“Als mensen zeggen dat ik ben afgeschreven, wil ik juist het tegendeel bewijzen”

Wereldkampioen Romano Hummel leeft voor de motorsport ondanks tegenslagen


HOOGKERK – Eind augustus van dit jaar beleefde Romano Hummel uit Hoogkerk het hoogtepunt uit zijn carrière. De 22-jarige grasbaancoureur werd voor het eerst in zijn leven wereldkampioen langbaan. Romano haalde in het Poolse Rzeszow voldoende punten voor de eindzege in de WK-stand. De prestatie van de jonge coureur kwam niet uit het niets. Bij de junioren heeft de Hoogkerker al diverse (wereld)titels gewonnen en ook bij de senioren gooide hij hoge ogen. De wereldtitel was tot de zomer het missende puzzelstukje. “Wereldkampioen worden is natuurlijk geweldig”, zegt Romano. “Het is het hoogste wat je in mijn sport kunt behalen. Ik mag mijzelf de beste coureur van de wereld noemen, maar ik zou me er nooit anders door gaan gedragen”.

Al op zijn vierde stapte Romano op de motor in zijn woonplaats Hoogkerk. Aangezien zijn vader actief was in de motorsport en ook het hele dorp het deed, was het voor Romano niet vreemd dat ook hij er op jonge leeftijd mee begon. “Vanaf het eerste moment had ik er ook gelijk veel plezier in”, vertelt hij. “Ik ben daarom ook vrij snel wedstrijden gaan rijden, waarbij ik begon in de Speedway 50CC klassen. Op mijn achtste en negende werd ik al Nederlands Kampioen en die titel schreef ik een jaar later ook op mijn naam in de 65CC klasse. Vervolgens maakte ik de stap naar de 125CC en daarin werd ik viermaal de beste van Nederland. Daarnaast werd ik eveneens voor het eerst wereldkampioen”. Voor zijn sport trainde Romano veel in het buitenland. Hierdoor miste hij zowel op de basisschool als op de middelbare school veel lessen. “Ik heb al op jonge leeftijd bewust voor de sport gekozen. Ik heb vanaf het eerste moment dat ik op de motor zat voor de sport geleefd en dat doe ik nog steeds. Op den duur ben ik ook met het onderwijs gestopt en daardoor heb ik geen diploma behaald. Ik zat liever thuis dan dat ik naar school ging. Later ben ik nog wel een opleiding op MBO Niveau 1 gaan volgen en daar heb ik wel een papiertje van”.

In zijn carrière heeft Romano vele titels behaald, maar toch waren er genoeg tegenslagen. Ook dat begon al op jonge leeftijd. “Op mijn tiende zijn bijvoorbeeld mijn beide onderbenen verbrijzeld”, zegt hij. “Ik kwam ten val en vervolgens reden twee andere coureurs over mijn benen heen. Door dit incident heb ik opnieuw moeten leren lopen”. Naast dit ongeval heeft Romano door de jaren heen veel meer incidenten gehad. Zo heeft hij verschillende lichaamsdelen meerdere keren gebroken gehad. “Af en toe heb ik er nog wel last van. Dan stap ik van de motor en dan voel ik mijn benen wel. Soms vraag ik me dan ook wel af: ‘Waarom doe ik dit? Is dit nog wat ik wil?’. Maar telkens pak ik de sport na een blessure vrij snel weer op, ondanks de pijn die ik dan nog heb. Mijn drive hierbij is dat mensen zeggen: ‘Je bent afgeschreven, je komt nooit meer terug’. Dat geeft mij juist de motivatie om het tegendeel te bewijzen”, aldus Romano.

De jonge coureur beleefde afgelopen seizoen zijn beste tot nu toe. Eind augustus werd hij wereldkampioen langbaan en dat was hem nog niet eerder gelukt. “Het is het hoogtepunt uit mijn carrière”, zegt hij. “Normaal gesproken gaan de wereldkampioenschappen over vijf races, maar in verband met corona waren er maar twee wedstrijden. De vijftien beste coureurs van de wereld waren hierbij aanwezig. De eerste race was in Zuid-Frankrijk en in Polen werd ik uiteindelijk gekroond tot wereldkampioen. Een geweldig moment”. Nu de wereldtitel binnen is, heeft Romano het hoogste van het hoogste in zijn sport bereikt. Toch denkt hij er niet aan om te stoppen. “Ik vind de sport veel te mooi. De snelheid en de adrenaline die er los komt. Dat vind ik geweldig. Waar de een bang is voor gevaar, zoek ik het juist op. Ik denk nergens over na, maar doe het gewoon”. Dat Romano niet terugdeinst voor gevaar, laat hij onder andere zien aan zijn rugnummer 666, het getal van de duivel. Met dit getal werd Romano wereldkampioen en vandaar dat hij de drie cijfers in zijn nek heeft laten tatoeëren.

Romano zijn grootste fan is duidelijk zijn zoontje Keayano, die inmiddels twee jaar oud is. Keayano komt geregeld samen met zijn moeder, de vriendin van Romano, bij de wedstrijden kijken. “Het is altijd fijn als ze er bij zijn”, zegt de coureur. “Daarnaast komen ook andere familieleden regelmatig bij de races, maar ik heb ook mijn eigen team waarmee ik op pad ben. Ik heb vaste mensen om me heen en daarmee kom ik tot de beste prestaties”. Romano leeft voor de motorsport. Of hij het de rest van zijn leven blijft doen? “Zoals ik er nu in sta, denk ik van niet”, lacht hij. “Er zijn coureurs die het zo’n beetje tot aan hun dood blijven volhouden, maar ik denk dat ik er op mijn 35e wel klaar mee ben. Ik ga gewoon door tot ik er zat van ben, maar dat is nu zeker nog niet het geval. Volgend jaar ga ik in ieder geval mijn wereldtitel proberen te verdedigen”.

Naast de motorsport zijn er nog meer zaken die de jonge coureur bezighouden. Zo heeft hij sinds vorig jaar zijn eigen bedrijf en besteedt hij veel tijd aan zijn gezin. “In april verwachten mijn vriendin en ik een dochtertje en dat zal ook weer wat veranderingen met zich meebrengen. Daar gaan we natuurlijk ook ontzettend van genieten”, besluit Romano.