‘Als ik Minister van Sport was, kregen kinderen elke dag gymnastiek’

Leraar lichamelijke opvoeding Harry Oolders over bewegen en gezondheid

RODEN – Harry Oolders (58 ondertussen) is leraar lichamelijke opvoeding en dus dagelijks met sport en bewegen bezig. Hij geeft les aan leerlingen van verschillende basisscholen in Roden en omgeving. Sommigen ziet hij eens per week, anderen ietsje vaker. ‘Ik zie ze in elk geval te weinig. Wat is nou drie kwartier? Als ik Minister van Sport was, stond gymnastiek elke dag op het rooster. Of anders; ik zorgde er voor dat kinderen elke dag in beweging waren. Naar Amerikaans model. Dus twee uurtjes leren, half uurtje bewegen. Maar goed, ik ben geen minister en deze discussie is er al lang. Straks als de verkiezingen er weer bijna zijn, tettert iedereen over verplicht meer gymnastiek op school, om die belofte na de uitslag meteen weer te vergeten’, beseft Oolders.

De kinderen van nu zijn zwaarder in vergelijking met een jaar of dertig geleden. Ze eten ongezond, de motoriek is dramatisch en ook mentaal scheelt er van alles aan. Dat is het beeld dat heerst. Oolders vindt het in Roden nogal meevallen. ‘Op een klas van dertig kinderen heb je er altijd twee of drie die ietsje zwaarder zijn. Dat was vroeger echter ook zo. Of ze gezond eten weet ik niet al zie ik wel eens gevulde koeken in broodtrommeltjes liggen. Motorisch is het wel een stuk minder. Het is een feit dat kinderen minder spelen. Vroeger had je geen telefoon en computer. Wij renden de hele dag door. Ook mentaal is het wel anders. Kinderen zijn mondiger. Soms ontbreekt alleen de middelvinger nog’, lacht Oolders, die als laatste der Mohikanen te boek staat. Waarom? Om zijn gedrevenheid en fanatisme. Alles wat hij doet, moet goed. ‘Kinderen willen dat ook hoor. Ik doe van alles met ze. Basketbal, over de bok, handbal en volleybal, ik wil het ze allemaal leren. Ik organiseer al jaren toernooien. Moet je eens zien hoe fanatiek ze zijn. Dat kinderen minder graag willen tegenwoordig zit ‘m ook voor een deel in de begeleiding en coaching. Je moet ze enthousiasmeren. Ze op een goede manier enthousiast zien te krijgen. In mijn les vinden ze basketbal allemaal te gek. De club hier in Roden wordt echter bijkans opgeheven. Er is dus geen vervolg, of ze zijn niet in staat de kinderen enthousiast te houden of het kader van clubs in het algemeen is gewoon niet goed genoeg. Kan allemaal. Begeleiding en coaching zijn belangrijk. Dat geldt ook voor de geestelijke gezondheid van kinderen. Kinderen voelen zich niet goed als ze gepest worden. Ik zit daar ook echt bovenop. Leer ze samen te spelen, ook als Jantje of Pietje misschien iets minder balgevoel heeft.’
Oolders ziet kinderen minder gemakkelijk lopen en bewegen. ‘Ik ben jaren jeugdtrainer bij REO geweest en ik regelde altijd extra looptrainingen. Ik herken de verminderde motoriek, maar wat kan ik daar in drie kwartier per week aan doen? Niets dus. Ik geloof wel dat tachtig procent van de kinderen sport. Dat is goed, al heb je het dan nog niet over het niveau. Maar nogmaals; in Roden valt het allemaal nog wel wat mee. Les van Harry betekent zweten. Dit in tegenstelling tot de reguliere leerkracht, die vaak niet weet wat te doen tijdens het uurtje gymnastiek. Gevolg: driekwart van de klas doet niets. ‘ Elke dag gymnastiek zou heel goed zijn voor de kinderen, mits door een vakleerkracht gegeven. Ik heb ze gezien hoor, de leerkrachten die gymnastiek moesten geven. Ze konden zelf amper een bal vangen. Hoe kun je dan verwachten dat ze de kinderen iets bijbrengen?

Oolders piekert er niet over les op middelbare scholen te gaan geven. ‘Of ik moet met de huidige groepen 8 mee kunnen. Het frustreert soms wel hoor. Dat je ziet dat ze bij mij heel aardig basketballen en over de bok zweven, en je ze een jaar later ziet staan in de zaal. Zonder bezieling, zonder elan en zo lusteloos. Met een groep mee naar een andere school verhuizen zou ik dus wel willen. Maar: ik ben zelf ondertussen ook al 58. Dat voel ik wel hoor.’

Dat laatste heeft zeker ook te maken met het ongeluk. Hét ongeluk. Oolders was jong en een groot tennistalent dat nog voetbalde ook. Omdat iemand anders met heel andere dingen bezig was dan de auto besturen, lag zijn knie aan gort en functioneerde ook de milt niet meer. ‘Toen was het met topsport wel gebeurd. Het meest frustrerende was wel dat ik aan de kant zat, en mijn vrienden in het eerste van VV Roden speelden. Wat was dat balen zeg. Ik let zelf niet heel erg op wat ik eet of drink. Oh zeker, ik eet elke dag wel wat sinaasappeltjes, ik zorg wel goed voor mezelf. Maar een bacootje op z’n tijd vind ik ook heerlijk. Ik heb geen aanleg om te groeien. Dat zit niet on onze genen. Zelf heb ik heel veel verschillende sporten beoefend. Tegenwoordig laat ik het bij golf. Dat is echt heerlijk. En bovendien: het is goed voor zowel je lichaam als je geest. In de zomer golf ik vaker en ben ik toch gauw drie kilo lichter. En wat betreft het rustgevende van golf: dat is dan weer niet aan mij besteed. Ik wil toch winnen, beter worden. Eigenlijk zie ik alleen de holes maar op een golfbaan. De rest vind ik niet interessant.’