“Angst is er tijdens het graasseizoen amper, maar in de winter houd ik mijn hart vast”

Schaapsherder Nico Buitenkamp over de aanwezigheid van de wolf in Drenthe

REGIO – In de provincie Drenthe is de wolf dit jaar meermaals gesignaleerd en dat zorgt voor stress. Niet alleen bij schaapsherders, maar ook bij schapen zelf.  In het voorjaar is in Peest, bij Norg, een aanval van een wolf geweest. Negen woldragers zijn daarbij doodgebeten. Nico Buitenkamp is schaapsherder in de gemeente Noordenveld. Twee van zijn kuddes grazen het gras in Roden op dit moment kort en hij geeft aan dat de angst voor de wolf gegrond is: “Als mijn schapen in de buitengebieden staan, dan houd ik mijn hart vast.” 

De wolf kan volgens Buitenkamp immense afstanden afleggen. 100 kilometer op een dag zou peanuts voor de bloeddorstige viervoeter zijn. “Veel wolven uit Duitsland komen shoppen in Nederland”, legt de schaapsherder uit. Daartegen dient hij zich te wapenen: “Uit voorzorg verhoog ik de rasters in de winter met 60 centimeter. Normaliter zijn die 80 centimeter hoog, maar dan 140 centimeter. Ik hoop dat wolven er dan niet overheen kunnen springen en bovendien voorzie ik de rasters van stroom.”

Vooralsnog is er voor Buitenkamp weinig aan de hand: “Wolven zijn vooral actief in de buitengebieden en gedurende het graasseizoen, van mei tot november, staan mijn schapen binnen de bebouwde kom. Angst heb ik momenteel dus niet, maar vanaf november zullen mijn schapen ook in de buitengebieden staan en dan neem ik zeker de eerder genoemde voorzorgsmaatregelen.” Hij geeft aan dat Nederland te klein is voor het roofdier dat veel territorium geniet. “Er is te weinig natuur om dit beest in bedwang te houden. Aangezien het een beschermde diersoort betreft, kunnen we er echter weinig aan doen”, vertelt de hoeder. Hij vindt het prima dat er wolven rondlopen, maar dan moeten het er maximaal vier of vijf zijn: “Dan is het gebied namelijk op. De natuurgebieden zijn te klein voor de wolf, daarom ben ik van mening dat dier in gecontroleerd beheer zou moeten.”  

Buitenkamp is al twaalf jaar schaapsherder en spreekt van geluk dat zijn kuddes nog niet eerder slachtoffer zijn geworden van een wolf. “Ik heb andere herders gesproken die het wel eens mee hebben gemaakt en ik kan je zeggen dat het een traumatische ervaring is als je je dieren half opengereten aantreft. Daar word je niet vrolijk van.” De hoeder is daarnaast bezorgd over het feit dat de wolf zijn kudde dan weet te vinden. “Niet of, maar wanneer is dan de vraag dat hij weer toeslaat. Dat brengt stress met zich mee.” Niet alleen voor hem, maar ook voor de schapen. Juist voor de schapen: “Een bevriende herder heeft me verteld dat er tijdens een aanval op een kudde 150 schapen drachtig waren. Door de stress zijn er ontzettend veel miskramen geweest en er zijn schapen bij die spontaan ziek worden van deze stress.”

Feit blijft dat de wolf aanwezig is en dat men ermee moet dealen: “Zo lang de regelgeving niet aangepast wordt. moet ik mijn schapen op eigen houtje beschermen. Je hoort wel eens van andere herders dat wanneer hun schapen aangevallen zouden worden, dat zij de wolf af zouden schieten. Daar ben ik geen voorstander van, want daarmee zet je ook andere schapenherders in een negatief daglicht.” Des te meer aanvallen er zullen komen, meent de herder, des te sneller het gecontroleerde beheer zou moeten starten. Buitenkamps grote wens is dat de aanwezigheid van de wolf in Drenthe in gecontroleerd beheer terechtkomt voordat het echt fout afloopt, want dat zou een kwestie van tijd zijn: “Dit gaat fout. Er zullen veel meer incidenten en slachtpartijen volgen, want ook de nakomelingen van de huidige wolven gaan op een gegeven moment hun territorium markeren.” Ondanks het feit dat doodgebeten schapen worden vergoed, zou Buitenkamp een aanval maar moeilijk kunnen verkroppen: “Ik moet er niet aan denken.”