Lente


Nu de meteorologische lente is begonnen hebben we een heel ander type weer gekregen dan eind februari. Toen was het écht lenteachtig en daarvan is nu geenszins sprake. Sterker, het is een beetje guur, herfstachtig weer en de voorspelling is dat het een echte maartse maart wordt en dat dit weertype de hele maand aanhoudt. Volgende week wordt het zelfs iets kouder en de week erna krijgen we bij een oostelijke wind zelfs nog lagere temperaturen, met ’s nachts (lichte) vorst.

Het zijn voorspellingen, maar die komen tegenwoordig akelig goed uit. Die derde week krijgen we wel de zon weer eens vaker te zien, maar de laatste week van de maand wordt het opnieuw wisselvallig en nog steeds fris. Goed beschouwd is het een weertype dat je mag en kunt verwachten. Die hele mooie, zonnige en ook warme periode in februari was eigenlijk belachelijk. Leuk voor bepaalde ondernemers, maar niet voor de natuur. Er waren al tal van vlinders te zien en ook volop hommels. Dat zijn beestjes die wel weer in de ruststand gaan en die zien we voorlopig niet terug. Dat kan, gezien de voorspelling, wel eens pas gebeuren als april al een eindje op weg is. Er was ook al een Kievit die wilde gaan broeden. Dat was bij het Friese dorp Vegelinsoord en er lagen al drie eieren in het nest. Nooit eerder waren er in februari al kievitseieren gevonden. Als daar jongen van uitkomen krijgen die het zo vroeg in het jaar heel moeilijk, want de insecten die ze dan voor hun ontwikkeling nodig hebben zijn er waarschijnlijk nog niet en guur weer is ook desastreus voor de jonge kuikens. Überhaupt is de beginfase voor jonge dieren altijd een hachelijke periode waarin vele het loodje leggen.

Een andere vroege vogel is de Scholekster die begin vorige weekzijnkarakteristieke ”tepiet tepiet tepiet” liet horen. Met zijn zwartwitte kleed en roep is zijn bijnaam niet voor niets ’bonte piet’. Normaal gesproken verschijnen ze pas een maand later, maar nu waren ze al op diverse locaties aanwezig. Bij mij in de buurt broedt jaarlijks een paartje op het platte dak van zorginstelling De Hullen (in Roden) en dat doen ze op veel meer plekken in Roden en wellicht ook bij u in de buurt. De bulk van de broedparen in Nederland vind je op de kwelders van het Waddengebied, op de eilanden en langs de kust. Vandaaruit vond in het begin van de vorige eeuw een uitbreiding van het broedareaal landinwaarts plaats en kwamen ze op een gegeven moment in bijna geheel Nederland voor. Natuurlijk niet op de hogere zandgronden zoals de Veluwe en Sallandse heuvelrug waar ze niets te zoeken hebben en ook niet in Zuid-Limburg. In de glorietijd broedden er meer dan 100.000 paartjes in Nederland, maar inmiddels is de populatie gekelderd tot pakweg 40.000 paar, waarvan er hooguit 2000 in stedelijk gebied broeden. In de landbouwgebieden hoef je ze nu niet meer te zoeken en de oorzaak, hetgeen ook geldt voor andere weidevogels, is bekend. Het zijn ’woestijnen’ geworden met een (te) laag grondwaterpeil, waar eentonigheid (Engels raaigras) regel is en waar je dus niet de noodzakelijke bloemetjes en bijtjes kunt verwachten.

Frappant is het daarom dat ik, ondanks dat dit feit bij eenieder bekend is, een ander geluid hoorde. Dat was afgelopen donderdagavond in Peize waar ik na de jaarlijkse algemene ledenvergadering van de plaatselijke IVN-afdeling een lezing mocht verzorgen. Ik was iets te vroeg en mocht aanschuiven terwijl de rondvraag plaatsvond. Eén van de leden waarschuwde dat er bijna geen weidevogels meer zijn en hij wist ook de oorzaak van het waarom: de Vos. Meneer zou beter moeten weten, maar ja, hij is naast boer ook jager. En om de hand in eigen boezem te steken is kennelijk teveel gevraagd. Het zijn onverbeterlijke lieden die steeds maar weer met hetzelfde liedje komen en gemakshalve ’vergeten’ dat er wel twintig andere natuurlijke vijanden zijn. Maar de hoofddader, de moderne landbouw, in feite hijzelf, werd niet genoemd. Nou werd er op zijn melding totaal niet gereageerd en zelf heb ik ook zoiets van ”laat maar lullen” en je hoopt dat dit soort lieden met achterhaalde ideeën tot een uitstervend ras behoort. Liever dat dan de Scholekster kwijt, waarvan u een vrolijke foto ziet die Trienke Tijseling uit Zevenhuizen maakte.