Biodiversitijd in mien toentje

Het is maart 2020. Als gevolg van de coronamaatregelen werk ik thuis. Vaker dan voorheen kijk ik, met een op koffie in de hand, uit het raam naar onze voortuin. De eerste blaadjes verschijnen aan de hazelaar. Tussen de hazelaar en het nestkastje aan de muur vliegen voortdurend pimpelmeesjes heen en weer. Vorige week zat er nog een bonte specht in dezelfde boom. Boven de ‘wilde’ voortuin vliegen lieveheersbeestjes en vlinders rond. Er groeien diverse soorten inheemse planten in onze tuin waaronder vingerhoedskruid, teunisbloem, varens, vogelmelk, lelietjes-van-dalen, klimop en kievitsbloem. De kievitsbloem bloeit op dit moment. Ik geniet daarvan.

Regelmatig krijg ik echter opmerkingen te horen als ‘Wanneer ga je die verwilderde tuin van jou eens aanpakken”. Gelijk schieten dan doomscenario’s door mijn hoofd van soortenarme groene graswoestijnen en aangeharkte buxus en ‘begoniatuinen’, zoals ik ze noem. Ik zie grote verschillen en dat levert boeiende gesprekken op. Gelukkig zijn er genoeg tussenvormen en mag iedereen zijn tuin naar eigen inzicht inrichten. Oké…. er mag bij ons wat gras en woekerende witte dovenetel tussen de overige planten worden gerooid.

Biodiversiteit, daar heb je vast wel eens van gehoord.Het is een mooi woord voor alle verschillende soorten, planten, dieren, micro-organismen en schimmels maar ook de levensgemeenschappen die zij vormen en de ecosystemen waarin zij leven. Ecosysteem is een moeilijk woord voor een samenleving van planten, dieren en micro-organismen binnen een bepaalde leefomgeving. Denk daarbij aan tropische regenwouden, koraalriffen maar ook hoogvenen, schelpenbanken en wellicht (voor)tuintjes. “bio” betekent leven en “diversiteit” betekent verscheidenheid. Kortom, best ingewikkeld, maar onthoud dat alles met alles samenhangt.

Al deze soorten houden samen de levende natuur in balans. Een natuur waarbinnen alles een functie heeft en variatie belangrijk is. En deze natuur (Biodiversiteit) is belangrijker dan je zou denken. Zo komt een flink deel van de medicijnen, bijvoorbeeld tegen kanker, voort uit de natuur. Zorgen ecosystemen voor zuurstof en zorgen insecten voor de noodzakelijke bestuiving van planten, waaronder onze landbouwgewassen. Daarom wordt biodiversiteit vaak gebruikt om de gezondheid van een ecosysteem aan te geven. De biodiversiteit van een gebied wordt dan vergeleken met gegevens uit het verleden of uit vergelijkbare gebieden.

We kennen wereldwijd nogal wat soorten, momenteel zo’n twee miljoen. Daarvan komen, voor zover bekend, ongeveer 40.000 soorten voor in Nederland. Het exacte aantal is niet bekend, want regelmatig worden nieuwe soorten ontdekt en sterven soorten uit. Gelukkig komen ook enkele soorten terug of nemen weer in aantallen toe. Vaak als gevolg van natuurmaatregelen. Voorbeelden zijn de rivierprik, enkele vleermuissoorten en de kerkuil. Ook worden soorten als de raaf, bever en otter opnieuw uitgezet of  komen ze uit zichzelf, zoals de wolf. Daar zitten ook soorten bij die hier oorspronkelijk niet voorkwamen. Ze komen hier naar toe als gevolg van de klimaatverandering of reizen met mensen mee. Een aantal daarvan voelt zich hier goed thuis, zoals de wespenspin, de Japanse duizendknoop en de Amerikaanse rivierkreeft. We zijn daar niet altijd blij mee omdat ze soms de oorspronkelijke soorten verdringen.

Nederland mag wereldwijd een klein landje zijn, het heeft op gebied van biodiversiteit een behoorlijke internationale betekenis. Denk aan het waddengebied, maar Nederland heeft veel meer belangrijke en bijzondere natuurgebieden. Gebieden met internationale betekenis, die noemen we Natura 2000 gebieden. Je vindt er bijzondere dier- en plantensoorten. Voor deze soorten en gebieden heeft Nederland een internationale verantwoordelijkheid.

Maar…wereldwijd loopt de biodiversiteit terug, meestal als gevolg van menselijke activiteiten. Natuurgebieden staan onder druk door o.a. wegenaanleg, stedenbouw en mest- en chemische stoffen. Ook in Nederland, gaat de biodiversiteit achteruit. Voor zover bekend zijn er sinds 1900 minstens 600 diersoorten uit Nederland verdwenen.

Ik kijk naar buiten en zie een hommel, waarschijnlijk een koningin, op een paardenbloem landen. Een ‘Koninklijk’, wild, Drents dorpstoentje van ongeveer 25 m2, vol leven. Zo dragen wij thuis een druppel bij aan de biodiversiteit. Ik hoop dat steeds meer mensen zich daarvan bewust worden want de biodiversiteit staat onder druk. Iedereen kan daar aan bijdragen, in huis maar ook in je tuin. Hoeveel biodiversitijd hebben we nog?