Column Maria Wijnands

Deel 24 – donderdag 16 april

De dag begint hier vandaag echt met een dansje. ‘Ik heb goed nieuws’ meld ik als ik oudste dochterlief uit bed pluk. Vandaag gaan we videobellen met juf en een klein clubje klasgenoten. Én oma komt haar halen. De kinderen zijn inmiddels al een maand thuis, hebben niet meer met anderen gespeeld en zijn niet meer weg geweest. Ze kunnen zonder zorgen met mijn moeder omgaan en dus hebben we besloten dat ze elke week iemand anders haalt voor een momentje alleen bij haar. Het is genoeg om mijn dochter zonder morren uit haar bed te krijgen en ik hoor hoe even later de muziek hard uit haar speakers schalt. Die is echt blij.

De kleintjes wacht vandaag ook een half uurtje videobellen met hun nieuwe klas. Het is wennen-op-de-basisschool-2.0, zeg maar. Om tien uur zien we een stuk of 12 kleutertjes voorbijkomen. Mijn meisjes zelf zijn superverlegen, zelfs nu hun nieuwe juf op afstand zit. Gelukkig hebben we een tolk en wel in de vorm van oudste dochterlief. Die vertelt de nieuwe klasgenootjes van haar zusjes over alle avonturen van kat Fien en dat vinden de kleintjes toch ook wel leuk. Er wordt heel zachtjes nog wat toegevoegd aan het verhaal van grote zus en ze halen Fien op om in beeld te verschijnen. Als oudste dochterlief zelf aan de beurt is om met haar juf en klasgenootjes te videobellen, heeft Fien voor de zekerheid al de benen genomen. Maar het verhaal wordt uiteraard nogmaals in geuren en kleuren uit de doeken gedaan.

Het kost allemaal wel wat veel tijd deze ochtend. Ik merk dat het combineren van thuisonderwijs en werk, echt wel lastig is. Vandaag zijn we vlot begonnen aan het schoolwerk en hebben toen dus van 10 tot half twaalf zo’n beetje achter het videobellen gezeten. De ochtend is inmiddels weg en meer dan dit zit er ook niet in. Het wordt tijd om oudste dochterlief die met oma meegaat uit te zwaaien, de computer aan te zetten en aan de slag te gaan. De kleintjes eten een broodje voor de tv en ik werk even het hoognodige bij.

De middag verloopt verder rustig. Nu grote zus even weg is, is het pais en vree tussen mijn tweelingmeisjes en zijn ze kop en kont. Ze bouwen samen kastelen en torens in de zandbak, ze spelen Heel Holland Bakt – en ja dat bedenken ze zelf – en fietsen rondjes door de tuin. Ik wapper bijna een uur lang met de bellenblaas om de bubbels door de tuin te laten vliegen en onvermoeibaar proberen zij ze kapot te klappen. We nemen samen nog even uitgebreid te tijd om een slak te bestuderen. Ik vind een prachtexemplaar in de tuin die als wij te dichtbij komen, zich volledig terugtrekt in zijn huisje, maar zodra hij zich onbespied waant, rustig aan een blaadje knabbelt. Hoewel ik er eigenlijk van gruwel – en dan vooral van dat slijmspoor dat hij achter zich laat -, blijft het wel fantastisch te zien hoe de meisjes zonder schroom alles aan het beestje bestuderen en fanatiek een mooi plekje voor hem zoeken.

Als ik even een half uurtje aan het grasmaaien sla, is er tijd voor mij om even alles op een rijtje te zetten. Zo langzaamaan vraag ik me af of ik het vastleggen van deze periode in een dagelijkse blog nog moet doorzetten. Het is een uniek document geworden waarin ik probeer vast te leggen wat ons bezighoudt in een tijd waarin niks normaal gaat. Ik probeer soms met een knipoog te kijken naar de situatie waarin we ons bevinden en probeer een persoonlijk inkijkje te geven in ons leven. Online – en dat is dus het grote nadeel van social media – reageert er iemand op mijn persoonlijke verhaal óf er serieus iemand is die dit elke dag leest. Laat ik wel wezen: dat is voor mij niet een doel op zich. En hoewel we natuurlijk gewend zijn tegenwoordig overal onze mening over te ventileren en dat dus niks persoonlijk is, merk ik dat dit me aan het twijfelen brengt om nog door te gaan. Ik doe dit niet uit zelfverheerlijking, maar ik denk dat er ook mensen zijn die wél met plezier mee lezen. Want zijn we niet allemaal aan het puzzelen om werk en kinderen te combineren? Er zijn vast meer moeders die net als ik de rol van ‘juf mama’ met een lach maar ook weer een hoop frustratie vervullen. En de zakelijke zorgen; ook daarin ben ik niet alleen. Iemand anders voelt de behoefte om online nog een stapje verder te gaan en meldt dat zij dit plaatselijke bokkenblaadje ook echt niet leest. En dat is dus te merken, want de term bokkenblad zijn wij echt wel ontgroeid. En juist om ook te laten zien wat wij doen, hoe onze redactie werkt en ons bedrijf altijd moet doordraaien om actueel en verrassend te blijven, vind ik het goed dit inkijkje in ons leven door te zetten. Wij werken hier met ontzettend veel liefde voor ons vak en schrijven dat is dus iets wat we zelfs thuis in isolement niet kunnen laten. En ik hoop alleen maar met heel mijn hart dat we deze lastige tijd kunnen doorstaan, dat we overwinnen en beter terug komen dan ooit. Elke week weer trek ik die krant thuis uit de bus en is er die zucht van opluchting en dat gevoel van trots. Hij ligt er weer, het is ons gelukt een redelijke dikte te behalen, er zijn ook nu toch weer genoeg – en mooie! – foto’s gemaakt en hoewel zo goed als alles waar we gewend zijn over te schrijven nu niet meer doorgang kan vinden, weten we ook nu verhalen te maken. Wie over de drempel van ons bedrijf stapt, zal merken: hier draait alles toch op volle toeren. Telefoons blijven gaan, er wordt nog gelachen en overleg gepleegd en we lopen nog in en uit. De wereld staat even stil en toch is het ons gelukt. En misschien zijn we wel sterker dan ooit.