Bertus Jan Epema wil best het braafste jongetje van de klas zijn

‘Noordenveld loopt achter in de energietransitie’

RODEN –Noordenveld wacht een grote uitdaging. Niet alleen wil de gemeente in 2030 de duurzaamste gemeente van Drenthe worden, het hoofddoel is om in 2040 volledig klimaatneutraal te zijn. Ambitieuze plannen, waarvan de gemeente niet mag afwijken. Tenminste, als het aan Bertus Jan Epema ligt. De fractievoorzitter van de duofractie PvdA/GroenLinks is misschien wel dé voorvechter van de Noordenveldse energietransitie. Tijdens raadsvergaderingen slaat hij meermaals met de vuist op tafel wanneer andere fracties even lijken te vergeten voor welke opdracht de gemeente staat. Moet Noordenveld het braafste jongetje van de klas zijn? ‘Waarom niet?’, luidt zijn tegenvraag.

Bertus Jan Epema dus. Geboren in de Zondagstraat in Roden, verhuisd naar Foxwolde om via Groningen weer terug te komen in zijn geboortedorp. Ondertussen leerde hij Angelique kennen, studeerde hij Personeel en Arbeid, werkte bij de ING en won hij met BUKU de innovatieprijs van de Kamer van Koophandel. O ja, en hij was een tijd lang voorzitter van de Groningse voetbalclub Amicitia, alwaar hij al energiebesparende maatregelen toepaste. Want wat je ook over Epema zegt: duurzaamheid loopt als een rode draad door zijn leven.

‘Ik kom uit een nest waar maatschappelijke onderwerpen voortdurend aan de kaak werden gesteld. We zijn christelijk opgevoed, met als wapenspreuk: “doe wat je zegt, zeg wat je doet”. Ik ben zelf niet meer van de kerk, maar heb nog steeds veel raakvlakken met mensen die vanuit een bepaalde ideologie een betere toekomst wensen. Waarschijnlijk is dat een reden dat wij als PvdA/GroenLinks-fractie vaak de ChristenUnie vinden tijdens het debat in de raadsvergaderingen.’

Waar Epema zich op de basisschool vooral opwond over kernwapens (‘geen goed idee, vond ik’), verlegde hij op het voortgezet onderwijs zijn focus naar sociale kwesties. ‘Het verschil tussen arm en rijk, was daarin het grootste thema. Ik ben geen communist, maar ik vind dat het eerlijker verdeeld mag worden. Het is één van de redenen dat ik met plezier belasting betaal. Dat komt ook omdat ik vertrouwen in de politiek heb, ondanks dat ik kritisch blijf. We moeten realistisch zijn: we staan in zoveel zaken in de top 10 van de wereld. Welzijn, gelijke kansen, sociale voorzieningen, noem het allemaal maar op. We kunnen onmogelijk volhouden dat Den Haag het zo slecht doet, als je de feiten er op naleest.’

Na de middelbare school kwam het volgende vraagstuk waar Epema zich druk om begon te maken. Klimaatverandering en duurzaamheid – waarvan het laatste weliswaar een containerbegrip is – kregen zijn volle aandacht. Hierin bleek Epema een principeman. ‘Op mijn achttiende behaalde ik mijn rijbewijs, op mijn negentiende probeerde ik hem in te leveren. Dat kon helemaal niet. Hij zou kunnen worden ingevorderd als ik dronken achter het stuur zou gaan zitten, maar dat leek me geen strak plan.’

Klimaatverandering ziet hij als een strijd. ‘Aan de ene kant zijn de mogelijkheden voor de mens onbeperkt, aan de andere kant lijdt het milieu onder die onbegrensde mogelijkheden.’ Voor Epema reden om zijn ecologische voetprint zo klein mogelijk te houden. ‘Practice what you preach’, noemt hij het. Doe wat je zegt, zeg wat je doet; daar is zijn motto weer. Een voorbeeld is zijn eigen huis aan de Mensingheweg. ‘Eerst woonde er een mevrouw alleen. Samen met een vrienden kochten wij het huis en maakten wij er twee huizen van. Opeens woonden er elf mensen, in plaats van één. Inbreiding in plaats van uitbreiding, iets wat wij als fractie ook bepleiten.’

Het huis is ‘gasloos’. ‘We hebben bij de aankoop van dit huis meteen aardwarmte laten aanleggen. Daarin waren wij één van de eersten.’ En ik ga met de pedelec naar mijn werk in Groningen. Maar aan zelfverheerlijking doet Epema, die ook kritisch op zichzelf blijft, zeker niet. ‘Wij zijn geen heiligen!’, benadrukt hij. ‘Zo rijden wij nog op diesel. Als ik straks de mogelijkheid heb, ga ik zeker overstappen op elektrisch rijden. Inmiddels zie je dat daar veel subsidies voor worden verstrekt. Persoonlijk ben ik geen voorstander van subsidies op de hele dikke auto’s. De Tesla’s van deze wereld, ik denk niet dat je daar zoveel op in moet zetten. Ik zou pleiten voor subsidies op de wat kleinere auto’s, die betaalbaarder zijn voor de middenklasse. Daar schiet je meer mee op en ondertussen maak je mensen warm voor de energietransitie. Als fractie zeggen wij steeds: “Je eigen varken stinkt niet”. We willen mensen actief laten participeren in de energietransitie en ervan laten mee profiteren! Kijk naar Energiecoöperatie Noordseveld die samen met de gemeente energieprojecten realiseert. In het project ‘’Noordseveld op rozen’’ bijvoorbeeld kunnen alle inwoners van Noordenveld voor een heel laag bedrag, ook zij met een kleinere beurs, meeprofiteren van zonne-energie opgewekt in Noordenveld. Met een mooi financieel èn maatschappelijk rendement.

