Arjan Elferink op weg naar Innsbruck en Collalbo

Medaillejager danst op de schaats

VEENHUIZEN – Het is de week van de waarheid voor Arjan Elferink. De Veenhuizer schaatser neemt deel aan Winter World Masters Games in Innsbruck, zeg maar de Olympische Spelen voor de wat oudere sporter. De 45-jarige doet met vier afstanden mee en hoopt toch zeker voor de medailles mee te kunnen strijden. Alsof dat nog niet genoeg is, doet hij een week later mee aan het WK Masters Allround in het Italiaanse Collalbo. Met de vorm zit het in ieder geval wel goed: ‘Ik ben waar ik wil zijn.’

Al sinds de zomervakantie werkt Elferink toe naar de Winter World Masters en het WK Masters. Hij traint tien (!) keer per week. Vooral korte trainingen, met als doel om explosiever te worden. Tien keer per week trainen klinkt vrij extreem maar wie de gymleraar een beetje kent, weet hoe fanatiek hij is. Onder het genot van een kop koffie gaat het al snel over het belang van sporten, trainen en goede voeding.

Elferink zit dan ook dicht op het vuur. De schaatser is al twintig jaar werkzaam voor het Dr. Nassaucollege als gymleraar. Hij begon in Assen maar is inmiddels al jaren werkzaam in Norg. Als sporter is hij van vele markten thuis. Hij begon als langebaanschaatser, specialiseerde zich later in de sprint, ging fietsen, werd marathonschaatser, om vervolgens – na nog meer omzwervingen – zich weer op het langebaanschaatsen te focussen. ‘Het is mooi om andere dingen te doen’, zegt hij. ‘Dat verveelt nooit.’

De sportmens Elferink heeft altijd het onderste uit de kan gehaald. Of het nou op de fiets of op het ijs was: zijn sport beleefde hij als een professional. Maar Elferink is ook eerlijk: ‘Je voelt je topsporter, maar je bent in feite liefhebber’, stelt hij. ‘Ik verdien mijn brood niet met het schaatsen. Daarbij gaan goede resultaten eind deze maand mijn loopbaan niet veranderen.’

Maar dat goede resultaten voor het oprapen lijken te liggen, is een feit. ‘Ik maak zeker kans’, weet Elferink. Allereerst heeft hij z’n leeftijd mee. Nog maar een halfjaar is hij 45, waardoor hij één van de jonkies van zijn categorie is. Ook heeft hij bijna op alle afstanden de beste seizoentijden. ‘Dat zegt natuurlijk niet alles, want misschien zijn er deelnemers die vroeger harder hebben geschaatst. Maar de ervaring leert dat als ze die tijden het afgelopen jaar niet gereden hebben, ze dat straks ook niet doen.’

Daarbij voelt Elferink zich gewoon goed. ‘Ik ben waar ik wil zijn, ondanks dat ik onlangs een kleine hamstringblessure opliep, waardoor ik enkele sprinttrainingen heb moeten missen.’ De échte sprintafstand, de 500 meter, laat hij op de Spelen alvast schieten. ‘Ik ben meer van de langere afstanden. Vanaf de 1500 meter gaat het bij mij echt lopen. Op de grotere afstanden wil ik vlammen.’ Op de Spelen in Innsbruck worden de medailles per afstand uitgereikt. ‘Ik laat de 500 meter schieten en de 10 kilometer ook’, zegt Elferink. Dit alles met het oog op Collalbo. ‘Als ik de 10 kilometer in Innsbruck wél doe, loop ik kans dat ik mijn voorbereiding voor het WK in gevaar breng. Dat lijkt me niet handig.’

Dat beide wedstrijden zo snel achter elkaar komen, ziet Elferink dan ook niet echt als een voordeel. ‘Het is maar de vraag hoe je recupereert. Wat ik wel weet, is dat ik in Italië mijn winst zal moeten pakken op de langere afstanden. Op de 500 meter moet ik de schade beperken en op de andere afstanden zal ik mijn winst moeten pakken.’

In totaal is de gymleraar zo’n twee weken van huis. Alleen is hij echter niet. ‘Ik heb zowel in Oostenrijk als in Italië een schaatsmaatje bij me. Maar je bent natuurlijk wel twee weken van huis.’ Het thuisfront kan hem via een livestream in de gaten houden tijdens de races. Verder weet Elferink nog niet wat hij kan verwachten. ‘Ik laat het over me heen komen. In Innsbruck wordt het professioneel aangepakt, met een openings- en sluitingsceremonie en een Olympisch Dorp. Dat lijkt me ontzettend leuk om eens mee te maken.’

Op het moment dat u dit stuk leest, is Elferink waarschijnlijk net aangekomen in Innsbruck. Hij verwacht veel Nederlands eremetaal. ‘Ik verwacht in een aantal categorieën toch wel een clean sweep voor Nederland. 1, 2 en 3 op een aantal afstanden moet lukken. Maar er zijn in Innsbruck meer sporten natuurlijk. Neem ijshockey, kunstschaatsen en biatlon. Daar gaan de Nederlanders geen prijzen pakken.’ En Elferink? Die gaat absoluut voor de medailles. 

Schaatsen als dansvorm

Haast vertederend kan Elferink praten over het schaatsen. Als hij desgevraagd aangeeft wat je als talent moet doen om een goede schaatser te worden, antwoordt hij als volgt: ‘Het is een totaalplaatje. Het heeft natuurlijk te maken met veel trainen, maar je moet je de beweging ook eigen weten te maken. Schaatsen is een soort dansje. Het is een ritme, een krachtexponent. Daarbij is het veel gebaseerd op tactiek. En daar bovenop moet je spelen met je lichaamszwaartepunt.’

De nuchtere gymleraar zou eens een gedicht moeten schrijven over de schaats.