BMX-broers Van Buizen op weg naar het WK

‘Het geeft een kick en je kunt je energie erin kwijt’

RODEN – Waar hun klasgenootjes aan voetbal, hockey, korfbal of zwemmen doen, kozen de broers Tom (11) en Martijn (9) van Buizen voor een heel andere sport. Zij doen namelijk aan BMX en race met tientallen kilometers van een zes meter hoge startheuvel af. Dat doen zij niet onverdienstelijk, want de broertjes gaan in augustus samen naar het WK in eigen land.
Toen het na de zwemles tijd was om een nieuwe sport te kiezen, wist Tom niet goed wat hij wilde. ‘Ik vond niets echt leuk,’ zegt hij. ‘Uiteindelijk zei ik maar wat.’ Het werd dus BMX. Na één bezoek aan de baan in Zevenhuizen was Tom verkocht. Dat was in 2017. Twee jaar later begon ook zijn jongere broertje Martijn met BMX’en. Hij had geluk, want al in zijn eerste jaar mocht hij meedoen aan het WK BMX in het Belgische Zolder. ‘We hebben daar onze ogen uitgekeken,’ zegt vader Peter. ‘Er deden zelfs kinderen mee van zeven jaar oud uit Nieuw-Zeeland.’ Toen al werd de kiem gelegd voor deelname aan het WK in Papendal. ‘We wisten: dan is het WK in Nederland, daar willen we naartoe.’
Inmiddels trainen de broertjes op de baan in Assen, die wat meer uitdaging biedt dan de baan in Zevenhuizen. De broers zijn dusdanig BMX-fan, dat er daarnaast ook al een baantje in de tuin in aangelegd, inclusief startheuvel. Wat er zo leuk is aan BMX? ‘De snelheid is leuk,’ aldus Martijn. ‘Het geeft een kick en je kunt je energie erin kwijt,’ vult Tom aan.
In het weekend gaat de hele familie Van Buizen op pad voor de wedstrijden van de KNWU. Omdat BMX een risicosport is moeten ouders de hele dag aanwezig zijn bij de wedstrijden. Daarvoor gaan zij het hele land door. Tom somt op: ‘Kampen, Papendal, Brabant, Zolder… We zijn bijna overal al geweest.’ Moeder Gerda vult aan: ‘Soms staan we op zondagochtend al voor 9.00 uur in Barendrecht.’ Het betekent altijd snel eten, soms in de auto eten en veel onderweg zijn. Veel banen bevinden zich namelijk in het zuiden van het land. In de drie noordelijk provincies zijn alleen banen in Appingedam, Assen, Noardburgum, Winschoten en Zevenhuizen.
Het afgelopen jaar konden de gebroeders Van Buizen zich weinig meten met de concurrentie, door het gebrek aan wedstrijden. ‘Normaal hebben we ook een drielandencup, maar nu hadden we maar twee wedstrijdjes in het seizoen,’ zeggen de broers. Gelukkig hadden ze op de baan in Assen wel onderlinge wedstrijden. Tom is hier ook al drie keer clubkampioen geworden. ‘De eerste wedstrijd was wel weer spannen, want we hadden geen idee hoe de anderen het deden.’ Gelukkig bleek dat de jongens een grote stap hadden gezet op weg naar het WK. In de topcompetitie eindigden Tom en Martijn op respectievelijk de 20e en de 4e plaats, en tijdens het NK behaalden de broers een 15e en 3e plek in de categorieën boys 11 en boys 9. ‘Ik had iets teveel gegeven. Eerder had ik van de Nederlands kampioen en wereldkampioen gewonnen, maar daarna was ik moe. BMX’en is ook doseren.’
Toch plaatsten beide jongens zich voor het WK. De baan in Papendal hebben de heren al verkend. ‘Moesten we eerst twee uur in de auto, daarna mocht mijn broertje de baan anderhalf uur uitproberen en toen ik eindelijk aan de beurt was, ging mijn band al na drie kwartier lek,’ zegt Tom, nog steeds teleurgesteld. ‘Ik ben er inmiddels fietsenmaker bij geworden,’ lacht vader Peter. ‘Gelukkig hebben we een heel goede fietsenwinkel in het dorp, daar zijn we erg blij mee.’
Voor iedere wedstrijd krijgen de BMX’ers ook altijd de mogelijkheid om de baan te verkennen en een starthektraining te doen. Daarbij leren ze hoeveel tijd ze hebben tot de val van het hek, om vervolgens zo snel mogelijk weg te zijn bij de start. ‘We kijken ook veel op YouTube,’ geeft Martijn aan. ‘Om een idee te krijgen hoe de baan eruit ziet.’
Van 14 tot en met 22 augustus doen in totaal meer dan 3500 deelnemers uit 47 landen mee in alle leeftijdscategorieën. Per categorie mogen landen maximaal 16 deelnemers meenemen, maar als gastland mag Nederland het dubbele aantal afvaardigen. De concurrentie is dan ook groot. Dromen van een hoge klassering durven de jongens nog niet. Het eerste doel is om de manches door te komen. ‘Daarna kijken we verder,’ aldus Tom. ‘Ik hoop op de achtste finale, maar dat hangt ook af van de loting.’ Doordat het EK niet plaatsvond in hun leeftijdscategorieën, weten de jongen ook niet goed wat de concurrentie doet. ‘Het gaat ook vooral om het genieten,’ zegt moeder Gerda. ‘We proberen geen druk op te leggen, ook al wordt het nu wel heel serieus. Het hele leven bestaat uit school en fietsen.’