Column Maria wijnands

Na een schoolvrije woensdag pakken wij donderdag de draad weer op. Dat is niet alleen nuttig, ik denk ook dat het belangrijk is dat de kinderen wel iets móeten elke dag. Ze helpen nu mee met de was, kijken minder tv dan ooit en móeten dus elke dag even serieus aan de slag. Want als alles druk en verplichtingen wegvallen, word je verveelder dan ooit, dus dat probeer ik te voorkomen. De donderdagochtend zet ik oudste dochterlief maar weer achter de computer waar het niet allemaal even crescendo loopt. Als we inloggen zien we een hoop icoontjes, maar welke programma’s dan geschikt zijn voor groep drie, is mij een raadsel. Lukraak kiezen we vaak maar wat uit, maar nadat ik ontdekte dat ik haar vorige week per ongeluk half groep 4 heb laten afronden, probeer ik wat kritischer te zijn. Gelukkig heeft juf van afstand een tip gedaan, maar als juist dat programma blijft haperen en ze daardoor alle antwoorden fout lijkt te hebben, is oudste dochterlief er helemaal klaar mee. Gelukkig vinden we een taalprogramma waarbij ze woordjes in de juiste categorie moet slepen: een kuit bij de lichaamsdelen, een postbode bij de beroepen. Dit is koren op haar molen en daar is ze wel even zoet mee.

Voor de kleine dames blijft het ook lastig een goed programma in elkaar te draaien. Het is fijn dat de we alvast worden meegenomen in de wekelijkse update van de kleuterjuffen, maar de aangedragen tips van liedjes zingen via you-tube, een boek wat voorgelezen wordt online of een filmpje kijken op schooltv houden voor mijn gevoel teveel schermtijd in wat ik nu probeer juist niet teveel te doen. Er komen ook nog opdrachten als ga rijmen, bingo spelen en zoek voorwerpen met de letter –d en dat is weer veel te moeilijk voor mijn kleuters-to-be. Wat overblijft is tekenen, buiten spelen en knutselen en zover was ik ook wel. Online zijn er gelukkig heel wat gedreven kleuterjuffen die allerhande materiaal beschikbaar stellen. Ik vind een lenteboekje met opdrachtjes en zet de dames achter woorden naschrijven en eieren tellen. Om oudste dochterlief de nodige rust te gunnen voor haar werk en haar het gevoel te geven dat ze niet de enige is die wat moet, probeer ik ook de kleintjes dagelijks verplicht wat aan tafel te laten doen. Met hangen en wurgen gaat het bij één van beiden – en dat wisselt dagelijks wie – waarna de ander zijn kans pakt om er positief uit te springen. Vandaag is het niet anders, de ene rond met moeite twee bladen af, de ander doet er vier. Ook dit blijkt wel wat hoog gegrepen voor mijn dames. Ik probeer woorden als pot te spellen en zeg tot aan het irritante overdreven p – o – t, waarop ze vertwijfeld zegt: ‘prullenbak?’.

Mijn tactiek deze dagen is vooral leuke en gekke dingen te doen om de sfeer goed te houden. Om het ook nog eens leerzaam te houden, maak ik een letterspeurtocht. In elke kamer verstop ik vier letters of cijfers en de kinderen krijgen een afstreepkaart om te zoeken. De rust is ongekend. Ze zoeken bijna een uur naar het complete alfabet en de cijfers 1 tot en met 10. Ik blijk een prima verstopper: tussen het wc-papier, in de lades onder het bed en op stoelpoten plak ik me suf. Mijn handschrift blijkt wel weer een spelbreker: oudste dochterlief vind drie keer een U, want ook de V en 4 heeft ze als zodanig aangezien. Volgende keer, beloof ik, doen we het met plaatjes.

Buiten wagen we ons ook nog aan de stoepkrijt-challenge. Oudste dochterlief besluit een eenhoorn te kleuren, de kleintjes willen een vlinder. Ik help iedereen op weg en drink eerst maar weer eens koffie in de zon. Wat een geluk dat de zon schijnt en dat we in elk geval elke dag naar buiten kunnen. Oudste dochterlief werkt bijna de hele middag aan haar eenhoorn, de jongste dames geloven het na een paar streepjes wel met die vlinder en gaan lekker de zandbak in. Het is leuk al die opdrachten en taken, maar mijn dwarse driejarigen trekken liever hun eigen plan. Het hele thuisonderwijs is een lastige en ik maak me wel zorgen over de invulling als dit langer gaat duren. Elk uur van de dag is keuzes maken: wat gaan we doen en wanneer doe ik mijn eigen werk. Er is ook nog eens was te draaien of een stofzuiger die erdoor moet. Een buurvrouw drukt me op het hard: laat de kinderen zich ook maar eens lekker vervelen, maar dat is na straks drie weken bij huis toch wel een ander verhaal. Nu zijn er geen zwemlessen om heen te moeten, er is niks voor om op te staan. Ze kleden zich aan omdat het moet, want ze zien verder toch niemand. Er is zo weinig in het verschiet voor de kinderen en er zijn zo weinig nieuwe indrukken. Ja, ook ik vind dat vervelen goed is voor kinderen. Heel bewust stuur ik ze soms even allemaal alleen naar hun eigen kamer om even in rust zelf te spelen. Maar ik vind ook dat kinderen nieuwe indrukken moeten opdoen. Ze moeten leren omgaan met anderen, in nieuwe situaties komen en uitgedaagd worden. Dát kan ik niet waarmaken in mijn eentje bij huis. En als dit nog veel langer gaat duren, dan maak ik me daar wel zorgen om.

Het is natuurlijk geen vakantie, maar zo voelt het wel voor de kinderen. En daar ga ik ook niks aan veranderen. Ik denk dat juist ík degene ben die het meeste geniet van de vrije dagen van ze. Want het gehaast in de ochtend om iedereen uit bed te krijgen of juist in de avond om ze erin te krijgen, kan ik altijd missen als kiespijn. En ik merk ook nu: er is meer rust. Het avondritueel –normaal een druk rondje van eten koken, samen eten, alles snel opruimen, de kinderen nog even schoon, boekjes lezen en in bed – verloopt nu zoveel rustiger. Schoon worden doen we in de ochtend en omdat er geen wekker is die gaat voor hun, maakt het ook niet uit of ze ietsjes later erin liggen. Elke ochtend dobberen ze in bad; deze luxepaardjes gaan het nog zwaar krijgen als ze weer naar school moeten.