‘Als ik centrummanager was, zou ik onmiddellijk een cursus hospitality geven’

Roden alida jurylid alida zwerver

Roden jurylid Nico BorgmanRoden jurylid Tanja HaseloopTadatadáááá: de nieuwe jury van het Beste Bedrijf van Noordenveld

NOORDENVELD – Nog één week. Dan barst de meest positieve competitie van het jaar los: de strijd om het Beste Bedrijf van Noordenveld. Voor de vierde keer nemen bedrijven in de gemeente het tegen elkaar op om tot allerbeste te worden uitgeroepen . En hoewel de klant voor het grootste gedeelte de schifting bepaalt, velt de jury het eindoordeel. Geeft de genadeklap. En om de winkeliers alvast een beetje van enige voorkennis te voorzien, is de nieuwbakken jury door de Krant grondig aan de tand gevoeld naar zaken waar zij waarde aan hechten. Meenemen in hun oordeel. Parkmanager Nico Borgman –juryvoorzitter-, VVD-politica Tanja Haseloop –ooit zelf uitbater van Café het Rode Hert in Roderwolde- en privatebanking-expert Alida Zwerver doen een boekje open.

Nico Borgman, die zich in het dagelijks leven bezighoudt met de fysieke staat van bedrijventerreinen in Groningen en Noordenveld, haalt z’n boodschappen het liefst in zijn eigen gemeente. Is een beetje een chauvinist. Zo stond er laatst op het verlanglijstje van zijn schoonmoeder een rode Senseo. Te verkrijgen bij Bol.com stond er –heel handig- ook op het papiertje. Mooi niet, dacht Nico. Wat ik in mijn dorp kan halen, haal ik in mijn dorp, luidt zijn standpunt. Mits hij er goed en vriendelijk geholpen wordt tenminste. Want anders is het snel gedaan met de pret. Dat is ook iets waar hij zeker op gaat letten bij het kiezen van het Beste Bedrijf: klantvriendelijkheid. “Hoe word ik ontvangen? Word ik opgemerkt? Herkent iemand me? Ik wil me thuis voelen in een winkel. Geen probleem wanneer iemand op dat moment in gesprek is hoor, als ze alleen maar even laten weten dat ze me hebben opgemerkt ben ik bereid om te wachten. De detaillist die dat doet, gaat het daarop winnen. Ben ik heilig van overtuigd. Hospitality is zó belangrijk. In het winkelcentrum van Emmen zitten standaard twee dames die zich met niets anders bezighouden dan gastvrijheid. Nou weet ik wel, Emmen is veel groter dan Roden, maar het komt in feite op hetzelfde neer. Als ik centrummanager zou zijn, zou ik direct een cursus hopitality geven. Daarin kun je het verschil maken! Maar ook: hoe ga je om met lastige klanten? Is het personeel op de hoogte van alle zaken?” Borgman heeft zijn punt duidelijk gemaakt. Hospitality dus. “Maar ik wil ook zien hoe actief iemand is! Ik ben heel benieuwd naar welke initiatieven iemand neemt om handel te doen. Handelsgeest en ondernemerschap, dát! En natuurlijk presentatie, de aankleding van de zaak. Daar ga ik zeker ook op letten”, voegt de juryvoorzitter toe.

‘Ondernemers in de gemeenschap zorgen voor banen, economische ontwikkeling en dus welvaart’

