Begin van het einde

Je hoeft niet eens een ’echte Rôner’ zijn om te weten welke boom hierboven is afgebeeld en waar hij staat. Een zekere vermaardheid geniet ’De Dikke Boom’ zeker en als je op de Mensingheweg eronderdoor rijdt of loopt mag je hopen dat de enorme zijtak die over de weg hangt niet plotseling afbreekt. Zo’n tak is alleen al een boom op zich. Ondanks de enorme kracht die erop wordt uitgeoefend zal dat niet zomaar gebeuren, maar u mag best met enige vrees toch even stiekem naar boven kijken.

Er zijn oudere bomen in Nederland, maar met zijn 369 jaar heeft De Dikke Boom (een Zomereik) al een respectabele leeftijd bereikt. Er hadden er meer kunnen staan, ware het niet dat veel generatiegenoten het loodje legden toen eens een enorme storm woedde. Overigens kun je niet uitsluiten dat ze anders wel op een gegeven moment waren geveld, want bomen werden geplant om geoogst te worden en niet voor de mooiigheid. Dat gebeurt nog steeds, hoewel de waardering voor oude bomen en bossen wel toeneemt. Enerzijds wordt er bos gekapt om in een behoefte te voorzien, door de overheid opgelegd, en anderzijds worden er bomen gekapt omdat ze gevaar kunnen opleveren. Stel dat die ene dikke tak van De Dikke Boom gevaarlijk dreigt te worden dan heb je liever dat die tak wordt verwijderd (natuurlijk niet de boom) dan dat je hem ’op je testament’ krijgt. Dat er met iets meer respect met bomen (en de natuur) wordt omgegaan is pas iets wat pakweg ruim 100 jaar geleden is ontstaan. Zeg maar in de tijd van Jac. P. Thijsse. Dat was in de tijd dat het Naardermeer het predicaat natuurreservaat verwierf. Natuurliefhebbers kochten het voor ruim hondervijftigduizend gulden en voorkwamen daarmee dat het gebruikt zou worden als vuilstort. Het leidde tevens tot de oprichting van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten.

Daarna zijn er steeds meer natuurreservaten ontstaan en één ervan is het Natuurschoonbos tussen Nietap en Roden. Ook dat gebied dreigde voor het nageslacht verloren te gaan, maar betrokken bevolking wist voldoende centjes bij elkaar te vergaren om dit te voorkomen. Enkele weken geleden schreef ik nog over dit gebied en vooral ook over projecten die men nodig acht om daar uit te voeren. Wat ik beslist niet goed vind is dat het bedrijf dat er werkzaamheden gaat uitvoeren ook een adviserende rol heeft. ”De slager keurt zijn eigen vlees”, schreef ik. Wat tijdens een schouw werd voorgespiegeld kreeg later op de website van de vereniging een andere wending. Op een bepaalde plek werd gezegd dat er zieke bomen zouden worden gekapt en later las ik: ”Er mogen best wat grote bomen uit, waar nodig, wat licht in het bosje brengen”. Dat mag, maar geen gezonde bomen! Daarbij stond een zwak verhaal over de flora die licht nodig zou hebben, maar soorten als de Bosanemoon en Muskuskruid hebben hun cyclus gehad voor de bomen echt in blad staan. Voor planten als de Boszegge en Ruige veldbies geldt dat die juist best schaduw verdragen. Het lijkt erop dat bepaalde mensen bij deze vereniging er ouderwetse ideeën (oogsten) op na houden en in plaats van het behoud van natuurschoon na te streven het juist om zeep helpen.

Terug naar De Dikke Boom, want u denkt misschien dat er gevaar dreigt vanwege de kop boven deze column. Sommige mensen denken dat wanneer ze zwammen op een boom zien groeien dit een slecht teken is. Vorige week was ik daar tijdens een rondje en zag warempel dat een zware tak was bezet met talloze exemplaren van de Eikentrilzwam. Dat duidt er op dat deze tak dood is, want deze zwam is geen parasiet, maar een saprofyt; een soort die leeft van dood hout. Er is dus niets mis mee. Wel kan de tak op een bepaald moment zo door en door rot worden dat hij afbreekt. Dat gebeurt heel traag, want u weet dat eikenhout niet zomaar vergaat. Voorlopig is er dus nog niks aan de hand met deze reus. Sterker, als het een beetje meezit, en waarom zou dat niet, staat deze boom er over 200 jaar nog en misschien wel langer. Duizendjarige eiken zijn er trouwens niet en eens komt aan alles dat leeft een eind.