Epema vindt dat Noordenveld sowieso een inhaalslag moet maken op het gebied van de energietransitie. ‘We hadden eerder kunnen beginnen op heel veel gebieden. We lopen achter en moeten een inhaalslag maken. Dat is heel belangrijk. Ons huidige college ziet dit en over de portefeuillehouder, Kirsten Ipema, zijn wij zeer enthousiast!’

Een belangrijk document tijdens de energietransitie, is de Noordenveldse Kwaliteitsgids. Hierin staan richtlijnen aangegeven over hoe energieprojecten in het landschap kunnen worden verwerkt. ‘Er zijn veel plekken in Noordenveld die nog niet benut worden voor de energietransitie’, weet Epema. ‘In de Kwaliteitsgids zijn afspraken gemaakt over wat we wél en niet willen. We willen namelijk niet het Noordenveldse landschap drastisch over de kop gooien. We hebben hier een prachtig landschap en dat moeten we koesteren. Tegelijkertijd moeten we ook stappen maken. Dat is best spannend.’

Tijdens een raadsvergadering gaf de VVD-fractie te kennen bang te zijn dat het noorden moet lijden onder de ambities van het westen. ‘Het noorden de lasten van de energietransitie, het westen de lusten’, luidt de vrees. Epema: ‘Sowieso vind ik angst een slechte raadgever. Daarbij moeten we niet vergeten dat er in het westen ook veel geld verdiend wordt. Er is veel bedrijvigheid en we moeten niet doen alsof we daar niet van meeprofiteren. Tegelijkertijd wil dat niet zeggen dat we hier maar het landschap moeten volplempen met zonnepanelen. Maar het zou raar zijn als we hier aanvaardbare plekken in Noordenveld onbenut blijven, zeker als we een goede compensatie kunnen bieden.’

Om maar even aan te geven dat het beter kan, komt Epema met een aardige statistiek. ‘We wekken nu nog geen tien procent van de energie op die wij, als Noordenvelders, verbruiken.’ Zeker met het oog op 2040, waarin Noordenveld energieneutraal hoopt te zijn, is dat schrikbarend weinig. ‘Het begint met besparen’, vervolgt Epema. ‘Dat is nog belangrijker dan opwekken. Dat wat je niet gebruikt, hoef je niet op te wekken. Heel simpel. Als duo-fractie zijn we nog bezig om hier een initiatief voor op te zetten.’

Duo-fractie

Voor sommigen was het even wennen toen bleek dat de PvdA en GroenLinks voortaan samen zouden optrekken in een duo-fractie. Sinds 2018 is er sprake van deze duo-fractie en Epema spreekt van ‘een avontuur’. ‘De vraag was natuurlijk of het ook in de praktijk zou werken. Nou, het werkt fantastisch. Of het op landelijk niveau ook zou moeten? Goede vraag, ik geloof persoonlijk dat we zo ver zijn om erover te praten. Maar zoiets moet van onderop komen. Als er in het hele land veel PvdA/GroenLinks-fracties worden opgetuigd, dan kan het zijn dat men ook landelijk meer heil ziet in een permanente samenwerking. Persoonlijk zit ik niet met een bepaalde emotie dat ik denk: ik ben per se GroenLinks. Dus ik zou mij best kunnen vinden in een samenwerking.’

Beste jongetje van de klas

Terug dan naar de energietransitie, een onderwerp waar we de komende jaren mee dood zullen worden gegooid. We ontkomen er niet aan, weet ook Epema. ‘De energietransitie is gewoon nodig. Punt.’ En als milieubewuste politicus zal de fractievoorzitter van PvdA/GroenLinks zich dan ook blijven inzetten voor de goede zaak. Dat blijkt tijdens raadsvergaderingen, wanneer Epema steevast hamert op doorpakken. Waar andere politici liever de kat uit de boom kijken en willen zien wat de gemeenten om Noordenveld heen doen, wil Epema met volle kracht vooruit. ‘Waarom zouden wij niet het beste jongetje van de klas willen zijn?’, vraagt hij zich hardop af. ‘Laat andere gemeenten maar een voorbeeld aan ons nemen, zodat zij zich aan onze dadendrang kunnen optrekken. Ik zal mij blijven inzetten voor die houding.’ Eén ding is duidelijk, van Epema is de gemeenteraad nog lang niet af. ‘En van mijn fractie ook niet. Wij werken met een goed stel mensen aan hetzelfde doel.’