Braziliaan loopt 3000 kilometer voor Instituto Piamarta en strijkt neer in Peize

‘Ik sliep in Duitsland per ongeluk op militair terrein’

PEIZE – Ivan Rodrigo da Costa Marques kwam als vijftienjarige terecht bij het Instituto Piamarta. Dit instituut helpt kansarme jongeren op weg naar een betere toekomst. Twintig jaar later plukt Ivan hier nog steeds de vruchten van. Nu loopt hij van Noord- naar Zuid-Europa om geld op te halen voor dit instituut. Onlangs streek hij neer in Peize, alwaar Wim Bezema en zijn vrouw Josiane hem onderdak boden.

Dinsdagochtend, half elf. In Roden gaat de telefoon. Wim Bezema aan de andere kant van de lijn. ‘Ik heb een bijzonder verhaal voor jullie’, begint hij veelbelovend. ‘We hebben hier een Braziliaan in huis die vanaf Noorwegen naar Zuid-Europa loopt en dat alles voor het goede doel. Hij spreekt goed Engels en Duits, en wil graag wat over zijn tocht vertellen. Iets voor De Krant?’

Een halfuur later spreken we Ivan Rodrigo de Costa Marques, geboren en getogen in União da Vitória (nabij de grens met Argentinië en Paraguay). Hij zit in de achtertuin van de familie Bezema, wier huis momenteel een bouwput is. De 35-jarige Braziliaan – met donkerzwart haar en dito baard – rookt een sigaret. Hij blijkt inderdaad zeer behoorlijk Engels te spreken en vertelt dat hij een dag eerder aankwam in Peize. ‘Ik kwam uit Groningen. Daarvoor zat ik in Winschoten en Leer’, zegt hij.

Dat hij nu tijdelijk onderdak heeft gevonden in Peize, mag een gelukje worden genoemd. In een Facebookgroep speciaal voor Brazilianen in Groningen, deed hij een oproep. Of hij ergens in de buurt kon overnachten. In Groningen had hij mazzel: daar werd hem onderdak geboden. En nu bleek hij weer met zijn neus in de boter te vallen. Ene Josiane reageerde dat hij wel in Peize terecht kon. Josiane, van oorsprong Braziliaanse, is getrouwd met Wim Bezema, in Peize welbekend van zijn vloerenbedrijf. ‘Mijn vrouw belde of het goed was dat we deze man een plek aanboden om te overnachten. Daar overviel ze me een beetje mee. Ik dacht: wat voor knakker krijgen we straks over de vloer? Daarbij komt dat we momenteel midden in een verbouwing zitten. Zoals je ziet is ons huis volledig gestript. Maar toen ik thuiskwam en zijn verhaal aanhoorde, was ik gelijk om. Zo’n verhaal als dat van Ivan hoor je niet zo vaak.’

Het is een understatement. Ivan Rodrigo da Costa Marques is bezig aan een tocht van zo’n drieduizend kilometer, om geld op te halen voor het instituut waar hij zoveel aan te danken heeft. Het heet het Instituto Piamarta, een instituut wat zijn oorsprong vindt in Italië. Het instituut biedt kansarme jongeren met moeilijke achtergronden een veilige plaats en educatie. Ivan kwam er zelf op zijn vijftiende terecht. ‘Kinderen die bij dit instituut terecht komen, hebben hulp nodig. Die hulp wordt hen daar geboden. De kinderen krijgen een kans, dankzij de mensen die zich inzetten voor dit project’, vertelt Ivan. ‘Het project zorgde bij mij voor een grote verandering. Het is niet voor niets dat ik tegenwoordig vijf talen spreek. Dat heb ik aan hen te danken.’

Naast Italië en Brazilië, heeft het instituut huizen in onder andere Angola en Mozambique. Dat dergelijke huizen in zulke landen erg belangrijk zijn, kan Wim zich goed indenken. ‘Ik ken Brazilië inmiddels redelijk goed. Ik spreek de taal, ken de cultuur en heb zelf gezien hoe het er in zo’n land aan toegaat. Als je in Brazilië arm bent, ben je écht arm. Arme jongens belanden in de criminaliteit, arme meisjes in de prostitutie. Ik zag vrouwen die hun kinderen aanboden voor seks, puur omdat ze geld nodig hebben om te overleven. Ze doden je er voor dertig euro, misschien zelfs voor minder’, weet Wim. Het verhaal wat Ivan vertelt, greep Wim aan. ‘Het project waar hij nu geld voor inzamelt, heeft hem een unieke kans geboden. Door dit project heeft hij een toekomst en hij wil dat anderen dat ook krijgen.’

