Blauwborst

column-Cees-blauwborst

 

Laatst zat ik me af te vragen hoeveel vogels er in Nederland broeden en ben aan het rekenen geslagen. Ruim 200 soorten komen hier tot broeden en al tellende kwam ik uit op een aantal van pakweg 12 miljoen broedparen. Met de hier overzomerende vogels zijn er dus (gelukkig) aanzienlijk meer vogels dan mensen. Daarnaast zijn er nog heel veel trekvogels en wintergasten.

De meest algemene broedvogel in Nederland is de Merel met meer dan 1 miljoen broedparen. Eerst was de Huismus de talrijkste broedvogel, maar door huisvestingsproblemen en veranderd voedselaanbod is het aantal van meer dan een miljoen paartjes met enkele honderdduizenden afgenomen. Er zijn er nog best veel van en soorten waar dit ook voor geldt zijn: Wilde eend, Houtduif, Zwartkop, Roodborst, Tjiftjaf en Vink, om maar enkele te noemen. Van elk van deze vogels zijn er honderdduizenden paartjes en dat tikt behoorlijk aan. Naast deze zeer algemene broedvogels zijn er uiteraard minder algemene soorten, zeldzame en nogal wat sporadische broeders. Onder die laatste groep kun je bijvoorbeeld de Grote aalscholver en Kuifaalscholver scharen. Of die hier een vaste plek weten te veroveren moet je afwachten. Dat geldt ook voor incidentele broedvogels als de Bonte strandloper en Oeverloper. Je hebt meeuwensoorten waar de meesten van u waarschijnlijk nog nooit van hebben gehoord: Dwergmeeuw, Geelpootmeeuw en Pontische meeuw. Alle hebben hier succesvol gebroed en sommige kunnen best in aantal toenemen. Er zit een enorme dynamiek in het broedgebeuren. Wat eerst algemeen was kan schaars worden en wat er eerst niet was kan zich zomaar hier vestigen.

Het is bekend dat de moderne landbouw tot een desastreuze afname van akker- en weidevogels heeft geleid. Ik heb hier wel vaker geschreven dat op boerenland niets meer op vogelgebied valt te beleven. Er zijn gelukkig nog wel bedrijven waar (soms tegen een vergoeding) rekening met broedvogels wordt gehouden. Maar door de bank genomen zijn ze van de landbouwgronden verdreven. Landbouwers zijn steeds meer ondernemers geworden die een maximaal rendement nastreven en dan is er geen plaats voor soorten als Grutto, Patrijs en Veldleeuwerik. Ondanks dat is het aantal broedvogels in Nederland de laatste decennia toegenomen. Bij sommige soorten is de toename niet spectaculair te noemen, maar wel significant, bijvoorbeeld bij soorten als de Kraanvogel en de Raaf. Andere zitten veel meer in de lift: Ooievaar, Grote zilverreiger en Slechtvalk. Sommige gaat het wel zeer voor de wind, zoals de Grauwe gans. Deze was nota bene in Nederland uitgestorven en nu zijn er zoveel dat ze op bepaalde plekken overlast veroorzaken. Landbouwers zien ze liever niet op hun land en in de buurt van vliegvelden zijn ze ongewenst, vanwege eventuele botsingen met vliegtuigen.

Andere ganzen komen hier ook steeds meer tot broeden: Brandgans en Kolgans bijvoorbeeld. Daarvan heb ik nooit kunnen bevroeden dat dit ooit zou gebeuren, omdat ze werden gezien als echte wintergasten. Maar zoals hierboven al is opgemerkt zit er een enorme dynamiek in de vogelwereld. Nederland is in feite een groot deltagebied met waterrijke streken waar veel watervogels zich thuis voelen. Eendensoorten als de Krakeend en Tafeleend zijn zonder meer spectaculair in aantal toegenomen. Ook andere vogels die houden van een waterrijke omgeving zie je in een toenemend aantal, zeker wanneer er aan natuurontwikkeling wordt gedaan. Neem een gebied als De Onlanden waar de vogel boven dit stukje, de Blauwborst (foto: Pia Zomer), een stuk talrijker voorkomt dan voorheen. Vorig jaar broedden in dit gebied maar liefst 120 paartjes. Met de Blauwborst, die net als de Roodborst zijn naam eer aandoet, is het wel eens minder goed gegaan, maar na een afname in 1985 (2500 paartjes) is het crescendo gegaan. In 2000 bedroeg het aantal broedparen namelijk al 10.000 en nu mag de stand geschat worden op 12.500. Toch zijn er altijd bedreigingen, zoals bijvoorbeeld in een bolwerk als het Nationaal Park De Biesbosch. Daar nemen ze af als gevolg van de explosieve toename van de Reuzenbalsemien waardoor de vegetatie te veel verdicht. Wat goed is voor het ene gaat vaak ten koste van het andere.