Boswachter

column-cees-boswachter

Het zal al wel meer dan twintig jaar geleden zijn dat een tijdlang wekelijks een natuurdocumentaire op TV werd uitgezonden over de roofvogels (en gieren) van Spanje. Per aflevering kwam een soort aan de beurt. Fascinerende beelden kregen we te zien, onder andere over hoe prooien werden verschalkt. Dat ging er soms bepaald niet zachtzinnig aan toe. Ik herinner me beelden van de Keizerarend die een jonge (Iberische) steenbok sloeg die de afgrond in stortte, af en toe rotswanden toucheerde en daarbij de dood vond. De arend ging er met ingetrokken vleugels achteraan, daalde sneller dan de steenbok, plukte hem uit de lucht en vervoerde hem vervolgens naar zijn nest waar een hongerig jong zat te wachten.

Fascinerend is vooral ook de snelheid die sommige roofvogels kunnen ontwikkelen wanneer ze achter een prooi aanzitten. Maar ook buiten dat om kunnen ze soms razendsnel zijn. Zo zag ik tijdens een vakantie in Frankrijk een keer een Havikarend op thermiek gaan. Nadat deze voldoende hoogte had gewonnen werd een glijvlucht ingezet waarbij een steeds hogere snelheid werd bereikt. Op een gegeven moment ging dat zo snel dat de vogel voor ik het wist uit beeld verdween. Niet te filmen! Tijdens één van de (Spaanse) afleveringen werd de Slechtvalk behandeld. Deze staat bekend als de snelste roofvogel ter wereld, die snelheden kan ontwikkelen van 250 à 300 km per uur. Je kunt je voorstellen dat wanneer een prooi met zo’n grote snelheid wordt geslagen deze gelijk ’van de wereld is’. Misschien was dat ook zo bij de Ekster -dat is bepaald geen geweldige vlieger en dus een gemakkelijk te verschalken prooi- waarmee de Slechtvalk tijdens een scene was te zien. Gezeten op de grond werd deze geplukt, hetgeen niet onopgemerkt bleef. Al spoedig werd de Slechtvalk omringt door enkele krijsende Eksters die er zo blijk van gaven er niet van gediend te zijn dat één hunner als maaltijd diende. Op een gegeven moment waren er zelfs enkele tientallen. Kennelijk had de tamtam zijn werk gedaan en waren de vogels er van heinde en verre opaf gekomen om die vreselijke ploert van een Slechtvalk te verjagen. Het tumult werd ten langen leste zo groot dat de grond onder zijn klauwen te heet werd en hij schielijk de wieken nam. Overigens wel met medeneming van zijn buit.

Vorige week werd ik ook verrast op een groot kabaal vanuit het achter ons huis liggende bosje. Tijdens de tuinvogeltelling van IVN Roden in de maand januari werden er dagelijks twee Gaaien geteld en een enkele keer vier. Dat was dan een paartje dat het territorium van de ander binnendrong. Daar waren ze duidelijk niet van gediend en na de nodige schermutselingen werden ze er weer uit verdreven. Maar nu waren het er veel meer dan vier en een rumoer dat ze maakten! Op zich was dat niet verwonderlijk, want al tellend kwam ik tot maar liefst zestien individuen. Volgens mij moeten er zelfs gaaien vanuit het Mensingebos, een kilometer verderop, hiernaartoe zijn gekomen. Meestal loop ik dan even het bos in om te zien waarop die gaaien hun pijlen hadden gericht. Vaak ontdek ik dan een Havik en een enkele keer ook wel een Bosuil. Daar zijn de vogels duidelijk niet van gediend, zeker niet wanneer een soortgenoot is geslagen. Dan dient de despoot met vereende kracht te worden verjaagd. Deze keer probeerde ik vanachter ons huis de aanleiding van het rumoer te ontdekken, maar die bleef buiten zicht. Uiteindelijk verstilde het lawaai en zag je de gaaien paarsgewijs wegvliegen. Ook Zwarte kraaien kunnen, evenals de Eksters, zo gezamenlijk tekeer gaan. Dan loont het zeker de moeite om poolshoogte te nemen en te ontdekken wat de aanleiding is. De Gaai (foto: Pia Zomer) is trouwens erg alert op zaken die hem niet bevallen en laat dat dan gauw met veel misbaar kennen. Vanwege zijn signaleringsfunctie, andere dieren hebben er profijt van, wordt de Gaai (Vlaamse gaai mag hij niet meer worden genoemd) ook wel de boswachter (van het bos) genoemd. Overigens kan hij ook heel stilletjes aanwezig zijn. Tijdens hun broedperiode zijn ze namelijk erg schuw en stil. Een nest van gaaien ontdek je niet zomaar.