En dus is Ivan in mei begonnen aan deze helse wandeltocht. ‘Ik begon in Trondheim en liep via Denemarken naar Duitsland. Het begin was erg zwaar. Het sneeuwde en vroor in het noorden van Noorwegen en in het zuiden regende het. Pas in Denemarken werd het weer een beetje oké.’

Het aantal kilometers dat Ivan loopt, is afhankelijk van hoe hij zich voelt. ‘De laatste drie dagen heb ik telkens 40 kilometer gelopen. Meestal ligt dat tussen de 20 en 25 kilometer. Gisteren liep ik vanaf Groningen naar Peize, dus dat was maar 9 kilometer. Dat was wel even lekker. Je moet soms ook even bij kunnen komen. Even opnieuw opladen. Soms heb je pijntjes of zit je er mentaal gewoon even doorheen. Dat hoort erbij.’

De afgelopen maanden ontmoette Ivan vele mensen. ‘De reacties van de mensen die ik spreek, zijn over het algemeen goed. Men is geïnteresseerd en wil je helpen. Sommigen willen gewoon een praatje maken. In Nederland heb ik tot nu toe geluk met de mensen die mij onderdak aanboden. In Duitsland gebeurde dat namelijk helemaal niet en hier in Nederland heb ik straks al drie adresjes waar ik terecht kon.’

Wanneer Ivan geen plek heeft om te slapen, zet hij ergens zijn tentje op. ‘En dan hoop ik maar dat niemand daar bezwaar tegen maakt. Meestal gaat dat goed, maar in Duitsland ging het een keer mis. Ik had mijn tentje opgezet in een bos waar verder niemand te bekennen was. Ik dacht: wat is het hier lekker rustig. Laat ik mijn tentje hier maar opzetten. De volgende ochtend werd ik om zes uur gewekt door Duitse militairen, die vroegen wat ik daar in godsnaam deed. Toen ik uitlegde waarom ik daar sliep, werd hun toon wat vriendelijker. Maar ik moest wel het bos verlaten, aangezien het militair terrein was. Geen wonder dat het daar zo rustig was.’

Ivan komt rond van vijf euro per dag. Erg weinig geld, maar de Braziliaan redt zich er prima mee. ‘Je moet de juiste dingen kopen. Geen bullshit, maar alleen wat je nodig hebt. Dan is het zeker mogelijk om je met vijf euro te redden.’ Wim vertelt dat hij bijna van zijn stoel viel toen hij hoorde dat Ivan zich met vijf euro per dag moet redden. ‘Een dag voor Ivan hier kwam, hebben wij nog voor tweehonderd euro aan boodschappen gedaan. Toen ik hoorde dat Ivan maar met vijf euro rond moet komen, hebben wij hem direct tweehonderd euro aangeboden. Daar mag hij mee doen wat hij wil.’ Voor Ivan betekent dit dat hij een maand lang vooruit kan wat betreft boodschappen. ‘En dan hou ik nog geld over ook. Dat geld gaat dan weer naar de stichting.’

Ondertussen hoopt Ivan natuurlijk dat zoveel mogelijk mensen doneren voor het goede doel. Hoeveel mensen dat ondertussen hebben gedaan, weet hij niet. ‘Ik wil niet kijken op mijn donatieaccount. Waarom niet? Omdat ik nerveus ben. Ik krijg vaak vanuit Italië een telefoontje met de vraag of ik het niet wil weten. Maar dat hoeft van mij niet. Ik zie het op het laatst wel.’

Terwijl Ivan nog even geniet van een kop koffie in de tuin van de familie Bezema, vertelt hij over hoe zijn tocht er verder uit zal komen te zien. ‘Vanmiddag loop ik door naar Leek. Daar heb ik ook onderdak weten te regelen. Daarna ga ik door richting Drachten en uiteindelijk naar Amsterdam. Wanneer ik klaar ben, weet ik niet. Misschien in oktober, maar dat is lastig te voorspellen. Het ligt er ook aan hoeveel kilometer ik per dag loop. Ik zie het wel.’

Tot slot wil hij de lezers van De Krant graag attenderen op zijn Facebookpagina. ‘Het gaat namelijk niet om mij, maar om het Instituto Piamarta. Zij doen heel belangrijk werk en verdienen alle steun. Ik zou dan ook iedereen willen vragen om een kijkje te nemen op ‘3000 km for a happy horizon’ op Facebook. Of kijk eens op www.piamarta.org.’