Brand ten tijde van coronacrisis
Hartverwarmende steun na brand administratiekantoor: ‘Zoiets komt nooit uit’
RODEN – Op zondagochtend 15 maart brandde pizzeria La Milano aan het Julianaplein in Roden helemaal af. Ook het pand van Administratiekantoor JH Ensing leed ernstige schade. In een tijd waarin ondernemers al zoveel aan hun hoofd hebben, zitten Jan en René Ensing nu ook met een half afgebrand pand. Toch zitten ze niet bij de pakken neer. ‘Het is ergerlijk’, stelt Jan. ‘Maar je ziet ook de mooie kanten van de mensen om je heen. De schouderklopjes, het mailtje en het boeketje bloemen: we krijgen veel steun.’
Zondagochtend, rond zes uur. René krijgt een rookmelding van het pand aan het Julianaplein. ‘Meteen belde ik de brandweer en vloog ik zelf die kant op. Toen ik daar kwam, waren de brandweerlieden al druk bezig. “We proberen jullie pand te redden”, kreeg ik te verstaan. Het was een bizar gezicht.’ Ook Jan werd gebeld en kwam naar het kantoor. ‘De officier van dienst hield ons constant op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Vanuit een hoogwerker probeerde men steeds water op het pand te spuiten, zodat niet alles zou afbranden. Op den duur leek het kantoor op een overdekt zwembad.’ René: ‘Je zit op zo’n moment in een roes. Je vraagt je steeds af wat er gebeurt en ziet ondertussen de ravage.’
Het is anderhalf week later als Jan en René hun verhaal doen aan de Vrijheidslaan. Jan werkt vanuit huis, iets wat hij jarenlang heeft gedaan. René is dagelijks nog wel een paar uurtjes op kantoor, waar men de regels omtrent het coronavirus nauwlettend volgt. ‘We vragen mensen zoveel mogelijk hun spullen door de brievenbus aan te leveren. We hebben veel klanten die even aankwamen, een praatje maakten of een kop koffie drinken. De drempel is altijd heel laag bij ons, maar dat is nu niet verantwoord. Hoe graag we het ook zouden willen, want dat contact maakt het werk juist zo leuk. Dat bakje koffie zit er nu even niet in. Dat moet later maar weer eens.’
Het coronavirus beperkt het contact met klanten dus tot een minimum. Bovendien is de ‘pizzeriakant’ van het kantoor in vlammen opgegaan. Ook de computers waren niet te redden. ‘Alle belangrijke documenten bewaren we in een kluis’, legt Jan uit. ‘Dat is dus allemaal gelukkig bewaard gebleven. Maar het is even lastig zo zonder computers.’
Toch gingen vader en zoon zo snel mogelijk weer aan het werk. ‘Het is allemaal nog wat beperkt vergeleken met wat we anders rond deze tijd doen’, zegt René. ‘We nemen vooral wat documenten van klanten in ontvangst. Dit is vaak een drukke periode voor ons, dus we blijven zeker alles aannemen. Maar de deur van ons kantoor blijft op slot. Alles gaat via de brievenbus. Het is even niet anders. Tot en met mei is het hier altijd druk en we zitten nu ook met de coronacrisis, dus het komt heel slecht uit. Maar goed; een brand komt natuurlijk nooit goed uit. Het belangrijkste voor onze klanten is dat zij hun “spullen” gewoon bij ons kwijt kunnen.’
Het administratiekantoor is dus gewoon bereikbaar en operationeel. Over de totale schade valt nog weinig te zeggen. ‘Achter de schermen werkt men heel hard’, weet Jan. ‘Er is een contraexpert aan het kijken. Een man met veel expertise, dat kon je zo merken. We zullen binnenkort wel horen hoe het ervoor staat.’

Steun

‘Hartverwarmend’, zo noemen Jan en René de steun die ze van alle kanten hebben mogen ontvangen. ‘Dat begon al op de zondagochtend zelf’, zegt Jan. ‘We kregen koffie aangeboden door onze overburen en men vroeg meteen of ze iets voor ons konden doen.’ René: ‘Iedereen steekt je een hart onder de riem, ook mensen van wie je het niet meteen verwacht.’ Jan beaamt dat. ‘Er zijn veel mensen die je even aanklampen en hun steun uitspreken. We zijn hen heel dankbaar. Zo kreeg ik vanuit de fractie en het bestuur van Gemeentebelangen een prachtig boeket. Zoiets doet je wel wat.’