André Brasse met zoon Stijn op expeditie naar de Mount Everest

‘De ijle lucht is de grootste bottleneck, dat kun je niet trainen’

RODEN – Op het moment dat deze Krant op de mat ligt staan Puur Natuur-columnist André Brasse en zijn zoon Stijn onderaan de fameuze Mount Everest. De twee avonturiers vertrokken afgelopen vrijdag naar de Nepalese hoofdstad Kathmandu. Doel: Everest Base Camp bereiken op een hoogte van 5644 meter. Vorig jaar moest Stijn zijn expeditie door hoogteziekte staken. Nu waagt hij samen met pa Brasse een nieuwe poging.

De Mount Everest is met een hoogte van 8849 meter de hoogste berg van de wereld. Slechts een handjevol Nederlanders wist de top te bereiken. Ook Everest Base Camp is door de ijle lucht een behoorlijke uitdagening. Een snicker eten en lopen tegelijk gaat helemaal niet, ondervond Stijn (27) vorig jaar zelf. Het was een langgekoesterde wens van André Brasse (61) om naar Nepal te gaan. ‘Ik houd van reizen en heb een lange lijst met wensen. Daar is sinds de kinderen er zijn weinig meer van terecht gekomen. Mijn laatste grote reis was de Transmongolië Express; met de trein van Moskou, via de hoofdstad van Mongolië naar Beijing. Een fantastische ervaring. In Moskou zag je alleen maar uniformen, Mongolië was über zen en Beijing voelde als een mierennest.’ Dat hij nu het avontuur aangaat met zijn eigen zoon vindt de natuurliefhebber geweldig. ‘Toen Stijn me vroeg ‘pa, ga gewoon mee’, zei ik in de eerste instantie dat ik daar geen tijd voor had. Het was een collega die zei ‘waarom niet?’ Jouw ‘later’ is allang begonnen. Hij heeft gelijk natuurlijk. Het is wel grappig: vroeger begeleidde ik mijn zoon, nu is hij mijn begeleider.’ Volgens Stijn is het nu of nooit. ‘Over vijf jaar kom je de berg niet meer op. Dan moet je wel van heel goeden huize komen.’

Hoogteziekte

De heren zijn er klaar voor. De reis is tot in de puntjes voorbereid en André heeft er vier maanden sportschool opzitten. ‘Fit zijn is ongelofelijk belangrijk’, weet Stijn. ‘De ijle lucht is de grootste bottleneck. Dat kun je niet trainen. Op Base Camp zit er vijftig procent minder zuurstof in de lucht dan dat wij gewend zijn. Het is echt serious business. Hoogteziekte betekent stoppen. Ik heb het vorig jaar zelf meegemaakt. Je wordt wakker met heftige hoofdpijn. Alsof je vreselijk gezopen hebt. En je eetlust is weg. Niet ongevaarlijk ook. Je kunt vochtophopingen in de hersenen en in de longen krijgen. Dan is er maar één optie: naar beneden.’

De Brasses overnachten in een lodge (een primitieve hut zonder leidingen en slechts één kachel die wordt opgestookt met stront van Yak’s, een soort uit de kluitengewassen rund) in Gorahshep, het laatste dorpje voor Base Camp. Vanaf daar lopen ze in tien dagen naar boven. ‘Een stuk van 60 kilometer. Je lichaam kan het niet aan om meer dan 600 meter per dag omhoog te lopen. Goede voorbereiding is essentieel. Het kan er ’s nachts -21 graden worden.’ En dat betekent dat een goede slaapzak, donsjack, thermokleding en tot de uitrusting moeten behoren. Ook een uitdaging op zich, want de reistas mag niet meer wegen dan 10 kilo. ‘Het is daar zó koud, dat je je schoenen open weg moet zetten’, weet Stijn uit eigen ervaring. ‘Anders kom je er ’s morgens niet meer in. Een bidon met water is als je wakker wordt een ijsklomp. Ik vulde mijn fles met kokend water en gebruikte hem als kruik. Alleen dan lukt het om het water vloeibaar te houden.’ De fotocamera van André gaat in ieder geval mee. ‘Voor mij is dit een enorme natuur- en cultuurtrip. Een utopie die werkelijkheid wordt’, zegt Brasse die hoopt een Boeddhistische dienst bij te wonen in Tengboche, met een hoogte van 3860 meter het hoogste klooster van de wereld. ‘En ik ben ook benieuwd naar het afval. Het schijnt dat er nogal wat achtergelaten wordt na expedities. Als je geld hebt kun je voor 150.000 naar de top. Het is de keerzijde van toerisme.’ Wanneer Base Camp is bereikt, lopen de heren in drie dagen terug. Daarna pakken ze het vliegtuig terug naar Kathmandu waar ze vijf dagen verblijven. ‘Daar hoop ik een hoop kloosters te ontdekken. In ieder geval staat Monkey Temple op de planning. Je bereikte de Hindoeïstische tempel via een enorm lange trap naar boven. Nergens anders zijn apen, maar daar wel. En je hebt er een geweldig uitzicht over de stad.’ Op 11 november hopen de heren weer voeten op Nederlandse bodem te zetten. De eerst volgende Puur Natuur wordt zoveel als zeker op grote hoogte geschreven.