Albert Lunsche

Norg MMH albert Lunche

Functie: Voorzitter Volmachten Boermarke Oosteinde, Norg

“Het begrip ‘boermarke’ is al eeuwenoud. Het wordt voor het eerst genoemd in de dertiende eeuw, toen de Germanen een vaste vestigingsplaats zochten dat als gezamenlijk eigendom werd beschouwd. Dat kreeg dan de naam Marke, wat ‘grens’ betekent. In overleg met de boeren uit de verschillende nederzettingen werden die grenzen vastgelegd en doorgaans ook gerespecteerd. De erven en zandwegen rond de boerderijen en akkers waren particulier bezit en de eigenaren vormden daarmee gezamenlijk een marke. Hun aandeel daarin werd – en wordt – waardeel genoemd. Aan de hand van het aantal waardelen dat men bezat mocht men bomen kappen, plaggen steken en vee laten weiden op de markegronden. Boermarken zijn dan ook veel ouder dan later door Napoleon ingestelde gemeenten, die nu veel taken van een boermarke hebben overgenomen. Maar boermarken bestaan, vooral ook uit historische gronden, nog steeds. En terecht. Hun waardeelhouders – ‘aandeelhouders’ in modernere termen – hebben zich in de voormalige gemeente Norg verenigd in twee boermarken. Oosteinde, waarvan ik voorzitter ben, die globaal gesproken de zuid-oostkant beheert en Westeinde voor de noord-west hoek. Wij als waardeelhouders onderhouden nog steeds gezamenlijk de zandwegen in ‘ons’ gebied en we verpachten onze gronden bijvoorbeeld aan plaatselijke jagers. De verdiensten daaruit komen in een gezamenlijke pot, waaruit onderhoudswerkzaamheden worden bekostigd. Als Boermarke zijn we ook organisator van de Norgermarkten, maar die kalven steeds verder af wat de aanvoer van paarden en pony’s betreft. Dat is overigens een teken van deze tijd; vroeger was het paard een, laat ik het wat oneerbiedig zeggen, ‘landbouwwerktuig’. Nu zijn het vooral hobby-isten die een paard hebben; zij handelen veel via moderne kanalen zoals internet. De marktinkomsten worden voor ons dus steeds minder en ik persoonlijk betwijfel of je die echt via een gemeentelijke premie kunt stimuleren. Feit blijft, dat de inkomsten steeds minder worden. We moeten proberen om andere financiële bronnen aan te boren. Want het zou echt een verschraling zijn, als boermarken zouden verdwijnen. We hebben een bestuur dat uit ‘volmachten’ bestaat; ik ben daarvan de voorzitter maar het échte werk wordt verricht door Rudy Rijks, onze secretaris/penningmeester. En dat vooral wil ik hier graag even vermeld zien.”