Column Maria Wijnands

Deel 36 – zaterdag 2 mei

Joehoe! Het is weer zaterdag-bakdag. Met dank aan de Zoete Zusjes – een You Tube duo die mijn tweelingmeisjes regelmatig bekijken – maken we dit keer worteltaart. De vlog waarin deze Zoete Zusjes dit ook maken is de absolute favoriet van mijn dochters en dus vragen ze al weken om worteltaart. Het blijkt dat ze ook nog wel wat opsteken van de vlogs want ze weten me precies te vertellen wat er in deze taart hoort van Baking Soda tot geraspte wortels. We raspen samen sinaasappelschil, mengen de wortel lekker met onze handen door de deeg en snoepen van de frosting die erbovenop moet komen. Het is geen slechte ochtend zoals u begrijpt.

We krijgen dit weekend nogal wat telefoontjes of alles wel goed gaat bij ons. We zijn namelijk rap onze dierenschare aan het uitbreiden. Hoewel manlief er niet per se gelukkig mee was, heb ik de kinderen al een jaar geleden allemaal een eigen konijntje beloofd. De afspraak was: zodra iedereen vier is en naar school gaat, gaan we dit mogelijk maken. De laatste weken hebben we hard gewerkt aan een mooie buitenren in de tuin en nu de school weer op het punt van beginnen staat, is het moment gekomen dat we de konijntjes gaan halen. ‘Wie gaat het hok schoonmaken’ is een veelgestelde vraag dit weekend en eerlijk: ik waarschijnlijk of nog waarschijnlijker manlief. Ik vind dat het goed is dat de kinderen leren dat er klusjes zijn om te doen, maar ik vind het oprecht ook maar een kleine moeite om één keer per week even het hok leeg te trekken. De praktijk moet gaan uitwijzen of ik spijt krijg van deze laconieke houding, máár, zo houdt ik manlief voor: we hebben ooit richting de dertig luiers per dag verschoond; hier draaien we onze hand niet voor om.

Via via zijn we aan een fantastisch adresje voor de konijnen terecht gekomen en we stappen deze zaterdagmiddag een kleine konijnenhemel binnen. De konijntjes zijn tien keer zachter dan verwacht en tien keer schattiger. De ooh’s en aah’s gaan door de lucht terwijl we onwennig ook anderhalve meter afstand proberen te houden. We proberen ook niet te geforceerd te zijn in het hele afstandsverhaal, want zo nemen wij ons voor: je moet er inmiddels toch ook vanuit kunnen gaan dat degene die twijfels of klachten heeft of ziek is, niet uit zijn huis komt.

Eenmaal thuis kan het grote knuffelen beginnen. We hebben Pluisje die beter Rietje had kunnen heten omdat ze non-stop trilt, er is Thomas – vernoemd naar de klusser uit Eigen Huis en Tuin – en Pieter, uiteraard naar het welbekende konijn. Wonderlijk genoeg blijkt het nu ook zo baasje, zo konijn. Pluisje is net als haar baasje de rust zelve, Thomas lijkt even pienter en weldoordacht als oudste dochterlief en Pieter… Tja, Pieter is net als onze Rachel een druktemaker, continu van het één naar het ander onderweg en niet te vangen. We hebben de hele zaterdag dikke lol om Pieter Konijn die de hele bank af racet terwijl de andere konijnen overladen worden met knuffels en kusjes.

’s Avonds lees ik in alle rust een stuk over de bewoners van verpleeghuizen. In de Volkskrant vertelt een dochter hoe haar moeder van een welbespraakte en kwieke vrouw in zes weken wegkwijnt zonder persoonlijk contact en amper nog aanspreekbaar blijkt. Letterlijk van eenzaamheid vergaan; ik vind het ontzettend triest. Manlief en ik vragen ons samen hardop af wat we zelf zouden doen als we zo oud zouden worden. Liever samen aan de corona dan alleen verpieteren in een afgesloten verpleeghuis luidt ons oordeel, maar je weet pas echt wat je doet als je je in die situatie bevindt. Zou er nou nooit iemand zijn die recalcitrant tegen die lockdown in gaat en de deur weer open gooit of stiekem een familielid naar binnen smokkelt? Tja, hoe recalcitrant zijn we eigenlijk zelf? Ook wij vertoeven voornamelijk in en om ons huis, hebben behalve mijn ouders familieleden al maanden niet gezien en maken ons zorgen om mijn oma die ook wel klaar is met het eenzame isolement. Een poosje heb ik getwijfeld om toch even langs te gaan bij haar met de kinderen, want juist nu nog gaan ze niet naar school en zijn ze al weken thuis. De kans dat ouwe oma door hun besmet wordt, is minimaal. Maar zelf ga ik natuurlijk wel nog naar kantoor en ik zou het mezelf ook niet vergeven als ik haar dan wel aansteek met iets wat ik per ongeluk onder de leden blijk te hebben. Het lijkt me schier onmogelijk dat ik corona heb, maar om dan toch compleet lak te hebben aan alle maatregelen is ook wel weer spannend. En dus bellen we ouwe oma maar, sturen we tekeningen en foto’s en hoop ik maar dat we elkaar snel weer eens gewoon kunnen zien. Ik wil me niet Roomser voor doen dan de Paus; voor deze lockdown kwam ik ook niet meer wekelijks bij haar. Maar helemaal niet langs gaan en haar zo alleen laten zitten, voelt ook wel heel erg onmenselijk.