Column Maria Wijnands-Hovingh

Deel 40 woensdag 6 mei

Het lijkt erop dat deze gekke periode bijna ten einde loopt! Vanavond schijnt er goed nieuws te komen in de persconferentie. Inmiddels rekenen we er toch zeker op dat de kappers open gaan en hopelijk krijgt de horeca ook een serieuze datum voorgespiegeld. Ik kan me goed voorstellen dat het echt supervervelend is je toko zo lang gesloten te moeten houden. De meeste ondernemers werken vanuit een passie, een stukje liefde en het moet zeer doen dat teniet zien gaan. Wij hadden ook maar één hoop aan het begin van dit alles: dat we door konden draaien. Tuurlijk, uit blijven komen betekent niet direct geld verdienen, maar helemaal stil liggen zouden wij niet lang vol kunnen houden. In elk geval kunnen we knokken nu en hebben we enigszins het gevoel ons overleven nog ietwat zelf in de hand te hebben.

De situatie waarin we nu zitten, vergt wel wat van ons. Je voelt je tekort schieten nu de omzetten zijn weggezakt, ook al is dit buiten je eigen schuld om. We voelen ons verantwoordelijk voor elke krant die op de mat valt en het doet nog altijd persoonlijk zeer als die niet voldoet. Iedere bezorgklacht trekken we ons aan, elke fout in een advertentie maakt dat we stevig balen. En nu moeten we vechten voor wat we waard zijn, al ligt de oorzaak en oplossing ver buiten onze invloedssfeer. Ik heb het gevoel dat alleen als ik meer dan 200% geef, het goed kan komen. Elk momentje dat ik even om rommel, thuis de was doe of even wat in de tuin onderneem, wringt. Zou ik niet toch de tijd beter benutten om wat werk te verzetten, om ideeën op papier te zetten of mensen aan te sturen? Moet ik niet naar kantoor om te checken waar iedereen mee bezig is en om ook gewoon te laten zien dat ik echt wel werk?

Thuiswerken is een lastig fenomeen. Werk ik of ben ik thuis? En thuiswerkende moeder zijn: ben ik mama of ben ik baas? En ik merk dat ik het lastig vind om uit te dragen waar ik mee bezig ben. Iedere foto die ik van de kinderen op social media post, doet me twijfelen. ‘Kijk, is ze weer met haar kinderen bezig’, galmt het door mijn hoofd. Maar natuurlijk ben ik met mijn kinderen bezig. Ze zijn nog maar vier en zes jaar en dan heb je nog altijd niet veel meer nodig dan veel aandacht van je moeder. Wellicht niet hoe anderen het doen, maar ik heb het altijd belangrijk gevonden veel tijd in ze te steken. Een cliché maar waar: ze zijn maar één keer klein. Bovendien: een eigen zaak betekent dat er altijd werk te doen is. Er zijn altijd zorgen en we hebben met 14 man personeel een grote verantwoordelijkheid. Als ik hier in verzwelg, betekent dat dat ik niet geschikt ben voor mijn plek. Juist doordat ik kan schakelen, kan ik het volhouden om te doen wat wij doen. Manlief en ik doen het samen. Hij is dan wel het meest op kantoor; dat betekent niet dat ik minder betrokken ben. En gelukkig hebben we mijn vader nog erbij.

Het continue schakelen van begeleiden van schoolwerk tot het spelen van een peuterspelletje en dan weer achter de computer voor werk maakt dat ik sommige dagen ernstig uit mijn doen ben. Vandaag is dus zo’n dag. En inmiddels heb ik wel een beproefd recept. Ik ga wat doms doen, letterlijk aanpakken om mijn hoofd te ordenen en daarna weer een knop om te zetten. Deze middag loop ik kruiwagen na kruiwagen met zand te versjouwen en ondertussen laat ik de laatste weken door mijn hoofd gaan. Wonderlijk genoeg werkt dit ook enorm rustgevend op mijn kinderen. Zolang ik lekker bezig ben, zijn zij het ook. En dus heb ik alle ruimte om even te doen wat ik wil en kan ik na een uurtje buiten ook nog prima achter de computer kruipen. Win-win in tijden van corona-isolement. Het kan dus wel.

Eind van de dag hebben de dames een heus juichmomentje: er is post voor ze! Het blijkt ons nichtje, ver weg in Arnhem. Gelukkig kunnen we mijn ouders nog altijd zien omdat we in hetzelfde ‘kringetje’ zitten. We komen allemaal alleen heel soms lokaal in een winkel en op kantoor, maar verder nergens. Mijn broer woont met zijn gezin veel verder weg dus en zit in een ander kringetje. We hebben het tot nu toe allemaal nog niet aangedurfd elkaar te zien en dat voelt wel steeds onnatuurlijker. We kunnen bellen en appen wat af in de groepsapp – die bij tijden dus ook wel eens vervloekt wordt – maar het is natuurlijk niet hetzelfde als elkaar zien. Gelukkig doet zo’n briefje, hoe simpel en kort ook, enorm goed. ‘Ik hoop dat we elkaar snel weer kunnen, want het is al zo lang geleden’, staat er tussen de zeemeerminnen en de glitterstickers op papier. Ik help het mijn nichtje hopen.