Blik in de bajes: Hoofd Arbeid Ron Buisman

Iedereen kent de penitentiaire inrichtingen in Veenhuizen van de buitenkant. Maar niet veel mensen weten hoe het er binnen aan toe gaat. Hoe het is om er te zitten, of om er te werken. Tijd om eens een kijkje in de gevangenis te nemen in de reeks Blik in de bajes.

‘Ik houd ervan om mensen te verbinden, te kijken wat iemand nodig heeft’

VEENHUIZEN – Arbeid is een essentiële speler in het hele re-integratieplan. Het is tegenwoordig niet meer verplicht, maar het wordt wel sterk gestimuleerd. Om ervoor te zorgen dat alle penitentiaire inrichtingen op dezelfde lijn zitten, werd in 2015 met In-Made gestart. Via deze methode worden gedetineerden tijdens detentie voorbereid op een leven buiten de gevangenis.

In hoeverre werken kan bijdragen aan een terugkeer in de maatschappij, legt Ron Buisman, hoofd Arbeid, uit: ‘Als de gedetineerde binnenkomt, laten we hem eerst even landen. Dat is belangrijk, omdat het een heftige overgang kan zijn om opeens in de gevangenis terecht te komen. Na een bezoek aan de centrale intake komt de gedetineerde bij de werkmeester  Arbeid terecht, voor nog een intake. Daarbij willen we dingen weten als: wie ben je, wat zijn je achtergronden, wat kun je en wat zou je willen leren. Meedoen aan het arbeidsprogramma is niet verplicht, maar niet meedoen heeft wel consequenties. Zo kun je, als je niet meedoet, in het basisprogramma terecht komen. Dat betekent dat je niet in aanmerking komt voor bepaalde privileges en of vrijheden.’
In-Made is de formulenaam van alle arbeidsbedrijven in de penitentiaire inrichtingen in Nederland. Waarom een formule? Tot 2011 was er geen samenhang tussen arbeidsbedrijven, elke gevangenis had zijn eigen manier van werken. En het ging over het algemeen ook alleen maar over werken, en veel minder over het daadwerkelijk begeleiden. Nu heeft elke gevangenis het proces op dezelfde manier ingericht. ‘We zorgen dat ze bagage krijgen, zoals scholing, ervaring en diploma’s. Natuurlijk zorgt werken ook voor regelmaat en een gevoel van nuttig zijn. Daarnaast brengen we mensen in verbinding met bedrijven waar ze niet alleen kunnen leren, maar via het traject Ex-Made ook aan het werk kunnen, in een unieke combinatie van écht werk en werken aan re-integratie.’

Alle arbeidsmedewerkers zijn opgeleid tot praktijkopleiders, waarmee ze eigenlijk een soort talentscouts zijn. Ze onderzoeken wat een gedetineerde al kan, en wat hij nog niet kan. Waar we mee aan het werk kunnen en hoe we iemand misschien veel breder in kunnen zetten dan alleen als arbeidskracht. De een kan misschien heel slecht leren, dan beginnen we helemaal bij het begin. Maar een doel kan ook zijn dat je op tijd komt. We gaan dan steeds een stapje hoger, zodat mensen certificaten kunnen halen. Uiteindelijk kunnen sommigen later aansluiting vinden in een onderwijstraject, zodat ze bijvoorbeeld een MBO-diploma kunnen halen.’
Binnen Veenhuizen zijn alle aspecten van Arbeid te vinden. In Esserheem wordt vooral machinale arbeid verricht, in Norgerhaven is er de assemblage en montage-afdeling en een grote wasserij.

‘Binnen onze locatie hebben we ook nog een agrarisch bedrijf, daar zit een externe partner op. Dat is echt buiten deze muren. Dat is goed voor gedetineerden die in een overgangsfase zitten, die bijna hun straf hebben uitgezeten en op deze manier droog kunnen oefenen, op een beperkt beveiligde afdeling.’

Verbinden is belangrijk
Mensen verbinden en vertrouwen geven waar het kan, is een van de speerpunten van Buisman en zijn afdeling. ‘Ik houd ervan om mensen te verbinden, te kijken wat iemand nodig heeft om te komen tot een hoger doel. Dat geldt voor zowel werkgever als werknemer. Daarbij is het ook belangrijk dat de gedetineerde wordt gehoord en dat we goed kunnen kijken naar wat de waarde van iemand is. We hebben soms te snel de neiging om de deur dicht te gooien en te zeggen dat iemand eerst boetedoening moet doen. Maar het is veel beter dat diegene de maatschappij weer in kan en zich nuttig kan voelen. Dat maakt ook dat de kans op recidive kleiner wordt.’

Kansen die hij ziet worden met beide handen aangegrepen. ‘Onlangs bezocht ik een scheepswerf. Daar werden luxe jachten gebouwd, maar ook aluminium sloepen. De eigenaar van de werf vertelde dat er zo’n grote vraag is naar de sloepen, dat ze niet meer in elkaar gezet kunnen worden. Hij moest ze dus als bouwpakket leveren. Ik heb aangeboden dat hij wellicht eentje bij ons arbeidsbedrijf op de las- en metaalafdeling kon afleveren, om te kijken wat we voor elkaar zouden kunnen betekenen. Voor we het wisten hadden de gedetineerden in onze werkplaats een sloep in elkaar gelast. Een van die jongens heeft een eigen metaalbedrijf, die leidt nu als voorman de anderen op. Nu krijgen we een regelmatige aanvoer van bouwpakketten van sloepen, die jongens staan ervoor in de rij. De gedetineerde die nu als voorman werkt, kan straks in de laatste fase van zin detentie waarschijnlijk naar de scheepswerf. Daar is hij in het kader van zijn re-integratie prima op zijn plaats.’
Een rondleiding over de buitenwerkplaatsen van het arbeidsbedrijf in Esserheem leert dat er genoeg te beleven valt op werkgebied voor gedetineerden. Enorme trailers staan klaar om opgehaald te worden. In de werkhallen worden meubels gemaakt, er worden onderdelen gespoten op de coatingafdeling en er wordt aan een van de sloepen gewerkt. De sfeer is ontspannen, hier en daar is het tijd voor een sigaretje. ‘We stellen ook ruimtes beschikbaar aan externe klanten in een dependance vorm. Er zijn genoeg bedrijven die willen uitbreiden. Wij hebben de ruimte en de vakkrachten. Maar we willen er wel voor terug dat onze jongens er aan een zinvolle productie mogen werken met kansen op baangarantie nadien. En zo snijdt het mes aan alle kanten.’