Column Maria wijnands

Deel 44 – maandag 11 mei

De dag waarvan je soms dacht dat hij nooit meer zou komen. Om het even melodramatisch te bekijken. Maar eigenlijk niks meer dan de eerste schooldag! Een enorme mijlpaal en het is dan echt wel een beetje feest in ons huishouden. Ik sta extra vroeg op om snel mijn column en blogs af te ronden voor ik zorg dat alles klaar staat voor school. Op het aanrecht prijken zes brood/fruitbakjes en zes bekers en dat is even wennen. Ik maak de dames voor de zekerheid extra vroeg wakker, zodat we zeker weten tijd genoeg hebben. Opstaan, aankleden en ontbijt eten, dat doen ze graag in de laagste versnelling dus ik neem de tijd maar deze ochtend. Zal je altijd zien: zit het brood er in vijf minuten in en zijn de kleren in recordtijd uitgekozen en aangetrokken. Maakt niet uit: het is gelukt. Stipt acht uur stappen we volgens planning in die blinkende auto om naar school te gaan.

Tot zover gaat alles prima. Ik heb drie blije meisjes die totaal niet gespannen lijken bij me. Ze lachen en rennen vooruit richting school. Bij het hek geven we een dikke kus en knuffel en dan moeten we doei zeggen. Ze moeten zelf die laatste meters afleggen naar de juffen die in speciale vakken staan te wachten. Ik maak nog een foto van hoe mijn drietal samen dat plein oversteekt en wil net opgelucht ademhalen als eentje zich bedenkt en zich omkeert. Het vervolg is iets minder gezellig en zoetsappig. Ze zet het op een brullen en klemt zich stevig aan me vast. De directrice wrikt haar uiteindelijk los en brengt haar al roepend en schreeuwend naar binnen. Nummer twee is nog rustig, maar weigert ook nog bij me weg te gaan en als die uiteindelijk ook moet, begint het feest opnieuw. Oudste dochterlief vraagt ondertussen met een piepstemmetje of ze nu naar haar eigen klas mag. Heel blij zat ik even later niet in de auto.

Ik voel me een barbaar, maar ik weet ook hoeveel zin de dames in school hadden en hoe blij ze nog thuis waren. Het is de angst en de spanning, het onbekende waardoor ze het zo lastig vinden zich over te geven aan deze nieuwe stap. Maar als ik ze weer had meegenomen, waren we verloren geweest. Veel liever was ik mee naar binnen gegaan. Door dat stomme Corona moet ik buiten het hek blijven en zien hoe ze mijn dames als het ware afvoeren. Ik heb overigens geen illusies: ook als ik mee naar binnen mocht, waren ze waarschijnlijk gaan huilen bij het afscheid.

Ik word na een dik half uur gebeld door de juf: de directrice zit nog altijd binnen met mijn dames en zij speelt met de rest van de groep buiten. Als ik het niet zo beschamend vind, is het natuurlijk ook wel erg komisch. Onze Georgia wilde niks liever dan les krijgen van de directrice en dreef ons wekenlang tot wanhoop omdat ze absoluut niet naar haar toekomstige juf wilde. Ze heeft dan toch haar zin. De dames zijn nog altijd niet rustig, maar het gaat wel wat beter, hoor ik. Ik druk de juf nog maar even op het hart dat er echt wel naar uit keken om naar school te gaan, want ik ben maar wat bang dat ik ze weer moet halen.

Deze directrice is echter goud waard. Ze zet door en belt me weer dik een uur later. Uiteindelijk is oudste dochterlief er nog bij gehaald én de juf van oudste dochterlief en werden ze rustig. Ik ben vreselijk opgelucht en blij, maar voel me ergens ook wel wat opgelaten. Gelukkig wimpelt de directrice dit allemaal weg: ze heeft er gewoon tijd in gestoken en heeft het gered. Bij tweelingen gebeurt het wel vaker dat ze elkaar continu weer opjutten en dan duurt het nou eenmaal wat langer voor ze kalmeren.

Op het werk komt in elk geval niet heel veel meer uit mijn handen. Het verlossende telefoontje lucht vreselijk op, maar ik tel de uren wel af deze dag tot ik ze weer kan halen. Gelukkig is het verder goed gegaan en hebben ze zich prima vermaakt. Heel blij zijn ze niet meer, want ze zijn bekaf. Thuis kan de ene met moeite nog de ogen open houden, terwijl de ander nog even terugblikt op haar huilbui. ‘Bij de juf van Olivia ben ik maar gestopt met huilen’, vertelt ze. Dat ze door de directrice naar binnen moest worden gesleept, is ze al helemaal kwijt. Maar dat het maar niet weer zo moet, zijn we gelukkig eens. Ik ben blij te horen dat de dames ook gewoon met andere kinderen hebben gespeeld. De vraag met wíe dan wel blijft onbeantwoord: ‘dat weten wij echt niet meer’. ‘En wie was het leukste kindje uit de klas?’ probeer ik nog. Zonder blikken of blozen antwoord er iemand naast me: ‘ikke’.

Het kostte me tien jaar van mijn leven, maar dat was hem dan, die eerste schooldag. ’s Avonds krijg ik nog een appje van een andere moeder die erg met me meeleefde. Tja, dit was echt niet mijn beste mama-momentje, deze ochtend. Haar dochtertje had mijn dames nog even gezien op school – ik vrees dat de hele school inmiddels wel weet wie ze zijn. ‘Waren ze toen nog zo verdrietig’, had ze haar dochter gevraagd. ‘Nee hoor, ze waren mooi aan het spelen’, was haar relaas. Dikke, dikke draken. Dat zijn ze, die dochters van mij. Stijfkoppen, dwarsliggers en pittige tantes. Maar oké, er zit in elk geval wel wat in, dat hebben we weer gemerkt. Ik werp nog even een blik op mijn slapende tantes voor ik naar bed ga. ‘De slaap der onschuldigen’ grap ik tegen manlief. We kunnen er om lachen gelukkig.