Bijen, ‘je moet ze koesteren’

VEENHUIZEN – ‘Oeh, dat gaan ze vanmorgen niet leuk vinden,’ zegt imker Albert Jan Pol uit Veenhuizen. Het is een koude dinsdagochtend als de fotograaf van De Krant een foto wil maken van hem en zijn bijenvolken. ‘Het is te koud, ze vliegen nu amper, eigenlijk zijn ze zelfs een beetje boos. In de bijenkast zelf is het nu lekker warm. Ongeveer 35 graden.’ Maar toch, een imker in pak, met een bijenvolk in de weer. Dat wil het plaatje. Gelukt.

De tuin bij het huis is bij vriendelijk. Er zijn volop fruitbomen, bloemen en planten. ‘Zeven jaar geleden heb ik een cursus gevolgd over het houden van bijen. Dat kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Als kleine jongen at ik in de middag regelmatig bij mijn opa en oma. Daar werd het houden van bijen mij met de paplepel ingegoten. Ik heb altijd tegen mijn opa gezegd dat wanneer ik tijd en ruimte kan maken in mijn leven ik ook bijenhouder zou gaan worden. Dat is nu het geval. Bij bijen houden gaat het mij niet om de honing. Het daarom is groter dan het waarom,’ zegt Albert Jan Pol.

Bijen zijn belangrijk in onze natuur. Zij zorgen voor bevruchting van planten en bloemen. Doen ze dat niet meer, dan is de groentewinkel nog maar met de helft gevuld. Noten, fruit, koffie, chocolade, het is dan allemaal niet meer zo vanzelfsprekend. ‘Bijen met je koesteren,’ zegt Albert Jan Pol. ‘Eigenlijk zou iedereen iets in zijn tuin moeten doen dat bij vriendelijk is. Dat is beslist niet ingewikkeld. Een bloeiende plant is al een uitkomst. De mono cultuur van alleen maar eiken aan een weg is niet goed voor de bijen. Kies vaker voor een linde, een hazelaar of een walnoot. Op dit gebied is er verschrikkelijk veel te winnen in Nederland.’