, werkzaam bij de Wiekslag en onder andere belast met het werk van activiteitenbegeleidster, spreekt trots over de vrijwilligers waar het verzorgings- en verpleegtehuis op kan steunen. “We hebben een heel hecht en heel goed vrijwilligersteam, zonder wie we geen activiteitenpakket kunnen bieden. Voor deze activiteiten moeten we echt voor een groot gedeelte op de vrijwilligers bouwen.” Dit heeft te maken met alle bezuinigingen, maar ook met de veranderende behoeftes van de bewoners. “We hadden eerder natuurlijk een veel groter budget, maar het was toen ook zo dat de mensen hier nog gezond binnen kwamen”, vertelt Mettje. “Je moet nu echt wel behoorlijk wat mankementen hebben om in aanmerking te komen voor een plekje of je moet al huren. En daarom passen we de activiteiten ook meer aan aan het niveau van de mensen. Wij sjoelen bijvoorbeeld op een aangepaste bak die korter en kleiner is en met knikkers, omdat deze minder zwaar zijn. We doen tegenwoordig veel op hersengebied om de mensen bij de dag te houden en we doen nog aan gym, maar dan het merendeel van de oefeningen zittend omdat het anders echt te zwaar wordt. Dingen als groot bloemschikken hoeven we gewoon niet meer te doen. Vrijwilligers zijn onmisbaar, want we hebben heel veel hulp nodig. Denk maar eens aan bingo, dan is er haast één op één iemand nodig om te helpen, want veel bewoners zijn slechtziend, traag of dementerend.” Van eenzaamheid onder de ouderen wil Mettje niet per se spreken. “We merken wel dat als men binnenkomt hier, het echt wel even wennen is. Juist dan stimuleren we ze ook: ‘kom van die kamer af. Eet mee en ga niet alleen achter die aardappels zitten.” Over het algemeen echter heeft ze het idee dat de bewoners tevreden zijn en met plezier wonen in de Wiekslag. “We zijn klein behuisd en hebben een kleine groep, dat kan nadelen hebben, maar een groot voordeel is ook wel weer dat we daardoor veel hechter zijn. En velen komen van oudsher uit dit dorp, dus ze kennen elkaar.”

Ook de aanwezigen bij ’t Praothoes vinden het zonder uitzondering fijn wonen in de Wiekslag. Vrijwilligers Emmy en Ria zorgen er ondertussen vlot en soepel ervoor dat iedereen weer op zijn kamer komt, zodra het tegen achten loopt. Ook zij zien dat men tevreden is in de Wiekslag, zich veilig voelt in het huis en er prettig woont. Handig en snel maken de twee de ruimte weer aan de kan en om kwart over acht zit het er voor hun weer voor een aantal weken op. Met een week of drie à vier zijn ze weer ingeroosterd en schuiven ze weer aan. Met wat voor gevoel ze naar huis gaan? “Nou dan is het eerst eens koffietijd voor mij”, lacht Ria. “Ik doe het graag”, vertelt Emmy over haar vrijwilligerswerk. “De mensen vinden het fijn en dat is genoeg. “Ik zie het eigenlijk als een sociale verplichting”, vindt Ria. “Als je toch alle tijd van de wereld hebt, zonder werk of kleine kinderen, waarom zou je dan niet even een paar uurtjes wat voor een ander kunnen doen. We moeten toch naar elkaar omzien in het leven, toch?”