9-jarigen en de gevreesde stereoprik


Lachen als een boer met kiespijn in twee delen

RODEN – Denk je dat je groot bent. Al negen jaar immers. Moet je tóch weer (of toch nog) een prik. Twee zelfs. Dinsdag was sporthal de Hullen dé plek die 9-jarigen liever gemeden hadden. Daar namelijk kregen ze de stereoprik, ook wel de cola-sinasprik genoemd. In beide armen een inenting, vrijwel tegelijk. Een prik die pijn doet en die je ook wel even voelde na afloop. ‘Het brandt’, zegt Cloey. Ze was sterk, maar eenmaal op de stoel en geflankeerd door twee vrouwen met injectienaald in de hand, werd het haar toch wat teveel.

Al weken hadden ze het er over, de 9-jarigen. Die prik. Tegelijk. Een in de linker- de ander in de rechterarm. Tegelijk. Stereo dus. Boem. Hoewel stereoprik of cola- sinasprik nog wel aantrekkelijk en leuk klinkt, gaat het om twee injecties in de Hullen dinsdagmiddag, die in werkelijkheid de BMR-prik en de DTP- prik heten. Het moet kinderen behoeden voor de bof, mazelen, rodehond, difterie, tetanus en polio. Een geruststellende gedachte voor de ouders- ion hoofdzaak moeders- die met hun zoon of dochter naar de Hullen kwamen, dinsdagmiddag. Wat opviel was dat de pas steeds meer in vaart afnam. De weg naar de schuifdeur van het sportcentrum werd nog ‘gewoon’ gelopen, hoe dichter hal B genaderd werd, hoe trager er gelopen werd. Eerst maar eens melden bij de balie. Papieren bekijken en invullen. Treuzelen. Dan wacht nog een tafel waaraan twee vrouwen zitten. Ze proberen de kinderen een hart onder de riem te steken. Veel helpt dat niet, helemaal als ze – eenmaal in de rij voor de prikken- klasgenootjes horen huilen. In de deuropening zit een moeder met haar dochter. Ontroostbaar is ze. Overal pijn. Ze snikt het uit. Komt minutenlang niet uit haar woorden.

Het tafereeltje zorgt voor angst bij de wachtende kinderen. Huilen maakt indruk, hoewel het gros de injecties lijdzaam ondergaat. Ze kijken noch op, noch om. Cloey staat ondertussen vooraan. Slechts wat pillonen scheiden haar nog van de tafel met prikgrage vrouwen. Ze maakt de armpjes alvast vrij. Niet helemaal overigens, want ze draagt vandaag geen hemd. En ze is al negen en dus hoeft niet iedereen haar blote buikje te zien. Ze staat rechtop en kijkt. Ze ziet een jongen lachen. Ze voelt zich sterk. Kinderen mogen bij hun vader of moeder op schoot, gezicht richting muur, niet richting ingang. Van de stoere meid van negen is ondertussen weinig meer over. De twee dames tikken met hun vingers tegen de injectienaald en zijn er wel klaar voor: lopende band werk. Het huilen begint een beetje. Er is verkramping. Lastig, want de arm moet juist ontspannen hangen. Dan is het zover en worden beide injecties – de cola en de sinas- tegelijk toegediend. Even schrik, een pleister, shirt weer goed aan en klaar. Tranen worden gedroogd, slechts een klein pleistertje herinnert aan de ingrijpende gebeurtenis van nog geen halve minuut geleden. Het zit er op. Over drie jaar hoeft ze pas weer. Dat duurt nog eeuwen dus. ‘Het brandt’, zegt Cloey nog maar een keer, de rol van slechtoffer bevalt de kinderen vaak wel even. Opzichtig houdt ze de armen strak, als blijk van wat ze net heeft moeten doorstaan. ‘Van deze prikken word je toch ziek?’ vraagt ze naar de bekende weg. Dat kan inderdaad, want de stereoprik staat niet bekend als de meest plezierige prik die er is. Veel kinderen worden er niet meteen fitter van. Ze kunnen een zere arm (of twee) aan dit trauma overhouden, net als een rode plek, een grieperig gevoel en verhoging. Cloey laat zich vertroetelen, zoveel is al zeker. Nog niet in de auto of ze voelt al iets van koorts en pijn bij de arm.

‘In totaal krijgen driehonderd kinderen van negen jaar vandaag deze prikken’, zegt een mevrouw van GGZ. ‘Daarna krijgen we nog een minder grote groep 12-jarige meisjes. Het moet even. Het is meer de schrik dan de daadwerkelijke pijn die de kinderen parten speelt. En koorts en een zere arm? Het komt voor, maar doorgaans valt het echt wel mee.’

Cloey zit ondertussen bij de Italiaan. Ze likt aan een ijsje. Citroensmaak. Al een paar minuten is het woord prik niet gevallen en de arm beweegt dus soepel langs het lichaam. Pas later, het ijsje is op, staat de arm weer strak. Voelt ze toch wel weer wat. Ze heeft recht op vertroeteling vandaag. Maar: stoer is ze ook. Ze heeft de prik der prikken gehad. ‘Stelde niets voor’, zal ze volgend jaar zeggen tegen meisjes en jongens die dan naar de Hullen moeten. ‘Ik heb er toen echt niets van vernomen.’