Column Maria Wijnands

Ik heb me voorgenomen naar kantoor te gaan, maar het wonderlijke is: zo’n isolement went ook. Ik heb weer wat hoofdpijn en keelpijn en wil ook niemand aansteken. Manlief zou eigenlijk twee uur thuiswerken, zodat ik even naar kantoor kan, maar we besluiten anders. Ik zie het ook om me heen: je maakt er het beste van en al snel wordt dit de nieuwe realiteit. De buren aan de ene kant besteden de tijd goed in de tuin, de andere kant heb ik nog nooit zoveel samen thuis gezien en zij lijken te genieten van alle tijd met hun zoontje samen.

De dag opstarten blijft erg moeizaam, helemaal omdat onze dochters door de spanning slecht slapen. Ik hoor ze over nachtmerries en midden in de nacht roept er één op de overloop: ‘waar zijn jullie allemaal?’. Zelf kwam ik moeizaam in slaap door de totaal niet interessante vraag of ik nou wél of geen gebak moet regelen voor mijn verjaardag. De eerste dag van de lente is het weer zover en dit lijkt wel één van de rustigste verjaardagen ooit te worden. Alhoewel manlief en ik ook al droogjes hebben geconstateerd dat we ook anders niet bepaald uitpakken als we verjaren.

Wonderlijk hoe snel een ritme beklijfd, want net als gister doen we eerst wat klusjes in huis en kleden we allemaal bij wijze van uitdaging zelf aan – waarop er uit de ene kamer klinkt: ‘de maillot zit verkeerd om’ en een ander met een onderbroek op het hoofd aan komt lopen. We kunnen nog lachen, dat is zeker hier. En dan gaan we weer op juf-modus. Ik weet inmiddels nog zekerder dan ooit: dit is niks voor mij. Lá-díng-én geduld heb je nodig en dan nog eens méér geduld. Ik ben al bijna door mijn trukendoos heen, maar er is hoop: rond tien uur komt er materiaal van school binnen. Ik kijk direct of ik ook wat voor mijn ‘kleuters to be’ kan krijgen. Als het wennen op school niet gaat lukken, doen we het wel thuis.

Eén ding houdt ik ze voor: we moeten het samen doen. Gemopper op elkaar druk ik direct en vastberaden de kop in en ik stimuleer ze elkaar te helpen. De sfeer is op deze manier wel opperbest. Ik zet de jongste dames achter wat oefeningen als ‘kleur het eerste en laatste varkentje in deze rij’ en laat ze letters schrijven. De juf zal nog met haar oren klapperen, want ze pikken zo wel makkelijk en snel alles op. Om een uurtje of tien komt er mail van de basisschool. De spanning van de afgelopen dagen blijkt wel iets hoger te zitten dan ik voor mezelf bleef volhouden en ik schiet bijna vol als ik lees wat de meesters en juffen hun kinderen meegeven: “We willen jullie vragen om in deze bijzondere tijd wat extra aandacht te geven aan vriendjes en vriendinnetjes of familieleden die te maken hebben met ziekte en geen bezoek mogen ontvangen. Bel eens wat vaker, stuur een berichtje, filmpje of nog leuker: een echte kaart of tekening met de post. Skypen, Facetimen, Snapchat…. Jullie verzinnen vast wel iets, dat weten wij zeker!”

Uit de hele lijst met tips, springt er één optie direct naar voren: tik een mailtje aan juf. Ik zet oudste dochterlief achter de computer, leer haar de spatie, enter en backspace voor een eventueel tikfoutje en ze gaat fanatiek bezig. Opnieuw kippenvel als ik dit even later op het scherm lees: “Hoi juf, het gaat goet met mij. hoe gaat het met jou. mijn mama speelt juf. juulie  zijn alebij de alerliefste  juf  van de  werelt. het is leuk in groep3 met jou. het  is leuk  met jou juf karin. ik tiep dit berigt   pesiaal  voor  jou. liefs   olivia.”

De afgelopen zes jaar heb ik heel wat thuis gewerkt. Een eigen bedrijf geeft heel wat zorgen, betekent veel en hard werken, maar ook vrijheid in hoe je dat doet. Manlief is de ‘fortbewaker’ op kantoor en sinds de kinderen er zijn, pak ik naast vaste momenten op kantoor, thuis mijn momentjes. Maar nu de kinderen helemaal niet meer weg zijn, is het wel weer meer puzzelen dan ooit. Hoewel ik ervan gruwel, besluit ik vandaag niet aan tafel brood te eten, maar de dames voor de tv achter een bolletje te schuiven. Het geeft mij de broodnodige ruimte om de computer aan te zetten en twee uurtjes weg te werken wat nodig is. Ook op werkgebied vindt je wel een weg om deze situatie door te komen. Nieuwe gewoonte is ’s ochtends de redactie te bestoken met mailtjes. Want wonderlijke genoeg is de inspiratie groot deze dagen. “Denken jullie om…”, of “ik heb nog een fantastische brainwave …”. Op afstand werken lukt, maar is ook een frustrerend proces. Als iedereen vergeet te reageren op mijn mail, voel ik me letterlijk afgesneden en genegeerd. Het is wel alsof je niet meer voor vol meetelt. Mopperend bel ik manlief op om ze even te activeren daar op kantoor en prompt beginnen de appjes weer binnen te lopen.

Daarna gaan we naar buiten en is het tijd voor het enige normale sociale contact van de dag. Buurman Jan en ik hebben besloten dat we over de schutting veilig met elkaar kunnen praten en spreken beiden niks meer dan ons eigen huishouden. Een noodkreet van oudste dochterlief rukt ons even uit ons praatje: ‘er is iets heel ergs gebeurd!’, klinkt het. Het blijkt een dood lieveheersbeestje; gelukkig kan ze zich hier nog altijd druk om maken.

De dag loopt op zijn eind en ik zie verbaasd hoeveel plezier mijn dames toch met elkaar hebben. Het beste ervan maken; dat kunnen kinderen als de beste. De volgende ochtend stap ik bijna tegen beter weten in tóch weer onder de douche, föhn mijn haren en kleed me aan. De vraag is of het nut heeft, want gezien de regen buiten lijkt het erop dat zelfs mijn enige sociale contact met de buurman vandaag niet gaat plaatsvinden. De dames komen even monter als anders uit bed rollen, maar dít keer wordt er al niet meer gevraagd wat we vandaag gaan doen.