Albert Eising neemt afscheid als directeur van OPON

‘Wat ik doe is niet belangrijk. Het gaat om de kinderen.’

NOORDENVELD – Per 1 september 2019 is Albert Eising niet langer algemeen directeur van Openbaar Primair Onderwijs Noordenveld (OPON). Na achttien jaar aan het hoofd van deze stichting te hebben gestaan, wordt het tijd voor een terugblik. ‘Alles wat ik doe is niet zo belangrijk. Ik schep slechts randvoorwaarden zodat de onderwijzers hun werk goed kunnen doen.’

Albert is in een goede bui. Terwijl zijn collega’s aan de koffie en thee zitten, wandelt hij richting de grote vergaderruimte van het pand aan de Groene Zoom te Roden. Hij oogt relaxt en zelfverzekerd. Dat mag je ook verwachten van iemand die bijna van zijn pensioen gaat genieten. Albert weet dat hij een gezonde organisatie achterlaat. En dat is – zo benadrukt hij – zeker niet enkel aan hem te wijden. ‘Het is veel meer te wijden aan het team. Een hecht team met goede mensen.’

Hij begon in 2001, vlak na de gemeentelijke herindeling van Roden, Peize en Norg. ‘Ik was daarvoor directeur bij OBS de Hekakker. Hoe ik in het onderwijs verzeild raakte? Nu wil je zeker horen dat het een soort roeping was? Haha, nee hoor. Ik ben er eigenlijk gewoon ingerold. Ik studeerde economie, maar heb iets met mensen. Vandaar dat ik de pedagogische opleiding ben gaan doen. Onderwijs is mensenwerk en ik voelde mij er snel in thuis.’

Wanneer het over zijn functie bij OPON gaat, schiet Albert in de rol van een bescheiden bestuurder. ‘Wat ik doe, is niet belangrijk. Het gaat om de kinderen.’ Hij wijst naar de muur achter zich, waarop blije kinderen een gat in de lucht springen. ‘Het echte werk wordt bovendien gedaan door de leerkrachten. Ik schep slechts de randvoorwaarden zodat zij hun werk goed kunnen doen.’

Noordenveld is één van de vijf gemeenten in Nederland die het onderwijs nog in eigen beheer heeft. ‘Of dat een voordeel is? Dat weet ik niet. Ik voel geen voor- of nadelen. Er zijn voorbeelden dat verzelfstandiging van het onderwijs negatief uitpakt. Toch voorspel ik dat ook het onderwijs in Noordenveld op termijn zal gaan verzelfstandigen. Momenteel is daar nog geen reden toe geweest. De onderlinge band met de gemeente is uitstekend. Alex Wekema is als wethouder feitelijk mijn baas, maar onderling is er veel vertrouwen. Noordenveld heeft nog geen reden gehad om het onderwijs anders aan te pakken, maar als je nagaat dat wij één van de vijf gemeenten zijn in Nederland die het nog zo doet, dan is het haast onvermijdelijk dat ook Noordenveld verzelfstandigd.’

Door de jaren heen heeft Albert het onderwijs zien veranderen. Al 43 jaar slijt hij zijn dagen tussen schoolmuren. Over toenemende werkdruk en administratielast wordt tegenwoordig veel gesproken. Maar Eising vindt niet eens dat er veel veranderd is. ‘De administratie en de werkdruk… Tja, dat is er eigenlijk altijd al geweest. Het is wel zo dat de taak van scholen steeds breder wordt. Kampt een wijk met overlast van hangjongeren, dan wordt er vaak gezegd dat de school hier iets aan moet doen. Al snel wordt gewezen naar de scholen, waardoor hun takenpakket steeds groter wordt. Je moet niet alles op het bordje van scholen willen schuiven.’

Niet alleen de scholen krijgen een steeds omvangrijker takenpakket, ook kinderen krijgen het drukker, zo stelt Eising. ‘De maatschappij verandert. Kinderen zijn kinderen, dat verschilt in niets van vroeger, maar kinderen hebben het drukker gekregen. De prestatiedrang ligt hoger. Kinderen moeten van alles. Naast school hebben ze vaak nog vier of vijf activiteiten. Daarnaast moeten ze presteren, terwijl ik juist vind dat ouders meer naar het welzijn van de kinderen moeten kijken. Hoe zitten ze in hun vel? Het aantal scheidingen is door de jaren flink toegenomen. Kinderen belanden hierdoor vaak tussen wal en schip. Daar moet meer aandacht voor komen.’

