Column Maria Wijnands

Deel 23 – woensdag 15 april

Er lijkt goed nieuws onderweg. Op de radio wordt steeds meer gespeculeerd over versoepeling van deze corona-maatregelen. En het lijkt erop dat het noorden hierin voorop zal lopen. Het zou maar zo eens kunnen betekenen dat de kinderen na de meivakantie toch weer naar school gaan. Bizar is het gewoon om in te denken dat ze opeens hele dagen weg zijn. Even bizar als het was om aan deze periode te beginnen, is het ook weer om dit alles achter ons te laten. Voor mij had deze laatste maand er zo anders uit moeten zien. Mijn meisjes worden deze week vier en zouden dus al aan het wennen zijn op de basisschool. Bewust heb ik ervoor gekozen veel thuis te werken die eerste vier jaren, maar makkelijk vond ik dat niet altijd. Ik heb echt wel zelf een stapje teruggedaan in mijn werkzaamheden en ambities. Het schrijven moest ik grotendeels loslaten, het onderweg zijn voor verhalen was te lastig in te plannen. Juist nu zou ik weer meer ruimte krijgen en meer gaan werken. Ik had er zin in, had plannen genoeg en was er helemaal klaar voor. Hoe anders is het allemaal gelopen… Het is in elk geval nog niet zover, want willen de leraren ook weer voor de klas staan. Wie kan er anderhalve meter afstand houden op een basisschool? Vooral voor de kleuterjuffen lijkt dat ondoenlijk en dat lijkt me ook voor de kinderen geen pretje. Want wie gaat ze dan troosten als ze verdrietig zijn?

Wij gaan deze woensdag maar gewoon weer verder met wat we gewend zijn. Er wordt gebadderd en geknutseld en we nemen schoolvrij. Die woensdag is op de één of andere manier een dag die ons elke week weer verleidt tot spijbelgedrag. We beginnen de dag rustig, want er is nog steeds niks om heen te gaan. Behalve voor mij, want ook al ingeburgerd is inmiddels de woensdag-wisseldag. Manlief komt naar huis en ik vertrek weer naar kantoor om ook even ongestoord wat klusjes weg te werken. Ik praat even bij op de redactie, die eindelijk weer compleet is. Na een dikke week thuis in verband met ziekte van zijn moeder, zit de redacteur van de Krant weer op zijn plek. Of het Corona is geweest? Zeg het maar. De 24 symptoomvrije uren zitten er in elk geval op, dus zonder problemen kunnen we hem weer naar kantoor laten komen.

Ik heb nog een belafspraak met de burgemeester van Noordenveld die overigens zo goed als alleen het gemeentehuis bevolkt. In principe werkt daar iedereen thuis, maar voor hem en zijn secretaresse is het toch praktischer om op het gemeentehuis te werken. Zal vast een raar gezicht zijn, zo samen in zo’n leeg pand. Doet me denken aan wijlen Bert Zwart, burgemeester van Zuidhorn. Die verklapte me eens dat hij toen hij nog burgemeester van Schiermonnikoog was, weleens samen met zijn Paula in het weekend langs het gemeentehuis ging en daar een kopje koffie deed. Een absurd beeld daarvan is me altijd bijgebleven. Maar goed, terug naar nu. De burgemeester en ik praten bij over hoe het bij ons reilt en zeilt en we besluiten zeker contact te houden. Juist nu de gemeente sterker dan ooit inzet op lokaal inkopen, is er vast meer dat wij kunnen betekenen voor haar.

Verder werk ik mijn boekhouding bij en de mailbox weg. En dan lekker naar mijn meisjes. Wat hebben we toch een geluk met het weer deze weken. Ook vandaag schijnt de zon uitbundig en is het heerlijk toeven buiten. Eén van onze dames heeft niet zo’n beste bui. Al de hele week heeft ze besloten om rond half zeven haar bed uit te rollen, maar het blijkt toch telkens weer te vroeg. Ze is moe en dwars daardoor, maar gelukkig is alles op te lossen. Ik ga op de knieën het onkruid te lijf en zij gaat gezellig bij me zitten. Ze harkt wat met mijn drietand en de andere twee spelen heerlijk en ongestoord samen. Ik werk hard aan het konijnparadijs wat moet verrijzen. Ik heb het de kinderen vorig jaar al beloofd: als iedereen vier is en naar school gaat, dan krijgen ze allemaal een konijntje. We hebben plek genoeg buiten en kinderen horen op te groeien met dieren, vind ik. Manlief is ooit als kind gebeten door een konijn en heeft er zijn bedenkingen bij. Toch haalde hij vorige week een door mij op de kop getikt tweedehands konijnenhok op. Hij werd onthaald alsof hij Sinterklaas in hoogsteigen persoon was. ‘Zitten daar ook de konijntjes in?’, vroeg onze jongste springend en juichend. Nee, maar dat komt snel genoeg.

