Bijzondere waarnemingen


Menigeen wil er best een eindje voor rijden om een bijzondere vogel te zien. Sommigen houden lijstjes bij waarop alle vogels die ze hebben waargenomen komen te staan en wordt ergens in Nederland een soort gezien die er nog op ontbreekt dan trekt men er graag op uit om de vogel te scoren. Deze vogelspotters (soortenjagers) worden twitchers genoemd. Een beetje oneerbiedig worden ze ook wel eens uitgemaakt voor ornithomanen.

U begrijpt dat ik daar zelf liever niet voor wil worden uitgemaakt en dus ga ik niet op pad om alweer een bijzondere soort te zien… tenzij het vlakbij is. Zo scharrelde eens een Kleine trap rond in de buurt van het Oostervoortsche Diep ten zuiden van Lieveren. Die pik je uiteraard mee en dat gold ook voor een Waterspreeuw die zich ophield bij de vistrap achter het Sterrebosch bij Roden. Maar lang niet altijd is het nodig om er op uit te trekken om een bijzondere vogel te spotten. Soms komen ze naar je toe en kun je ze in je eigen omgeving, bijvoorbeeld in de tuin, tegenkomen. Dat overkwam Joop Bosch die in de Vijfde Verloting (Gravenmaat) woont waar hij vanuit de woning nog vrij uitzicht op de landerijen heeft. Nog, want er zijn al vergevorderde plannen om ook daar woningen te bouwen. Zo in de periferie van het dorp heb je vanzelfsprekend meer kans op waarnemingen dan in het centrum van het dorp en wat een pre is om vogels te trekken is een vijver. Die heeft Joop en op een dag ontwaarde hij in het ondiepe deel van de vijver een wel heel bijzondere vogel, namelijk een Waterral.

De Waterral (foto: Wies Vink) is een moerasvogel en dus is het niet verwonderlijk dat deze soort goed is vertegenwoordigd in De Onlanden. Daar broeden de laatste jaren ruim 150 paartjes. In mijn eigen telgebied, de oeverlanden bij De Kleibosch (de Zuidermaden) trof ik ze echter nooit, tot vorig jaar toen er een paartje ging broeden. Misschien is het een voorbode dat zich er meer paartjes gaan vestigen. Het gebied is er zonder meer geschikt voor. Het geluid dat de vogel onder meer produceert wordt omschreven als: ”een verscheidenheid van knorrende, kreunende, gillende en snorrende geluiden”. Zelf vind ik het gillende geluid (als een speenvarken) erg karakteristiek. In De Onlanden is het dus een ’gewone’ verschijning, maar dat kan niet worden gezegd wanneer de vogel zich ophoudt in een particulier tuintje, hoewel het aan de rand van het dorp is met waterpartijen in de buurt. Op de vraag van Joop hoe bijzonder de vogel is kon ik dan ook zeggen dat het zonder meer een opzienbarende waarneming is. Overigens is de vogel zeer schuw en hij hoeft maar een kleine beweging te zien en weg is hij.

Afgelopen zaterdag ben ik weer eens samen met mijn vogelvriend en mede-inventariseerder Erick Turksema naar het Fochteloërveen geweest. Dat is in de buurt en uit de omgeving van Ravenswoud werd al langere tijd de Grauwe gors gemeld. Deze voormalige steppebewoner is later een typische cultuurvolger geworden en kwam tot ca. 1975 nog vrij algemeen voor in Nederland. Dan heb je het over pakweg 1500 broedparen. In Zeeland, Limburg, het Rivierengebied en Groningen kwam hij vooral in uiterwaarden en akkergebieden voor. Niet voor niets heet het blad van Avifauna Groningen (opgericht in 1968) De Grauwe Gors, want hij werd gezien als een karakteristieke vogel voor Groningen. Dat is hij nu niet meer. Sterker, op een enkel geval na kun je hem beschouwen als voormalige broedvogel van Nederland. Dat verval zette zich al op het eind van de vorige eeuw in toen er nog maar zo’n 100 broedparen waren. Overigens is het elders geenszins een zeldzame vogel en het broedareaal is zeer uitgestrekt. ’s Winters verzeilen er nog wel eens groepjes in Nederland en daarom wilden we de kans om ze te zien niet laten glippen. Helaas ontdekten we hem niet, hoewel de plek, waar tientallen Geelgorzen vertoefden, bekend was. Maar ach, we scoorden nog wel een Visarend, twee Sperwers, een Havik, vrouwtje Nonnetje, Roodborsttapuit, een Glanskop, hoorden een Kraanvogel en zagen een paartje Raven dat met nestbouw bezig was. En dan die duizenden Toendrarietganzen, Kol- en Grauwe ganzen. Aan vogels geen gebrek.