Noordenvelders; Armein Sikkenga

Als spruit uit een heus onderwijsnest, mag het geen verrassing heten dat Armein Sikkenga ook zelf nu voor de klas staat. Althans, voor de klas stond. Want de 37-jarige Roner is momenteel aan huis gekluisterd en probeert slechts op afstand zijn groep 8 oefenstof aan te reiken. ‘Het is onwerkelijk en heel vervelend. Iedereen begrijpt waarom we dit doen, maar leuk is het niet.’

Veel stiller dan op donderdagochtend 26 maart zal het niet vaak geweest zijn op Het Valkhof in Roden. Armein staat in het keukentje naast de lerarenkamer koffie in te schenken. Met een collega bespreekt hij de bizarre situatie, die ervoor zorgt dat beide heren ook thuis leraar zijn. Zijn eigen leerlingen krijgen van Armein iedere zondag een weektaak, zo vertelt hij even later. ‘Dat werkt op zich prima. Het gaat dan vooral om herhaling. Nieuwe stof willen we zelf blijven aanreiken. Maar de vraag is wanneer dat weer kan.’

Voor de leerlingen die les krijgen van Armein zou de mooiste periode van het jaar moeten aanbreken. ‘Zij zitten in de voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Nu de CITO-toets wegvalt, neemt de motivatie ook af. Op 28 juni vindt de eindmusical plaats. Er wordt al flink overlegd wat we daarmee gaan doen. Het zou heel sneu zijn als die niet door kon gaan.’

Al zestien jaar zit Armein nu in het onderwijs, al raadde zijn ouders hem het beroep niet direct aan. ‘Ik gaf aan dat ik graag met kinderen wilde werken, waarop zij mij meldden dat er meer is dan het onderwijs. Ze raadden het me niet aan, maar hebben het ook niet tegen gehouden.’ En dus trad hij in de voetsporen van zijn ouders. Zijn vader gaf les in Roderesch, Nieuw-Roden en Roden. Moeder was heel lang kleuterjuf en werkte later nog op een school voor asielzoekers en in Roderwolde.

Armein begon in Nietap, alwaar hij acht jaar les gaf. ‘En nu zit ik al acht jaar op Het Valkhof. Ik geef de groep 8 les, dat vind ik het mooiste. Aan het begin deed ik ook nog de kleuters. Eén keer per week was dat. Het was de meest vermoeiende dag van de week voor mij’, lacht Armein. ‘Ik werk toch liever met de wat oudere leerlingen. Op de PABO was ik soms bezig met het vouwen van kikkers. Ik weet niet of dat motiverend werkt voor jongens die het onderwijs in willen. Tegenwoordig schijnt dat al niet meer te hoeven. Ik hoop dat er hierdoor meer mannen bijkomen in het onderwijs.’

Naast zijn schoolleven heeft Armein altijd middenin de samenleving gestaan. Bij VV Roden kennen ze hem bijvoorbeeld goed. Eerst als laatste man die als 22-jarige moest stoppen vanwege een gescheurde kruisband en een versleten heup, later als trainer van de jeugd en jeugdcoördinator. ‘Ik ben iemand die houdt van het sociale contact. Ik mag graag wat voor het verenigingsleven doen. En omdat ik toch veel op de club was, heb ik mij hier altijd voor in gezet. Het geeft mij voldoening.’

Sinds twee jaar is Armein dan ook raadslid namens Gemeentebelangen. Hij houdt zich binnen de fractie bezig met sport- en sportaccommodaties, kunst en cultuur, dorpskern Nieuw-Roden en recreatie en toerisme. Daarnaast bezit hij nog een seizoenkaart voor FC Groningen. ‘Met zes jongens hebben we sinds de opening van de Euroborg een seizoenkaart. We zitten op vak D, achter het doel. Ik moet toegeven dat wedstrijden regelmatig niet om aan te gluren zijn. Dat we dan met z’n zessen die kant op gaan, maakt het nog leuk. Vaak ga je meer voor de gezelligheid dan voor de wedstrijd.’

Ondertussen is Armein nog druk bezig met een verhuizing. ‘Op 9 april krijgen we de sleutels van onze nieuwe woning. Momenteel leven we tussen de dozen, waardoor het lastig is om thuis les te geven.’ Armein heeft twee kinderen die nu allebei thuis voor school bezig moeten. ‘Ik heb een didactische achtergrond, maar snap heel goed dat het voor mensen een lastige situatie is. Het valt niet mee.’

Het allerliefst ziet de leraar in hart en nieren dan ook dat alle kinderen weer naar school gaan. ‘Er is niets mooier dan op school lesgeven. De situatie zoals die nu is, is onwerkelijk. Maar’, zo voegt hij toe, ‘er zijn groepen voor wie deze situatie nog veel vervelender is. Denk aan de ondernemers, de zzp’ers en alle kwetsbaren in onze samenleving.’