Column Maria wijnands

Deel 20 vrijdag 10 april

Joehoe! Vrijdag! ‘Is het nu Pasen?’ vraagt oudste dochterlief. ‘Voor juf wel’, zeg ik, ‘maar voor ons niet’. We besluiten dat juf mama dan in elk geval wel vrijaf kan nemen en het schoolwerk schuiven we even aan de kant. Met dank aan één van onze redacteuren heeft ze de beschikking over een grote stapel Donald Ducks, dus tevreden kruipt zij zich met een stripje weer in haar bed. De kleintjes beginnen de dag – niet meer verrassend inmiddels – in bad. Voor manlief en mij een andere start van de dag. Pasen betekent voor ons een vroege deadline voor de kranten. Normaal gesproken worden de Krant en de Streekkrant op maandag klaargemaakt, maar deze week niet. We maken op vrijdag het gros voor elkaar en op maandag komen er een man of drie om de laatste familieberichten en redactionele stukken te plaatsen. Deze vrijdag is dus een maandag geworden en dat betekent weer vroeg beginnen.

Als mijn eerste lading werk weg is en de dames ook allemaal klaar om aan de dag te beginnen, wacht er iets leuks. Gisteren kwam er een appje binnen: wil Olivia morgen ook videobellen met een vriendje en vriendinnetje? ‘JAAAA!’ schalde door de tuin. En dus tegen tien uur kruipen we achter de laptop waar we elkaar virtueel ontmoeten. Het heeft even wat voeten in aarde om de verbinding met elkaar goed te krijgen, maar dan speelt dit drietal een heus potje hints. Om de beurten beelden ze voor de camera een dier uit en proberen de anderen te raden welk dier. Mijn meisje is nog ietwat verlegen zo voor het oog van de camera, maar aan de andere kant van de lijn wordt er fanatiek achtereenvolgens een otter, poolvos en kikkervisje uitgebeeld. Ja, ze maken het elkaar niet makkelijk. Het is wel hartstikke leuk en gezellig en besluiten we gezamenlijk, zeker voor herhaling vatbaar.

Oma is er inmiddels ook en dat betekent dat ik weer even naar kantoor kan vertrekken. De vrijdag betekent voor mij normaal omzetten draaien, incasso’s klaarzetten en de boekhouding van de week die achter ons ligt afronden en dat doe ik ook nu maar. Juist nu er zo weinig normaal is, is het verleidelijk het werk te laten verslorren, maar juist nu vind ik het belangrijker dan ooit dat alles op orde blijft. Letterlijk en figuurlijk trouwens. Het leidt ertoe dat ik nu meer opruim dan ooit, want voor mijn gevoel is dat nog een stukje beheersing in een situatie waarin weinig beheersbaar is. Maar goed, op kantoor kan de knop even om en dat is fijn. Ik spendeer mijn uren vooral in mijn eigen kantoor om vooral even de rust te pakken die ik thuis nu wel mis. Ik blijk inmiddels niet zo goed meer over impulsen te kunnen nu de kinderen me continu weten te vinden voor vragen van levensbelang – mijn buik heeft honger – , mededelingen – ik wil graag als ik tien ben met the voice kids meedoen – of het ophalen van herinneringen – toen wij baby’s waren kon papa ons alle drie tegelijk tillen. Gezellig, maar bij tijden wel vermoeiend dus de rust op kantoor omarm ik even.

Ik merk op kantoor hoe verschillend men denkt over deze hele Corona-toestand en hoe de angst soms kan omturnen in een kramp. Zo weigerde één van onze medewerkers aan een vergadering deel te nemen, omdat hij op anderhalve meter afstand wilde zitten, maar liep vervolgens wel weer met een ander te dollen en kwam zéker binnen die veilige cirkel daarbij. Een ander is veel onderweg langs klanten, maar verschiet van kleur zodra een oud-medewerker komt buurten en mijn vader uit gewoonte toch een hand geeft. We weten allemaal niet wat de juiste manier is om wel ons leven te blijven leiden en de angst een goede plek te geven. Iedereen, maar dan ook echt iedereen, heeft wel iemand nabij die in de kwetsbare groep valt. Het (on)vermogen deze mensen te beschermen maakt het een lastige periode. Samen sterk vinden wij, maar het blijft lastig dit motto ook levend te houden op kantoor. Juist nu moeten we het samen doen en achter elkaar staan. Begrip hebben voor de ander en je eigen verantwoordelijkheid nemen. We merken echter dat de maatstaven voor iedereen anders zijn en de één nou eenmaal angstiger is dan de ander.

Eenmaal thuis tref ik een getergde oma. Deze korte oppasmomentjes blijken voor mijn dametjes het perfecte moment om oma uit te testen. De frustratie van het opgesloten zijn en het verlangen om weer alles te doen wat je zo graag wilt, blijkt vooral op oma afgereageerd te worden. Want bij oma mag toch zeker alles en normaal gesproken zorgt juist zij ervoor dat iedereen zijn eigen momentje met haar heeft. Nu dat over is, schiet oudste dochterlief standaard in een depressieve toestand als haar oma er is waarbij ze het liefst met een lang gezicht op haar fiets door de tuin cirkelt. De kleintjes doen niks liever dan ruzie maken en grenzen opzoeken. Een echte oplossing voor dit gedrag kan ook niet bedenken, behalve dat oma toch maar eens korte metten moet maken met dit gedoe. Ik spreek mijn dames nog maar eens duidelijk toe: we zitten voorlopig met elkaar opgescheept, kunnen hier niks aan doen en gáán er samen het beste van maken. Als ze zich zo blijven misdragen bij oma, komt ze niet weer. Ik zet oudste dochterlief resoluut achter haar Engels, parkeer één van de kleintjes op een schommel en een volgende op de trampoline. Uit elkaars buurt blijven is vaak de beste remedie. En: wie ettert of huilt, vertrekt naar zijn kamer. Dat is tweemaal nodig en dan is de boodschap weer helder en kunnen we weer normaal verder met de dag.

De vrijdagavond mag onze oudste dochter weer opblijven en daar geniet ze van. We kijken nieuws en The Voice Kids. Of ze zich geen zorgen maakt over het nieuws, pols ik haar en ze knikt van nee. Later blijkt toch dat het echt wel binnenkomt wat ze ziet als ze hardop denkt dat er geen ziekte erger is dan corona. Immers: een mevrouw op televisie was bang dat ze haar vader nooit meer zou zien nu hij corona heeft. Ik probeer zo goed mogelijk uit te leggen dat de kans groot is dat wij  hier helemaal niet ziek van zouden worden of het wellicht zelfs al gehad hebben zonder dat we het gemerkt hebben. Het grootste gevaar is de onvoorspelbaarheid en het feit dat dit zo nieuw is, dat dokters niet precies weten wat werkt. Ik leg haar uit dat elke dokter weet welk zalfje helpt bij waterpokken en dat ze al weten dat er dan bultjes en jeuk volgen. Maar corona is zo nieuw, dat medicijnen er (nog) niet zijn en ze zoeken naar de beste manier om het te behandelen. We gaan over tot de orde van de dag en laten het zware onderwerp weer zo makkelijk achter ons zoals alleen kinderen dat kunnen. Als thuiscoach draait ze net als eerdere weken weer consequent voor iedereen die optreed omdat zij nou eenmaal van muziek houdt. Het leven kan best simpel zijn.