Column Maria Wijnands

Deel 25 – vrijdag 17 april

Wij zijn gezegend met een oudste dochter die graag in bed ligt. Als baby al gaf ik haar ’s ochtends een eerste fles en stopte ik haar direct weer in haar bed. Ze werd ouder, maar sliep altijd uit. Taferelen van in het weekend al om zeven uur op zijn met een wakkerder-dan-wakker kind kenden wij niet. Zelfs als ze wakker werd, mocht ze graag nog even doezelen in haar bed en als het wat haar betreft tijd werd eruit te gaan, kwam ze niet, maar riep ze. Juist in deze weken neemt ze het er dan ook weer van. Meestal pluk ik haar rond acht uur eruit, maar als ik even wat later ben, heeft zij zich echt nog niet gemeld. Onze tweeling probeerde ik hetzelfde aan te wennen, maar dat was ijdele hoop. Uitslapen kunnen ze wel, maar liever zijn ze de eerste die wakker is en dus is het bijna een sport om die deur open te gooien zodra ze het gevoel hebben dat de dag begonnen is. Zelf ben ik behept met een ochtendhumeur. Ik heb liever niet dat iemand het eerste uur tegen me praat. Maar manlief is deze hele week al rond een uur of zes vertrokken richting kantoor, dus ik ben – naast de katten die wijselijk hun ogen dicht houden – de enige om tegenaan te praten. Half zeven is dé tijd deze week waarop onze jongste zich stug blijft melden. Ook haar zus heeft de flow inmiddels te pakken en ja hoor, deze vrijdagochtend melden twee meisjes zich om veel te vroeg alweer tegen me aan te kletsen. Ik stop ze samen in ons bed waar ze dikke lol hebben en ik toch enigszins rustig aan mijn dag kan beginnen.

Rond een uurtje of elf vertrek ik naar kantoor. Het was een drukke ochtend, verzucht iemand daar, en inderdaad; dat kan ik beamen. Het lijkt allemaal zo ontspannen thuis, maar ik heb al lezen en rekenen gedaan met oudste dochterlief en een heuse slang geknutseld met de jongste twee. Ik dacht dat het leuk zou zijn om het oefenen van hun logopedie-woordjes wat op te ‘pimpen’ en voor je het weet creëer je twee slangen van elk een meter lang. Met daarop dus die lastige ‘s- woordjes’ dat dan weer wel, maar ergens in de strijd zijn we vergeten die ook echt even een half uurtje fanatiek te oefenen. Ik laat oma achter met keurig geïnstrueerde dames. Ze moeten van mij nog vouwen en na het brood eten is er vandaag geen tv, maar moeten ze hun kamers opruimen. De verjaardag van onze kleine dames komt eraan en ik weet al dat het nieuwe speelgoed een mooi plekje moet krijgen. Ik beloof ze allemaal een centje als ze zorgen dat het er weer spik en span uitziet als ik terugkom. Zo hebben ze ook geen tijd om zich te vervelen en oma uit te testen en slaan we twee vliegen in één klap.

Hoewel ik thuis goed kan werken, blijft het daar bij gestolen uurtjes. Echte rust is er alleen als de kinderen slapen of voor de tv zitten, dus op kantoor is het echt wel even fijn aanpakken. Je denkt dat je het thuis prima onder controle hebt, maar als ik weer vertrek merk ik toch hoeveel werk er ook weer blijft liggen. Eén dag per keer, blijft mijn motto, dus maandag gaan we proberen ook dat weg te krijgen.

Thuis wacht me goed nieuws en slecht nieuws. Het slechte bevindt zich in een theedoek op de tuintafel. Het is Fien toch gelukt mijn nieuwe gevederde vriendje te pakken te krijgen. Gisteren drie keer door mij gered; vandaag heeft dit kleine lijstertje echt het loodje gelegd. En volgens de dames moet hun vader dit beestje écht in onze tuin begraven en daarom moet hij bewaard blijven in deze theedoek. Ik praat er maar niet tegen en ik vermoed dat hun vader het beestje echt wel de kliko in mikt als hij de kans krijgt. Maar er is ook goed nieuws: de kamers zijn netjes. Trots vertellen ze dat ze alles opgeruimd hebben en oma beaamd: dit ziet er goed uit. De allerijl op de zaak in mijn zak gestoken centen stop ik mijn blije dames toe. En tevree vertrekt mijn drietal naar boven richting de spaarpotten. Terwijl ik nog even de planten wat water geef in de voortuin, gaat de voordeur open: ‘mamaaaa, hoeveel geld heb ik nodig voor zo’n pop die ik graag wil?’ roept oudste dochterlief naar buiten. En als ik het toeroep vertrekt ze snel weer: ‘dan ga ik nu mijn spaarpot omkeren’. Mooi, pakken we nog wat extra rekenen mee.

We kijken samen film deze vrijdagmiddag en pas ’s avonds neem ik een kijkje in de oh-zo opgeruimde kamers. Wat blijkt: oudste dochterlief heeft fantastisch haar best gedaan, maar die had eigenlijk ook al geen rommel, onze jongste dame heeft alles achter haar bed gegooid en haar tweelingzus heeft alles aan losse rommel in haar kast gedrukt. Tja, zo kan het ook. Zelf vinden ze het prachtig én: ‘oma vond het ook héél netjes’.

De vrijdag is voor oudste dochterlief opblijf-avond en dit keer moet ze aan de slag. Manlief vertrekt nogmaals naar kantoor om wat posters te regelen voor een klant, maar haar zusjes zijn zondag jarig en alle cadeautjes moeten nog ingepakt worden. Dus: mouwen omhoog en inpakken maar. En dan op de bank meecoachen met The Voice Kids. ‘Als ik tien word’, besluit ze, ‘dan wil ik voor mijn verjaardag met The Voice Kids meedoen’. Genoeg om over te dromen als ze uiteindelijk haar bedje in kruipt. Als wij ook aan het dromen toe zijn, schrik ik opeens wakker: de cadeaus staan nog beneden. En niet morgen, maar overmorgen is dé dag. Dus hup, weer uit bed en verstoppen die handel voor het geval dat twee nieuwsgierige meisjes ons morgen te snel af zijn.