Auke de Vries is niet meer

image

Zelfs God kon hem nu niet helpen

BOERAKKER – Auke de Vries is overleden. En hoewel het wellicht wat vreemd klinkt, hield ik aanvankelijk toch nog even een slag om de arm. Want Auke was al eerder dood. Klinisch dood. Tot hij – na een dag of vier- wakker werd en zijn leven zo weer oppakte. Alsof er niets gebeurd was. Zelfs God heeft hem nu echter niet kunnen redden. Een bijzonder man is daarom niet meer.

‘Auke de Vries, Boerakker’.
Met die woorden opende Auke elk telefoongesprek. En hij belde nogal eens. Soms elke dag, soms maanden niet. De eerste ontmoeting met Auke de Vries dateert van jaren geleden. Hij vertelde toen over zijn dood. Vier dagen lang was hij dood. Zijn lichaam werd- zo vertelde hij zelf- klaargemaakt voor de uitvaart. Zijn vrouw bleef dag en nacht aan zijn bed zitten en bleef op hem inpraten. Auke ontwaakte, de medische wereld reageerde geschokt.
Auke was toch al een gezegend man. Ooit zag hij namelijk God. Waar? Op de landerijen van Boerakker. Wat hij zag omschreef hij zelf als sprookjesachtig. God was groot. God was oogverblindend mooi. En God was ook zo weer weg. Toen Auke zich omdraaide om te kijken of meer mensen zagen wat hij zag, was de verschijning er niet meer. Zeker een kwartier stond Auke als aan de grond genageld.
Later – al refereerde hij altijd weer aan deze twee bijzondere gebeurtenissen- sprak Auke vooral over dijken. Want Auke wilde met een aantal andere mensen van wie hij de namen overigens angstvallig geheim hield, dijken om ons land. Ter bescherming. En als we Auke mochten geloven, stond iedereen achter hem. Tot de Koning aan toe. ‘Geld speelt geen rol’, zei Auke, die een voorliefde had voor de Mercedes. De dijken om ons land werden een soort van levenswerk. Hij heeft die klus niet af kunnen maken.
Auke was ook dominee. Zonder boekje. Hij bracht uit het hoofd psalmen, gedichten en verhalen. En nooit sprak hij ook maar iets verkeerd uit. Zijn geheugen was fantastisch, net als zijn gastvrijheid.
Kwam je bij Auke, dan stonden de pakjes drinken klaar. Had ie dan speciaal gekocht. En voor de foto hees hij zich steevast in zijn colbert, die iets te lang was. Auke was een open boek. Had wonden aan zijn benen. Wonden die hij ook gewoon liet zien. Om maar geloofd te worden. Want Auke had een ongekende bewijsdrang. Verdedigde zich zijn hele leven. Altijd en overal. En vaak was dat niet nodig, want keek je Auke in de ogen dan wist je dat hij oprecht was.
Auke de Vries was simpelweg een bijzonder mens. Een beetje een fantast wellicht, maar altijd oprecht en enthousiast. Hij spelde de Krant en de Streekkrant. Hij las werkelijk alles en knipte uit wat hij leuk vond. Wilde van alles op de hoogte blijven en belde vaak. Nooit meer ‘Auke de Vries, Boerakker’. Dat zal even wennen zijn. Ook voor de telefoniste.
En of die dijken nu alsnog om ons land komen is nu maar de vraag. Auke, rust zacht. Je was al tijdens je leven van een uitstervend ras.

Vincent Muskee