Arjan van de Leur kreeg COVID-19

    ‘Ik ben geloof ik nog nooit zo beroerd geweest’

    RODEN – ‘Een rotvirus.’ Zo noemt Arjan van de Leur het coronavirus, dat hem in april van dit jaar velde. Hij weet nog precies wanneer het begon, namelijk op vrijdagmiddag 23 april tijdens een Teams-vergadering. ‘Het begon koud te worden in mijn voeten en binnen een uur zat ik rillend achter de computer.’ Daarna volgden hoge koorts, enorme hoofdpijn, keelpijn en moeite met slikken. ‘Op de website van het RIVM is een lijstje te vinden van de symptomen van COVID en ik had ze bijna allemaal,’ aldus Van de Leur. Een sneltest van de GGD gaf de bevestiging: Van de Leur testte positief op COVID-19, en dat terwijl hij twee weken daarvoor zijn eerste vaccinatie had gekregen. De gezondheidsdienst schatte in dat hij met een week wel weer beter zou zijn, maar dat liep anders.

    ‘Ongeveer tien dagen lang had ik heel hoge koorts rond de 39 of 40 graden,’ vertelt Van de Leur. Zelf had hij een saturatiemeter, waarmee hij de hoeveelheid zuurstof in zijn bloed kon meten. Bij gezonde mensen hoort dat tussen de 95 en 99 procent te liggen, maar Van de Leur zag de cijfers dalen tot ver onder de 90 procent. Hij had het daardoor erg benauwd en was bang voor een longontsteking. Daarom kwam de doktersdienst op Koningsdag langs. ‘Dat gaf wel bekijks in de straat,’ lacht Van de Leur nu. ‘De dokter kleedde zich op straat om, met een blauwe operatieschort, net als op de intensive care. En droeg een beschermingsbril, handschoenen en mondkapje’ De mededeling dat het niet om een longontsteking ging gaf rust, maar daarmee was Van de Leur nog niet beter. ‘Een paar dagen later werd ik ontzettend misselijk, ik ben geloof ik nog nooit zo beroerd geweest,’ zegt hij. Niets smaakte meer en eten stond me tegen: ‘Het enige dat ik binnenkreeg was fruitontbijt.’ Gedurende de coronaperiode viel Van de Leur maar liefst acht kilo af. Doordat hij nauwelijks iets binnenkreeg – in combinatie met een hoge koorts en lage saturatie raakte hij dusdanig uitgeput dat de huisarts langskwam. ‘Toen waren er twee mogelijkheden: naar het ziekenhuis of een kuur met dexamethason.’ Dat laatste is een ontstekingsremmer, waarmee een proef werd gedaan onder huisartsen in Drenthe. Dit was de reden dat Van de Leur het medicijn kreeg aangeboden. ‘De huisarts zei me later dat er discussie was over wanneer dexamethason moet worden gegeven, ‘Niet te vroeg, maar zeker ook niet te laat. Ik was al een tijd aan het zieken en de huisarts had patiënten gezien die er slechter aan toe waren dan ik.’ Dat was de reden dat Van de Leur behandeld werd met dexamethason. Dat deed volgens hem wonderen, want binnen twee dagen was hij van de koorts af en had hij ook weer zin in eten. Na de kuur die één week duurde was hij koorts- en klachtenvrij. ‘Toen wilde ik eruit, maar dat was iets te veel van het goede. Vanaf de parkeerplaats ben ik uitgeput op het terras van de Cuisinerie terechtgekomen. Daar heb ik een goed glas wijn en een heerlijke lunch besteld.’ Toch smaakte nog niet alles. Zo bleef hij koffie lange tijd vies vinden.

    Ook op andere vlakken is Van de Leur na enkele weken nog niet de oude. ‘Ik merk het aan mijn conditie. Voordat ik COVID kreeg wandelde ik drie keer per week zo’n vijftien kilometer. Daar ben ik in het begin van de pandemie mee begonnen om conditie op te bouwen, en dat heeft wel profijt gehad. Ik denk dat ik mede daardoor niet in het ziekenhuis terecht ben gekomen.’ Sinds COVID is de conditie echter fors minder. Weliswaar is Van de Leur weer voorzichtig aan het werk gegaan en wandelen doet hij ook weer, maar verder danvijf kilometer wandelen aan één stuk lukt nog niet. Na een half uur tuinieren is hij volledig uitgeput. Daarnaast slaapt hij veel. ‘Nadat ik klachtenvrij was ging ik al om 17.00 uur naar bed, nu – na enkele weken – ga ik nog steeds iedere avond al rond half tien of tien uur slapen. Voldoende rust is voor mij belangrijk om met werk en andere activiteiten op te starten.’ Dat is soms nog wel moeilijk voor Van de Leur: ‘Mijn valkuil is dat ik te snel wil. Het heeft tijd nodig, maar ik ben allang blij dat ik nu veel meer kan doen.’

    Hoe en waar hij het coronavirus heeft opgelopen weet hij niet. ‘Ik was en ben nog steeds heel voorzichtig. Ik werk  veel thuis, gebruik dure FFP2 mondkapjes en ga maar één keer per week naar de supermarkt.’ Daarnaast was hij al één keer gevaccineerd. ‘Misschien dat ik daardoor wel voor erger ben behoed,’ geeft Van de Leur aan. ‘Maar ik weet het niet. Misschien was het ook wel oorlog in mijn lijf, doordat het vaccin en virus met elkaar in gevecht gingen.’ Hij wil het coronavirus dan ook zeker niet als een griepje betitelen. ‘Wat ik had is misschien wel vergelijkbaar met een zware griep, maar dan ben je na drie à vier weken weer de oude. Dat is nu niet zo. En dan had ik nog wat het RIVM ‘milde klachten’ noemt. Er zijn ook genoeg mensen die in het ziekenhuis terechtkomen, aan het zuurstof moeten of zelfs in coma raken.’