Duizendpoot Tanja Haseloop staat te trappelen om mee te mogen denken met het Beste Bedrijf van Noordenveld. Ondanks haar drukke banen als fractievoorzitter van de VVD, manager van de Noordenveldse Uitdaging en als coach bij een adviesbureau voor bedrijfsleven en overheid gaat ze deze uitdaging maar wat graag aan. Bovendien heeft ze wel wat met ondernemers. Weet wat er allemaal komt te kijken bij een eigen toko. Toen ze een jaar of 23 was, had ze er namelijk zelf één. Samen met haar echtgenoot bestierde ze Café het Rode Hert in Roderwolde. Tapte biertjes achter de bar. “In een horecabedrijf gebeurt natuurlijk van alles. Daar heb ik zóveel mensenkennis opgedaan, daar heb ik al mijn hele leven profijt van.” Toen Tanja gevraagd werd om te jureren voor het Beste Bedrijf, twijfelde ze geen enkel moment. Blokte meteen wat zeldzame vrije uurtjes in haar agenda. “Ondernemers in de gemeenschap zorgen voor banen, economische ontwikkeling en dus welvaart. Ik vind het belangrijk dat zij ook eens in de spotlight staan. Er gebeuren hier dichtbij prachtige dingen. Dingen die je niet ziet als je voor de gevel staat. En bovendien zijn we hier in het noorden altijd heel bescheiden hè? Terwijl we juist trots mogen zijn op wat we allemaal doen! Natuurlijk zal het best een beetje appels met peren vergelijken zijn om het Beste Bedrijf te kiezen. Want je zegt niet: wie is de beste bakker? Nee. Die bakker moet je vergelijken met de schoenmaker. Het gaat er wat mij betreft ook om dat je laat zien wie erachter zit en wat hen drijft. Uitstraling en klantvriendelijkheid vind ik belangrijke elementen, maar waar ik vooral ontzettend nieuwsgierig naar ben is passie. De passie waarmee mensen met hun vak bezig zijn. Iemand in de hakkenbar die er lol in heeft om mijn schoenen zo mooi mogelijk te maken, dat merk je als klant. Ik vind het ook leuk om te kijken hoe winkels omgaan met discussies over de FOC en internet. Persoonlijk denk ik dat online shoppen het nooit wint van fysiek winkelen. Wat is er nou gezelliger om lekker door een dorp te slenteren en leuke winkeltjes binnen te lopen? Wat ik interessant vindt: wat maakt een bedrijf succesvol? En hoe kijkt de klant ernaar? Wat is dat extraatje, dat magische waardoor de klant bij jou koopt en niet bij de concurrent? En dat maakt de wedstrijd interessant voor alle deelnemers, niet alleen voor de winnaar. Het is dé reden om nog eens goed naar je eigen zaak te kijken. Een goede zaak valt of staat ook met goed personeel. Mensen die met je meedenken. De kapper die zegt: ik heb iets wat heel goed bij je gezicht past. Niet klakkeloos maar iets doet. Of dat iemand opmerkt: trek die broek maar weer uit. Je krijgt er een enorme kont in, dát.”

Als er iemand trouw is aan haar eigen omgeving is het Alida Zwerver wel. Overdag bekommert zij zich als financieel planner bij de Rabobank over het vermogen van 300 welgestelde particulieren. Adviseert ze en helpt met allerlei ingewikkelde financiële vraagstukken. In haar vrije tijd laat ze de euro’s graag rollen in haar eigen dorp. Online bestellen doet ze niet. Principekwestie. Wat je in je eigen dorp kunt kopen, koop je in je eigen dorp. “En ik combineer winkelen ook altijd met een horecabezoekje. Een kop koffie bij Bakkerij van Esch of een lekker wijntje met een borrelhapje bij het Wapen van Drenthe. Dat is voor mij de ultieme zaterdagmiddag. Die beleving en gezelligheid vind je niet op internet. Er zijn twee dingen ontzettend belangrijk voor mij: ten eerste klantvriendelijkheid; ik wil me gewaardeerd voelen als klant. Daar let ik zelf ook op bij mijn eigen klanten. Persoonlijke aandacht. Alleen met hen bezig zijn. Het andere punt waar ik op ga letten is innovatie. Hoe sluit de ondernemer zoveel mogelijk aan op de behoefte van de klant? Dáár gebeurt wat!, dat wil ik zien! Want de klant is de broodwinning van een ieder hè? Wat is er eenvoudiger om die klant te verwennen? Zodat –ie een ambassadeur voor je wordt. Dát wordt namelijk op feestjes verteld: ga daar eens heen. Daar wordt je top geholpen. Met het Beste Bedrijf gaan winkels op een enthousiaste manier de strijd met elkaar aan. Dat werkt aanstekelijk. Want je moet het samen doen om als dorp aantrekkelijk te blijven voor het publiek!”