Column Maria Wijnands

Deel 8

Er breekt gewoon weer een nieuwe dag aan. Opgelucht worden manlief en ik wakker: eindelijk weer eens een nachtje door kunnen trekken. De hardnekkige verkoudheden van onze meisjes maakt ze onrustig in bed en gevoelig voor oorpijn. Daardoor hebben we menig – koude-  nacht naast de bedden gestaan om huilende meisjes te sussen. Maar eindelijk: we hebben een goede nacht gemaakt en hadden ook nog eens stiekem de wekker een uurtje later gezet, dus uitgeruster dan dit zal het voorlopig niet worden. Ik ben weer wat beter te spreken en besluit me deze ochtend eerst maar eens volop op de dames te richten. Gisteren moest er heel veel wijken voor mijn cijfers, dus dat was wel even genoeg gevraagd van ze. Ondertussen appt een freelancer nog bezorgd: ‘gaan de kranten deze lastige situatie overleven?’ ‘Daar gaan we vol voor’, antwoordt ik om weer over te gaan tot ‘juf mama’.

‘Gaan we weer dezelfde dag doen?’ informeert één van mijn driejarigen. En ja, laten we daar maar voor gaan. ’s Ochtends schoolwerk met tussendoor ook gewoon fruit, ’s middags lekker naar buiten. De kleintjes krijg ik alleen met hangen en wurgen aan hun werk; ze zijn hoesterig en moe daarvan. Bleekjes maken ze puzzels en ze kleuren wat lusteloos aan hun kleurplaten. Het lijkt me leerzaam genoeg als ik tijdens het puzzelen ook nog wat vragen op ze af vuur. Geniaal is het antwoord op de vraag wat de ridder aan heeft: een glittervestje. Ik laat een knap staaltje multitasken zien als ik links iemand help met een kleurplaat voor oma, rechts help met een puzzel en ondertussen ook nog een taalspelletje doe met oudste dochterlief. We rollen met de dobbelsteen en moeten woorden verzinnen aan de hand van de regels per getal. De één staat bijvoorbeeld voor een woord met –nk, enzovoort. Vervolgens moet zij alle woorden van mij opschrijven; zo pakken we ook meteen het schrijven mee waar we tot nu toe nog niks aan gedaan hebben. We maken er een extra uitdaging van om zo lastig mogelijke woorden te verzinnen. Ik kom met braadworst, luilak en rommelkont, maar zij gaat prima mee met directeur (wat zelf schrijft als dierukteur), schommelbank en scheerschaar (bijna). We doen ook nog met zijn allen een rekenchallenge, door mij gevonden op instagram. Bedankt ‘juf Lotte’; we vermaken ons opperbest hiermee. We zoeken zes verschillende knuffels binnen (een eitje in dit huis vól knuffels) en zes verschillende soorten blaadjes buiten. Ook zoeken we drie dingen met een zes erop met als klapper de verjaardagshoed van oudste dochterlief die in december zes is geworden. Ja, wie wat bewaard, die heeft wat. Mijn kleine dames mogen dan op de ipad spelletjes doen (en zeker geen gekke filmpjes kijken) zodat ik even ruimte heb om met oudste dochterlief rekenspelletjes te doen. Als we in één minuut zoveel mogelijk sommetjes moeten opschrijven die samen tien maken, blijk ik iets te fanatiek met mijn twintig sommen tegenover haar drie. Tijd om de juf mama weer even van me af te schudden.

In de koppies van mijn kleinste dames lijkt het aardig rustig, maar oudste dochterlief weet niet zo goed wat zij van deze nieuwe situatie moet vinden. Ze wil eigenlijk ook wel graag naar school en mailt juf dan ook dat ze het leuk vindt bij mij, maar school toch wel erg mist. ‘Als we nou niet geboren waren’, merkt ze mokkend op, ‘dan hadden we dit ook niet hoeven meemaken’. Gelukkig kunnen kinderen ook snel een knop omzetten. Via de ipad komt het gesprek weer eens op de Goedheiligman, die in ons huishouden nog bijna wekelijks voorbij komt. ‘Zou Sinterklaas ook Corona hebben’, vraagt ze zich af, ‘want in Spanje zijn er ook veel mensen ziek. Zal hij dan zeggen: dat was spannend, als hij weer komt”, giechelt ze. Laten we het hopen, dat we tegen die tijd nog simpelweg bedenken: dat was spannend. Want spannend is het zeker.

Wat hebben we toch een geluk dat het lekker weer is. De middagen brengen we buiten in het zonnetje door. We hebben een ruime tuin, dus het is geen probleem weer een gymles in elkaar te draaien. Omdat de kleintjes echter moe en kwakkelig zijn, is de sfeer dit keer niet zo goed als mijn vorige gymles. Eén van de dames heeft besloten overal moeilijk over te doen. En ja, negatieve aandacht is ook aandacht en als je nooit meer een momentje alleen met je moeder hebt, dan voldoet even de rest sarren ook heel prima. Het overgooien gaat nog wel aardig, maar het volgende treintje waarbij ze om en om een bal doorgeven over het hoofd of door de benen om dan weer achteraan te sluiten, haalt het einde van de tuin bijlange na niet. Na vier meter zuchten en steunen, gooien wij de gymhanddoek in de ring: dit is niet de dag blijkbaar.

De tv gaat aan en ik probeer nog even mijn geplande boodschappen voor de volgende dag aan te passen. Helaas: ik ben momenteel niet de enige die boodschappen wil laten bezorgen. Wel de meest trouwe waarschijnlijk; want al vanaf het állereerste moment zijn wij van de partij. Toen oudste dochterlief net twee was, was ik topzwaar met twee baby’s in mijn buik. Zíj maakte er een sport van door de schappen te rennen en zich te verstoppen; voor mij was het onmogelijk nog enig tempo te maken. Áls ik haar eindelijk te pakken kreeg, gooide ze zich vaak op grond en kon ik haar weer niet oppakken omdat ik niet goed kon bukken. Ik besloot toen: het is klaar met boodschappen doen. We begonnen met bestellen, eerst haalde manlief het nog trouw op bij een pick-up point en inmiddels wordt het alweer jaren elke woensdag hier gebracht. We zijn zo trouw dat de bezorger inmiddels ook trouw aan ons is en op een vaste tijd zich meldt. Zelfs als hij een keertje er niet is, zorgt hij dat zijn vervanger weet wanneer wij de boodschappen verwachten. Maar goed, of we elkaar nog wekelijks gaan treffen, lijkt zeer de vraag. De bezorgmomenten zitten snel vol en door de drukte heeft de supermarkt besloten de service eerst dicht te gooien. Gelukkig heb ik voor deze week al eerder wat klaar gezet maar de aan de kinderen beloofde ‘donderdag-bakdag’ kan van de planning omdat ik simpelweg de ingrediënten niet meer kan toevoegen aan mijn digitale winkelmand.

Voor oudste dochterlief is het de zoveelste tegenslag en dan is het voor onze zesjarige écht teveel. De tranen vloeien rijkelijk voor ze naar bed gaat en ik heb moeite haar te troosten. Want ja: ik begrijp heel goed dat ze verdriet heeft, haar vriendjes en vriendinnetjes mist en zo graag weer naar school wil.