Noordenvelders: Ard Vrielink

Hij bleef hangen in de volleybalsubtop. Vond net iets teveel andere dingen leuk. Zijn opleiding aan de heao startte in september en in december was -ie er klaar mee. Alles was leuker dan leren. Na zijn diensttijd rondde hij met succes de meao af. Maar tussen de papieren op kantoor, nee zeg, niks voor hem. Hij wilde eruit, naar buiten, contact met mensen. Ard Vrielink bleek over een enorm verkooptalent te beschikken. Hij wist voor bedrijven nieuwe producten in de markt te zetten en vloog later voor internationale organisaties de hele wereld over om nieuwe klanten aan te boren. Later stampte hij zijn eigen wellnesscentre uit de grond. Nu is Ard ambulancechauffeur. De mooiste en meest dankbare baan van de wereld zegt hij. U snapt: een inspirerende Noordenvelder.

Zijn wieg stond in Dalfsen. Ard Vrielink (53) groeide op in een gezin met vier zussen. Toen Ard zes jaar was overleed zijn oudste zus. Een kras op zijn ziel die hij voor altijd bij zich zou dragen. Ard groeide op in het Twenteland, woonde van zijn achtste tot negentiende in Goor. Hij ontmoette er zijn toenmalige vrouw en samen vertrokken ze naar Groningen. ‘In de stad studeren was het plan. Ik begon in september aan de heao en in december ben ik gestopt. Ik was superfanatiek met volleybal. Speelde op het één na hoogste niveau bij Lewenborg. Eigenlijk vond ik alles leuker dan leren. Toen ik na mijn  diensttijd terug kwam in Groningen, pakte ik alsnog een opleiding op. Bedrijfsadministratie aan de meao. Mijn eerste echte baan was op kantoor bij de Heidemij. Achteraf niks voor mij. Ik wilde eruit, naar buiten. Ik ging voor Dextro Energy aan de slag. Blikjes druivensuiker was een nieuw product, dat moest de markt in gepusht worden. Dat ging hartstikke mooi. Binnen no time lagen de blikjes bij tankstations, sigarenwinkels en sportkantines. Later ging ik als accountmanager aan de slag voor Tehnogym, een Italiaanse fabrikant van fitnessapparatuur, als ik me niet vergis de grootste van de wereld’, zegt Ard die in 2000 zijn droom zag uitkomen. Een eigen wellnesscentre. Een fitnessschool gericht op 35 plussers met de uitstraling van wellness. Nieuw voor die tijd. ‘De kleedkamers waren voorzien van een sauna, er was kinderopvang en naast fitness deden we veel met spinning, circuittraining voor ouderen, cardiofitness, danslessen en er was een schoonheidsspecialist. Binnen een jaar hadden we duizend leden.’ Een echtscheiding maakte dat Ard er na vijf jaar een punt achter zette en zijn oude job weer oppakte: sales. Dat deed hij tot voor kort. ‘Toen ik begon in het verkoopvak, maakte je de deal bij wijze van spreken op de achterkant van een sigarendoos. Je keek elkaar in de ogen en wist dat het goed zat. Die tijd is helemaal voorbij. Verkoop is nu targets halen, méér winst, méér omzet. Het is nooit goed genoeg. Ik liep er finaal op stuk. Ik heb mijn baas gebeld en gezegd dat ik niet meer terugkom.’

Een nieuwe periode brak aan voor Ard. Hij nam de tijd om uit te zoeken wat altijd al in zijn hoofd zat: ambulancechauffeur. ‘Wat heb ik nodig, was de vraag die ik me stelde. Ik heb gesprekken gevoerd met een coach en met ambulancechauffeurs om uit te zoeken of het beeld dat ik ervan had klopte. In november ben ik gestart met de opleiding, heb mijn EHBO-diploma gehaald en een speciaal rijbewijs. Toen heb ik gesolliciteerd bij Ambulancezorg Groningen. Ik werd aangenomen. Inmiddels heb ik al heel wat ritjes gereden’, zegt Ard die financieel een behoorlijke veer heeft moeten laten. ‘Dat geld kan me gestolen worden. Ik doe nu wat ik leuk vind. Je bent nodig en heel erg gewenst. Ik vind het fijn dat ik iets kan betekenen, mensen in nood kan helpen door ze naar de plek te brengen waar ze moeten zijn. Ik had nooit verwacht dat ik het zo leuk zou vinden om in zo’n klein team samen te werken. Het is net een minionderneming: je bespreekt met de verpleegkundige wat je verwacht aan te treffen, wat er nodig is om de situatie aan te vliegen en vervolgens werk je direct het plan uit.’

Als Ard hoogtepunten in zijn leven moet noemen is dit er zéker één. ‘Van een baan in verkoop naar een maatschappelijk zingevend bestaan, daar ben ik trots op. Ik ben gelukkig met mijn huidige leven, heb een lieve partner en kinderen die het goed doen en gezond zijn. En als ik er nog een paar mag noemen: het jaar dat ik mijn racelicentie haalde, een jaar geracet heb en natuurlijk Palestra.’ Maar een dieptepunt is er ook. Eentje die hij altijd met zich mee zal blijven dragen. ‘Toen ik zes jaar was, overleed mijn oudste zus. Nog maar zestien was ze. Ze kwam om het leven tijdens een verkeersongeluk. Dat verdriet blijft altijd.’