Column Maria Wijnands

Die zomertijd, dat is dit jaar wel een dingetje. Mijn auto, de enige die de wintertijd nooit geaccepteerd heeft en stug de zomertijd bleef tonen, is nu juist de enige die feilloos op het goede ritme loopt. Normaal hebben wij een handig trucje om de kinderen aan deze wisselingen te laten wennen. We trokken ze op deze zondagen meestal compleet uit het ritme. Vaak gaan we een dagje weg. Na een dag in bijvoorbeeld de dierentuin slapen ze echt wel ’s avonds, ongeacht of het nou zomer- of wintertijd is. Maar goed, dit jaar is dat allemaal niet aan de orde. En dus spoken de dames als het bedtijd is lang in hun bedjes. We horen audities voor The Voice uit de bedden schallen en we concluderen dat de knuffels een heftig avondje hebben. En omdat iedereen later dan ooit slaapt, slapen ze ook maandagochtend langer dan verwacht. Een cadeautje voor mij, want ook ik moet even wennen aan die zomertijd. Mijn wekker gaat om kwart over vijf, maar voor ik het weet, is het kwart voor zes en moet ik snel de computer aan drukken.

Het uurtje langer doet mijn kleintjes goed. Ze beginnen de dag maar weer met een schuimbad en zingen ‘niks is cooler dan Kerstmis’ en ‘heb je het grote nieuws gehoord – de Sint is weer in het land’. Dat zijn nou eenmaal hun lievelingsliedjes, verkondigen ze.

Grote zus is een stuk minder te spreken. Ze worstelt zich een uur door een rekenprogramma op de computer en daardoor daalt haar humeur helemaal beneden vriespunt. Ze maakt rond de 200 vragen in deze krappe 60 minuten en doet dat foutloos, dus ik begrijp wel dat dit niet voldoet. Iets waar we al vaker tegen aanliepen de laatste twee weken. Op school draait ze in een plusklas voor lezen en rekenen en heeft ze genoeg uitdaging aan het sociale en emotionele deel wat bij het omgaan met 25 andere leerlingen komt kijken. Maar nu dat weggevallen is en ook zwemlessen of speeldates stil gevallen zijn, is er weinig om haar uit te dagen en is het lastig haar nieuwe impulsen te bieden.

Ik moet ook eerlijk zeggen dat het ook niet zo simpel is om ‘juf mama’ te zijn. Ik heb twee driejarigen hier waar ik mijn volle aandacht in moet steken om ze aan de gang te houden. Ze mogen heel graag met elkaar spelen, maar als ik ze al die weken alleen maar laat spelen, gaan ze vanzelf elkaars hersens inslaan. Om iedereen in hetzelfde ritme te houden en rust in huis te creëren, probeer ik ook deze kleine dames elke ochtend achter werkjes te zetten. Zo maken zij vanochtend papieren bloemen en dat gaat hartstikke leuk. Achter hun, waar hun grote zus achter de computer zit, gaat het dus duidelijk minder.

Ik trek bij de echte juf aan de bel. Ik heb overleg gehad met oudste dochterlief en merk dat ze bijvoorbeeld haar werkboekjes erg mist. Ze is blijkbaar net als haar ouders toch echt van het papier. Hoewel ze altijd zegt nooit bij de krant te willen werken – klinkt me bekend in de oren – heeft ze wel alles in zich om dit te gaan doen. Ik besluit bij juf te polsen of ik wat kan ophalen op school of kan kopen om mijn meisje gelukkig te houden. En, om bij mezelf wat frustraties en vraagtekens weg te halen, lijkt het me handig te weten wat kinderen uit groep drie eigenlijk horen te weten en waar ze mee bezig zijn. Want ik leg mijn dochter van alles uit over grammatica bijvoorbeeld, maar continu is er dat stemmetje in mijn hoofd: is dit wel handig? Is dit wel wat ze hoort te weten? Of gaat ze zich straks in een volgend schooljaar alleen maar meer vervelen omdat ik zo nodig alles moest uitleggen?

De zorgen om het bedrijf zijn groot, maar kinderen zijn je grootste goed. Ik ga wel even naar kantoor vandaag, maar ben in mijn hoofd vooral bezig met mijn meisje. Je zou denken dat het handig is als een kind voorloopt en je dan mooi rustig aan kunt doen, maar zo simpel is het niet. Ons meisje heeft wel een grote ‘honger’ naar nieuwe impulsen en wordt dwars en opstandig als ze haar ei niet kwijt kan. We kennen dit gedrag van eerder; eenmaal zetten we haar pardoes over van groep één in groep twee en we trokken al meerdere keren aan de bel op school om haar meer werk te geven. Haar moeilijke gedrag verdween dan telkens als sneeuw voor de zon en er wordt zodra de uitdaging terug is weer meer gelachen en minder gemopperd.

Maar goed, eenmaal op kantoor moet de knop even om en dat is erg lastig. Ik vind dat al jaren het grootste nadeel aan minder werken en aan thuis werken. Je bent continu aan het schakelen tussen thuis en werk en die overstap is soms heel lastig. Soms moet je op kantoor heel erg wennen aan die geheel andere setting en dan moet je voor je gevoel die uren daar ook nog eens heel erg te gelde maken omdat je er zo weinig bent. Bijna altijd ga ik toch weer naar huis zonder alles te doen wat ik had gewild. En dan moet je toch gaan, omdat oppas of oma wacht, en eenmaal thuis moet je weer compleet om naar al je ‘mama-functies’. Er moeten weer appels geschild, drinken getapt en ze slepen zonder enig genade allerlei spelletjes aan.

’s Avonds bij het avondeten richten we ons weer op ons reddingsplan voor oudste dochterlief. Juf heeft meegedacht en we besluiten het gewone schoolwerk wat meer los te laten en nieuwe uitdagingen te zoeken. Volgens juf kan dat prima, want de meeste leerdoelen van groep drie heeft ze al bereikt en zo kunnen we ook het werken op de computer wat achterwege laten. Deze avond dompelen we ons onder in de klanken van de ukelele en verdiepen ons in de vraag of onze zesjarige hier plezier aan zou hebben. We besluiten ook dat ze met Engels aan de gang kan gaan en testten en passant zelf ook een aantal apps hiervoor. Goodbye, goodnight; deze dag zit er wel op.