‘Als ik het niet dacht’

Een paar weken geleden plaatste de Krant mijn artikel ‘zal de zorg de gemeente een zorg zijn’. Zoals kon worden verwacht geen reactie van de gemeente. Tot deze week, van John Kuiper uit Peize. Hij antwoordt: ‘ja, blijkbaar een (rot)zorg’. Bravo John! Mijn onmiddellijke reactie op zijn Zeepkist was zoals ik verwoord heb in de titel van dit artikeltje. Want sorry John, weinig hoop. Maar wél een medestander. Wat had de gemeente kunnen doen en deed ze blijkbaar niet? Inderdaad: contracten afsluiten met zorgaanbieders voor huishoudelijke hulp. Die contracten in algemene zin zijn er inmiddels, meldde ook de Krant. Maar hun op die hulp aangewezen inwoners daarvan op de hoogte stellen? Laat maar. Zelfs het door de gemeente ingestelde adviesorgaan dat die taak heeft op grond van de Wet maatschappelijke Ondersteuning (de woorden zeggen het al) is kennelijk niet in staat om hun medeburgers de in hun geval noodzakelijke Maatschappelijke Ondersteuning, al dan niet via de Noordenveldwerkers, behoorlijk te bieden. Het ‘keukentafelgesprek’ wordt kennelijk niet gevoerd en men wordt van het kastje naar de muur gestuurd, zoals John duidelijk heeft ervaren. Ik heb het donkerbruin vermoeden John, dat de gemeente wel haar ambtenaren door middel van dure externe adviesbureaus vrees ik, heeft laten bijscholen. Je moet tenslotte wel een behoorlijk ‘keukentafelgesprek’ kunnen voeren, nietwaar? Op zich is daar niks mis mee, zei ik in mijn vorige artikel ook al. Maar om het nog een graadje erger te maken: stel dat de gemeente van de noodzakelijke indicatie overtuigd is, dan heb ik begrepen dat ze eerst het beruchte ‘keukentafelgesprek’ gaat voeren om de hulpvrager de vraag voor te leggen of hij of zijn ook met name die huishoudelijke hulp van de familie, vrienden of buren kan vragen. ‘Noaberhulp’ zeggen wij in Drenthe; de regering spreekt over de participatiemaatschappij. Waar halen ze de euvele moed vandaan? De te besparen centjes en niet de hulp geven dan de doorslag. Misschien krijg je daarom geen duidelijkheid, John. Even afwachten dan maar weer? Zeker niet! Daarom maar weer op de zeepkist. Wie weet worden we nu gehoord. Gemeente: ga uit van vertrouwen en niet zoals het nu vaak lijkt, van georganiseerd wantrouwen. John heeft al maanden of jaren een vertrouwensrelatie met de zorgaanbieder van zijn huishoudelijke en geïndiceerde huishoudelijke hulp. Waarom dat contract niet gewoon overgenomen? Huishoudelijk of alfahulp is, alhoewel op de sociale ladder niet het meest hoog in aanzien (en betaling) vaak onmisbaar voor kwetsbare mensen en zeer adequaat. Een veronderstelde lage sociale status betekent niet per definitie een laag deskundigheidsniveau. Integendeel zelfs: de praktijk is vaak de beste leermeester. Ik was daarvan jarenlang getuige als leidinggevende in de zorg voor verstandelijk beperkte mensen.
Luut Edel
Roden