Albertsbaan: Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald?

De Zeepkist

Even dit vooropgesteld: Ik schrijf dit verhaaltje – bedoeld als ingezonden stuk dus voor de rubriek de Zeepkist – als individu. En niet als medewerker van De Krant. Dús moet ik nog maar afwachten of de redactie, die ik niet te voren heb ingelicht, dit stuk ook plaatst. Misschien denk ik wel veel te simpel.

Maar het moet me van het hart, dat het door journalist Vincent Muskee gecomponeerde verhaal over de laatst – althans voor niet ingewijden als ondergetekende – bekend geworden gegevens over de al-dan-niet inkrimping van parkeerplaatsen op de te reconstrueren Albertsbaan me nóg meer dan voorheen het geval was, de ogen heeft geopend. Veel kennelijke would-be deskundigen heeft de speciaal benoemde ‘renovatiecommissie’ al à raison van enkele, misschien wel tientallen duizenden, euro’s aan honorarium laten opdraven. De een zei dit, de ander dat. Maar een (kennelijk?) echte deskundige die de ‘waarde’ van parkeerplaatsen voor publiek en plaatselijke middenstand kan beoordelen, zat er niet tussen. Totdat – en als ik het goed begrijp NIET op kosten van de gemeente – ‘een erkende en gerespecteerde verkeersdeskundige’(citaat uit De Krant van vorige week) werd ingeschakeld die onomwonden vaststelde, dat het centrum van Roden op de Albertsbaan – dichterbij het winkelcentrum kan niet, en zo wíl de consument dat ook – geen parkeerplaats kan missen. Als Roden zich tenminste als regionaal koopcentrum wil (blijven) onderscheiden en profileren. Dús geen grand café, geen vijvertje(s), geen plantsoengroen en ook geen mini Bitsebeekje waar allemaal sprake van is geweest. Gewoon simpelweg: parkeren, parkeren, parkeren. Wie wil recreëren heeft vanaf het centrum op hooguit twee minuten autogaans, vijf minuten fietsen en pak ‘m beet acht minuten lopen – maar dan moet je haast slenteren – plenty mogelijkheden om ‘buiten’ te recreëren.

Dat rapport zal de maar voortleuterende Albertsbaancommissie en zeker de gemeente niet welgevallig zijn, maar het is de realiteit. (Waarom is het rapport overigens niet openbaar gemaakt, zoals ik las. En waarom betaalde de gemeente er niet aan mee?, zoals werd gesteld.)

Bijna dagelijks lees je in het regionale dagblad de ellende, die betaald parkeren in Assen – zich profilerend als HET winkelcentrum voor de regio – bij de burgers veroorzaakt. Ook in Drachten heb je betaald parkeren. Is het dan ook niet juist nu, dat Roden zich als HET koopcentrum voor de regio, waar onbeperkt gratis parkeren – een klein beetje overtrokken – tot bijna ín de winkels mogelijk is, moet profileren? Dit is een gouden kans. Niet alleen voor de middenstand, maar ook voor de modale burger die niet tot een of andere actiegroep, belangenbeweging of politieke partij hoort. Gewoon voor iedereen die snel en makkelijk wil winkelen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Recreëren op wat voor manier dan ook, doet ie elders – en beter – wel.

Ik meen dat de Albertsbaancommissie door de gemeenteraad is ingesteld. Ik zou zo zeggen, dat die (de gemeenteraad) nu geduld genoeg heeft betracht. Mijn simpele burgeradvies: Gemeenteraad, hef die commissie op. Pak je verlies (ons verlies!) van tientallen duizenden voorbereidingskosten in vredesnaam dan maar. Laat gemeentelijke hoveniers offerte maken voor een – voor mijn part dubbele – bomen- of struikenrij die de Albertsbaan een beetje aan het zicht onttrekt. Laat stratenmakersbedrijven in de gemeente dat ook doen voor het asfalteren en opnieuw belijnen van het maximale aantal parkeerplaatsen. Gun de order aan de laagste inschrijver. Zo help je daadwerkelijk de lokale economie. Geheid, dat je ver en ver beneden de nu geraamde kosten blijft. En gebruik het uit dat potje overblijvende saldo voor noodzakelijker zaken, zoals bijvoorbeeld de zorg. En als dat niet kan: Voor andere verbeteringen in de infrastructuur. Maar dit zal allemaal wel veel en veel te simpel geredeneerd zijn. Althans in politiek opzicht. Maar… is de politiek er niet juist voor de (modale) burger die gewoon vlot wil kunnen winkelen, niks meer en niks minder?

Henk Hendriks