‘Alleen bij  ziekte, dood of verderf kom ik niet’

Rodermarkt: gewoon een dorpsfeest of feest met regionaal bereik en uitstraling?

RODEN – De organisatie weet het zeker. Rodermarkt gaat veel verder dan de gemeentegrenzen. Van heinde en ver komen mensen naar Roden om te genieten van de feestweek. Maar is dat nou ook écht zo? De Krant nam de proef op de som en ging te rade bij mensen die niet in Roden woonachtig zijn.

Richard Kraaijinga is woonachtig in Boerakker. Van origine is hij een Leekster. ‘En dus heb ik meer met de Pinkstermarkt, al is dit concept ook niet meer als vroeger. Rodermarkt staat wel garant voor activiteiten en gezelligheid. De markt en op stap met elkaar. Ik weet van collega’s uit Roden en omgeving dat zij  volop genieten van deze week’, zegt hij. Kraaijinga is zeker van plan een bezoek aan Roden te brengen. ‘We gaan met de kinderen naar de kermis, we kijken naar de optocht van versierde wagens en een enkele keer wagen we ons nog aan de ‘Rodernacht’. In de tijd zonder kinderen probeerden we vaak wel elke dag heen te gaan en waren de hotspots de Jaarbeurs, Looks en Pruim. Als je buiten Roden woont, wijkt echter niet alles meet voor de Rodermarkt. Niet omdat het programma niet aanspreekt, maar omdat logistiek (kinderen/werk) ook gewoon doorgaat en de prioriteiten eerder privé liggen dan bij de Rodermarkt. Mijn vrouw – werkzaam als zelfstandig ondernemer in Roden- heeft veel meer met de activiteiten en het feest als ik.’  In zijn woonplaats Boerakker is niet echt sprake van een dorpsfeest. ‘Toch is de essentie van een dorpsfeest voor elk dorp hetzelfde. Een groep gemotiveerde mensen wil proberen een dorp verder samen te brengen met aantrekkelijke activiteiten en een leuk programma. Na 25 jaar in Leek gewoond te hebben, herkende ik de gezelligheid in de Pinkstermarkt. In een dorp als Boerakker is dit vanwege een klein inwonersaantal lastiger te realiseren dan in bijvoorbeeld Roden. Het mooie van een dorpsfeest is dat het vaak mensen verenigd en alles vaak wordt gerealiseerd door een kleine groep vrijwilligers.’  Richard noemt de Rodermarkt een begrip. ‘Iedereen – ook buiten Roden- weet wat het is. Mijn mooiste herinneringen stammen uit de tijd dat ik zelf nog tiener was. De kroegen van toen zijn niet meer, maar brachten vaak wel gezelligheid en een positieve stemming, Het blijft een herkenbaar en mooi feest.’

‘Alleen bij ziekte, dood of verderf kom ik niet’ dat zegt Joop Posthumus uit Zevenhuizen en in de regio vooral bekend als organisator van de Billie Turf Tocht. ‘De meeste dagen, dus van vrijdag tot en met woensdag, kom ik wel. In elk geval ben ik bij de parade, de Rodermarkt en de kortebaan. De Rodermarkt is voor de Roners natuurlijk het feest der feesten. Maar zeker ook voor de mensen uit de omtrek, want er is geen vergelijkbaar feest in de omgeving. Nee, ook in ons dorp niet. De Zevenhuister feestweek is na het vertrek van Pruim nooit meer hetzelfde geweest. Ik moet zeggen dat ik door de jaren heen de Rodermarkt heb zien veranderen. Vroeger was de paarden- en veemarkt aanzienlijk groter en zag je honderden boeren en keuterboertjes over de markt gaan en deze boeren bevolkten ook voor een groot deel de vele kroegen. Nu hebben deze mensen plaatsgemaakt voor duizenden feestvierders uit de verre omgeving. Het vee en de paarden hebben plaatsgemaakt voor kramen, de zo kenmerkende gezelligheid van de Rodermarkt is echter gebleven’, zo besluit Posthumus.

Greet Joosten woont in Norg. Ze gaat ook dit jaar niet naar de Rodermarkt. ‘Ik weet zeker dat er veel mensen uit Norg gaan, ik echter nooit. Ik ben namelijk niet zo’n feestganger en ik houd niet van grote evenementen. Ik houd vooral van klassieke muziek’, vertelt ze.

Henk Beiboer woont in Nuis. En niet omdat hij geen zin heeft of Roden te ver weg is. ‘Er is voldoende in het programma dat me aanspreekt. Wat me minder aanspreekt zijn de belangenverstrengelingen tussen twee groepen. Dat ging zo ver dat zelfs de Ronermark sneuvelde. Maar ook de jarenlange patstelling als het gaat om parkeren op de Albertsbaan en het verplaatsen van het parkeerterrein nodigt me allemaal niet uit. In Roden staan issues jarenlang open. Een oplossong lijkt niet in zicht en als er wel eens oplossing komt, dan verwacht ik dat volgend jaar de vlam weer in de pan slaat. Dit alles maakt Roden voor mij niet aantrekkelijk genoeg als uitgaansgelegenheid.’  Beiboer was nog nooit op de Rodermarkt. ‘En dus kan ik het niet vergelijken met ‘ons’ dorpsfeest Nuis-Niebert. Dat feest mag er ook zijn trouwens. Voor en door veel eigen inwoners en met enthousiaste inbreng van de ondernemers. Laagdrempelig, gezellig, geen toeters en bellen en zeker geen sluimerende en oplaaiende belangen tegenstellingen.’  Beiboer is dus uitgesproken, en blijft dat ook. ‘ Rodermarkt is natuurlijk een goed initiatief. Het kan echter een nog krachtiger uitstraling en aantrekkingskracht op mensen uit de regio krijgen aks de ondernemers hun persoonlijke belangetjes en persoonlijke overtuigingen rationeel af kunnen zetten tegen het algemeen Rodens belang,’

Tanja Haseloop uit Leek noemt Rodermarkt zeker ‘het feest der feesten’. ‘ We proberen van alles wel een beetje mee te krijgen, maar ik neem er geen vakantie meer voor op. De Jaarbeurs, de optocht – zowel ’s middags als ’s avonds-, de optredens in de tent, de markt en als het lukt de kortebaan; we willen zoveel mogelijk zien. En een rondje langs de kermis en de horeca mag ook niet ontbreken. Ik vind het echt geweldig om op een terras te kijken naar al die mensen die voorbij komen.  En als ik niet ga, dan ben ik of aan het werk of ik ben ziek.’ Haseloop is van mening dat elk dorpsfeest z’n eigen kleur heeft. ‘Rodermarkt is wel bijzonder omdat er zoveel georganiseerd wordt door zoveel organisaties. Vooral de opzicht zorgt ervoor dat heel veel vrijwilligers al maanden voorpret hebben. En het resultaat is altijd spectaculair, of je nu als kind ging kijken of op een wagen mocht zitten dat magische van de Rodermarkt vergeet je nooit. Al die vaders en moeders die zich daarvoor inzetten zorgen ervoor dat herinneringen aan de Rodermarkt onvergetelijk zijn. Het is een feest van ontmoeting. Ik vind het heerlijk om met de mensen die ik tegenkom te kletsen. Door de volume van de muziek  is dat nog wel eens lastig. Dat vind ik wel jammer.’