Bé Aalders zoekt de waarheid over zijn oudoom

 ‘Ik voel een verplichting naar mijn oma om uit te vinden wat er is gebeurd’

TOLBERT/ALTEVEER – Bé Aalders is al sinds 2009 op zoek naar het ware verhaal achter de verdwijning van zijn oudoom. In de oorlog verdween hij uit Alteveer, om uiteindelijk in Duitsland terecht te komen en zich aan te sluiten bij de SS. Wat er daarna met hem is gebeurd, is onduidelijk. Waarom de oudoom van Bé, Albert geheten, zich bij de SS aansloot, is ook zeer de vraag. Bé ging op zoek naar antwoorden, merkte dat er altijd twee kanten aan een verhaal zit en laat binnenkort zijn bevindingen opschrijven in een boek.

 Zijn fascinatie voor ‘de oorlog’ begon al toen hij een klein jongetje was. Bé vond de Tweede Wereldoorlog reuze-interessant, maar kreeg altijd van zijn oma te verstaan dat er niets moois was aan deze periode. ‘Ze vertelde mij dat ze haar broer was verloren en dat niemand wist wat er met hem gebeurd was. Pas later ben ik dat beginnen uit te pluizen.’

Zo’n elf jaar geleden begon die zoektocht. Men wist dat Albert Aalders zich bij de NSKK had aangesloten. ‘De NSKK was een soort van ANWB in het vooroorlogse Duitsland’, weet Bé. ‘Mijn oudoom kwam van Alteveer en woonde in één van de laatste plaggenhutten van de regio. Geld was er niet, het stuk tussen Nieuw-Roden en Roderesch werd ook wel ‘Tranendal’ genoemd. Mijn oudoom was gewend altijd te knokken voor zijn geld. Toen hij kon gaan werken bij de NSKK, was de keuze snel gemaakt. Hij zou er 2000 gulden per jaar verdienen, een flink bedrag in die tijd.’ Tel daarbij op dat Albert een zoon had die hij moest onderhouden en de keuze was snel gemaakt. De Drent vertrok naar Deventer om daar aan de slag te gaan.

Na twee weken in Deventer te hebben gezeten, vertrok Albert al naar Düsseldorf. ‘Blijkbaar had men hem toch niet zo nodig in Deventer en werd hij al snel naar Duitsland gestuurd. Later kwam hij in Berlijn, waar hij in een ziekenhuis brieven stuurde naar het thuisfront.’ Na die brieven vernam men niet veel meer van Albert. De brieven werden niet bewaard, omdat de signatuur van de SS hierop stond. ‘Ze zullen gedacht hebben: laten we die brieven maar niet bewaren, dat kon nog wel eens problemen geven’, denkt Bé.

Het maakte de zoektocht van Bé niet eenvoudiger. Hij schreef Duitse instanties aan, grasduinde in het oorlogsarchief in Den Haag en bezocht plekken waar zijn oudoom vermoedelijk zat. ‘Ik kwam erachter dat hij zich in december 1944 bij de SS aansloot. Ik denk dat hij weinig keus had. Duitsland was de oorlog aan het verliezen, dat was vrij bekend. Er gaan meer verhalen over jonge Nederlanders die van de Duitsers de keuze kregen: de kogel, een zelfmoordmissie of aansluiten bij de SS. Ik denk, maar ik kan het niet onderbouwen, dat Albert die keuze ook kreeg.’

Hij sloot zich aan bij de SS en werd naar het Oostenrijkse Graz gestuurd. Daar kwamen meer tewerkgestelde Nederlanders in een eenheid terecht. Bij Rechnitz lukte het hen om de oprukkende Russen terug te drijven, maar bij het verdedigen van een nabijgelegen station werd de eenheid overspoeld. ‘Vierhonderd man raakten die dag vermist. De Russen pakten herkenningstekens af van de gesneuvelde soldaten aan Duitse zijde. Misschien dat dit ook het lot van mijn oudoom was.’

De jarenlange zoektocht naar het verhaal van Albert Aalders, maakt dat Bé genuanceerder naar het verleden kijkt. ‘Bij de SS denk je: fout! Maar als je er verder in verdiept, zie je dat niet iedereen die fout was ook echt fout was. Er zitten altijd meerdere kanten aan een verhaal.’

Nog steeds is Bé druk bezig informatie over zijn oudoom te verzamelen. Igor Wijnker heeft aangeboden het verhaal in boekvorm te gieten. Hiervoor is een crowdfunding opgezet (www.igorwijnker.nl/crowdfunding).

‘Mijn oma zei altijd dat er niks ergers is dan dat je iemand verliest en geen idee hebt wat er met hem is gebeurd’, besluit Bé. ‘Ik vind niet dat ik een verplichting aan mijn oudoom heb om uit te zoeken wat er is gebeurd, maar wel een verplichting aan mijn oma.’