Terugkijkend op zijn achttien jaar als algemeen directeur van OPON, overheerst vooral trots. ‘Toen ik in 2001 werd aangesteld, was het onderwijs in Roden, Peize en Norg nog verschillend georganiseerd. De managementstructuur veranderde. OPON had twee taken: die structuur aanbrengen voor de hele gemeente Noordenveld en ervoor zorgen dat de stichting zichzelf kon bedruipen. Daarnaast moest de kwaliteit goed zijn. Daar hadden de leerlingen in Noordenveld nu eenmaal recht op.’

Uitdagingen waren er genoeg in het onderwijs. Krimpende leerlingenaantallen bijvoorbeeld. ‘Die krimp heb je in veel gemeenten. Er worden gewoon minder kinderen geboren. Hierdoor moesten wij ook naar minder personeel. Ik ben blij dat we dat zoveel mogelijk op natuurlijk verloop hebben kunnen doen.’ Er gingen echter op den duur zoveel leerkrachten met pensioen, dat er even een personeelstekort dreigde. Ook dat werd snel ondervangen. ‘We hebben veel stageplekken gecreëerd. Op die manier konden wij de beste stagiairs later een passende baan aanbieden. Zo hebben we aan de voorkant dat probleem getackled.’

De komende jaren liggen er nog genoeg uitdagingen voor OPON. ‘Op termijn zal er een intensievere samenwerking tussen de kinderopvang plaatsvinden. We hebben ook net een nieuw beleidsplan gepresenteerd, waarin onder andere muziek een betere rol zal krijgen. Wetenschap en techniek krijgt ook een plek in het basisonderwijs. En dan zijn er natuurlijk nog een aantal nieuwbouwprojecten. Maar het allerbelangrijkst blijft de kwaliteit van het lesgeven. Dat zal altijd zo blijven.’

De Marke

De plotselinge sluiting van OBS de Marke was in december 2018 hét nieuws binnen de gemeente Noordenveld. Er moest onder stoom en kokend water een nieuw onderdak worden gevonden voor 260 leerlingen. ‘We zijn acuut bij elkaar gaan zitten. Het was duidelijk dat de school per direct moest sluiten. De vraag was alleen: hoe zorgen we ervoor dat de kinderen geen dagen missen. Dat was een uitdaging, maar mede door de goede samenwerking met de gemeente, Jan Louwes in het bijzonder, is dat allemaal goed gekomen. Iemand zei ooit tegen mij: “als het spannend wordt, ben jij op je best”. Dat klopt denk ik wel. Ik ben geen twijfelaar. In deze situatie kon dat ook niet. We moesten keuzes maken en gaan. Er was geen Plan B, slechts een Plan A. Toen mij op de informatieavond werd gevraagd of er een Plan B was, was ik eerlijk. “Nee, er is geen Plan B. Maar dat is ook niet nodig. We gaan Plan A gewoon doen.’

Gerust hart

Binnenkort is het dus gedaan voor Albert. Hem wacht zijn pensioen. ‘Ik ga het niet missen. Twee jaar geleden had ik al bedacht dat ik nu zou stoppen. Ik vind het wel goed zo. Ik heb nog nooit een lijkwagen gezien die een brandkast erachter aan sleepte. Daarnaast hoef ik mij thuis niet te vervelen.’ Zijn opvolger, Han Sijbring, heeft hij reeds leren kennen. ‘Dat wordt een prima opvolger’, zegt Albert stellig. ‘Het is een goede jongen met de juiste ervaring. Ik heb daar de grootste vertrouwen in.’ In maart van dit jaar kreeg Albert nog een groot compliment van de inspectie, die hem mededeelde dat de kwaliteit van de scholen in de afgelopen achttien jaar flink verbeterd is. ‘Dat geeft mij een goed gevoel. De kwaliteit was in 2001 al goed, maar we zijn nóg beter geworden. En als ik eerlijk ben, hoort dat in deze gemeente ook zo. Het kan niet zo zijn dat Noordenveld slecht onderwijs heeft. Dat kán gewoon niet.’

Een goede opvolger, een hecht en sterk team en een uitstekend financieel uitgangspunt: Albert kan met een gerust hart met pensioen. ‘Ik heb het al een paar keer gezegd, maar ik ben ontzettend trots op deze organisatie en vooral op de mensen binnen de organisatie. De leerkrachten, de mensen hier op kantoor, de gemeente: we doen het allemaal samen.’