Een hoofdrol is deze dag weggelegd voor onze Fien. Denk je je handen vol te hebben aan twee driejarige en een zesjarig meisje, nou, deze kitten doet er graag een schepje bovenop. Wij hebben twee katten: Zus en Fien. Onze Zus, inmiddels alweer acht jaar oud, is een sulletje. Ze heeft jaren binnen voor de hordeur gezeten en was tevreden met een briesje door haar haren. Naar buiten, nee, dat hoefde niet zo. Pas sinds vorig jaar waagt ze zich ook buiten de deur waar ze tevreden ziet hoe de vogels om haar heen vliegen. Ze waagt zich weleens halverwege onze tuin om weer héél hard terug te rennen. Een katje erbij leek ons vorig jaar wel leuk voor haar. Ooit had ze haar zusje altijd om zich heen, maar die is alweer twee jaren geleden overleden en ze oogde wat eenzaam. En dus kwam Fien ons huis binnen. Al binnen een week was ze zes keer op alle mogelijke manier ontsnapt. Hoezo voor de hor zitten; erop uit was haar devies. Ze is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aanwezig en kan klimmen en springen als de beste. Zodra het dit jaar beter weer werd, hebben we haar naar buiten gegooid. En als zo’n koe die voor het eerst de wei in gaat, dartelt en springt ze rond. En verkent ze grenzen; die van onze tuin en ons geduld. Gisteren plukten we haar dus van het dak af. Vandaag heeft ze besloten de vogels aan te pakken. Direct ’s ochtends is het al raak. Nou zijn de vogels nogal geliefd in ons huishouden. Een aantal huizen al lang in onze tuin en horen er een beetje bij. Er is een roodborstje die trouw om ons huis heen hipt en een merel die totaal niet bang is. Een lijster zien we elk voorjaar weer waar hij op ons tuinpad slak na slak kraakt. Totaal niet gestoord door de kinderen die er rondsjouwen. Laat het nu net die laatste gespikkelde vriendin zijn wiens baby Fien in haar bek te pakken heeft. Oudste dochterlief slaat alarm: ‘mamaaaaa, Fien heeft een vogel te pakken!’. Ik red het arme beestje van de kat en ze blijkt nog gaaf. Ik zet het vogeltje hoog weg in een boom en even later is ze weer keurig weggevlogen. Alleen gaat dat vliegen nog een beetje brique en dat heeft onze Fien ook geschoten. In de middag zie ik ons katje een vogel uit de lucht grijpen en ja hoor, het is weer dit lijstertje. Opnieuw redden we het beestje, moeders hipt er zenuwachtig om heen. Fien moet even naar binnen en de vogel komt weer op adem en vliegt weg. Fien besluit even later eens te kijken hoe de wereld er vanuit het topje van een boom uit ziet. Het bevalt haar gezien het klaaglijke gemauw niet heel best, maar besluiten buurman Jan en ik: zoek het maar uit. ‘Die kat moet ook een beetje zelfredzaam worden’, vindt hij resoluut en daar sluit ik me bij aan. Ongeveer een half uurtje later komt ze weer tevoorschijn, het is dus blijkbaar gelukt. Ik roep haar, maar komen, ho maar. Ik ben natuurlijk die verrader die haar liet zitten. En ongelooflijk maar waar, Fien pakt hetzelfde vogeltje ook een derde keer. ‘Payback’ zal ze wel gedacht hebben. Opnieuw huisarrest voor onze Fien – wel met wat lekkers, want ja: katten horen natuurlijk vogels te vangen – en opnieuw redding voor het lijstertje. Ik heb even een goed gesprek met het beestje en zet hem weer hoog weg in de boom waar zijn moeder al moord en brand schreeuwt. Hopelijk zien we die morgen niet weer. In elk geval niet in de bek van onze Fien.