Column Maria Wijnands-Hovingh

Deel 30 – vrijdag 24 april

Bij het ontbijt deze ochtend hebben we het over de grote school. Nu we langzaam echt serieus kunnen aftellen, is het verstandig de dames wel weer wat voor te bereiden. Ze vinden het maar wat spannend om heen te gaan, maar ze hebben er ook wel heel veel zin in. Voor één van de dames voelt het als één groot pretpark; ze wil in de poppenhoek, bouwen met die grote blokken en op de computer. Van attractie naar attractie zeg maar. Ze loopt al dagen met haar nieuwe rugtas op door het huis. Ik maak me over haar geen zorgen, alhoewel ze vast degene is die straks het hardste huilt. Haar zus heeft zo haar twijfels. Het bevalt haar prima bij mij en ze kan zichzelf erg goed vermaken. Bovendien heeft ze haar zinnen gezet op een andere juf en heeft ze besloten dat de juf die ze krijgt, een stuk minder leuk is. Ik moet ze nog wat ‘slecht’ nieuws brengen, want ik mag waarschijnlijk niet mee naar binnen op hun eerste schooldag. Dat klinkt even hard, maar afscheid is afscheid; of het nu buiten of binnen is. Het blijft een spannend moment en het zal hoe dan ook even lastig zijn. We besluiten dat ze buiten wel veel beter mij uit kunnen zwaaien en daar worden ze wel blij van. Als ik zeg misschien zelfs stiekem te toeteren voor ik wegrij, zijn ze om. Ze beloven elkaar een hand te geven en extra hard te zwaaien en ze lijken het beide wel aan te durven.

Op het werk hebben we het over Koningsdag. Plannen heeft bijna niemand maar wij wel. Oudste dochterlief bedacht zich namelijk deze week geschrokken dat er geen Koningsspelen zijn dit jaar. En ze vindt het altijd zo leuk om al die gekke spelletjes te doen. Ik heb daarvoor een prima oplossing: men neme onze grote achtertuin, we pakken een vuilniszak, een ei met een lepel en bekertjes en we kunnen los. Papa met de meisjes tegen mama met de oudste. We zullen wel eens zien wie er het meest geschikt is als kleuterjuf/-meester. Op het werk kunnen ze er smakelijk om lachen. ‘Ja, Maria kent die spelletjes allemaal wel inmiddels’, hoor ik en inderdaad, ernstig maar waar, maar dit is meer en meer mijn wereld geworden.

De spaarzame uurtjes op kantoor worden weer goed benut. Omdat komende maandag Koningsdag is, betekent het opnieuw een vroege deadline voor ons en maken we deze vrijdag weer een groot deel van onze kranten klaar. Voor mij betekent het dat ik mijn wekelijkse column ook eerder moet aanleveren en deze week hang ik daar wat tegenaan. Als het een normale week is, tik ik de column bijna steevast nog op maandagochtend weg. Het is het eerste wat ik doe zodra de computer aan gaat. Nu moet het dus op deze vrijdag en omdat ik me er vanochtend niet direct toe heb gezet, blijft het in mijn nek hijgen. Gelukkig heb ik een beproefd recept: even plassen om het hoofd leeg te maken, een kop thee halen en intussen in mijn hoofd de inspiratie bij langs en dan achter mijn bureau en typen maar. Gelukkig kan ik hier op kantoor ook even lekker doortikken zonder kinderen die dorst hebben of elkaar het leven zuur maken en staat de column ook maar zo op papier.

Rond drie uur moet ik snel naar huis, want oma moet afgelost worden en ik heb nog een telefonische intake staan met de kleuterjuf van mijn meisjes. Voorlopig zijn ouders niet welkom in de school en dus is telefonisch contact de beste optie. Juf zelf oppert nog het gesprek uit te stellen totdat ik misschien later weer de school in kan, maar wat mij betreft is telefonisch contact nu wel even handig. Het lijkt me in het geval van mijn dames in elk geval heel praktisch dat ze even weet hoe ze ze straks uit elkaar kan houden.

Eind van de dag komt er ook nog een algemene update binnen van school. De komende drie weken zal ik mijn dames zes dagen van half negen tot twee kwijt zijn; een mooie stap, maar het echte juichgevoel is er wel af. Heel even hadden we het gevoel dat het allemaal wat makkelijker zou worden, maar dat blijkt een al te positieve inschatting. Want de dagen dat ze wel thuis zijn, zal het schoolwerk door moeten gaan en aangezien ze nog altijd meer dagen thuis dan op school zijn, is het puzzelen met werk, schoolwerk en iedereen tevreden houden voorlopig nog niet voorbij. Inmiddels is er bij ons aardig de klad in het schoolwerk gekomen. Het is gebleken dat je je als mens nou eenmaal niet oneindig in allerlei bochten kunt wringen en steeds vaker kiezen we voor datgene wat het meest belangrijk is en dat is nu werk. Thuis blijft bij ons ook thuis; het is geen school en ik ben geen juf. Mijn kinderen zijn altijd erg vrij opgegroeid. Belangrijk vinden wij dat ze ruimte krijgen thuis om te doen wat ze willen – uiteraard binnen de grenzen die wij aangeven – en wij houden er niet van ze de hele dag op de nek te zitten. Wat is er fijner voor kinderen dan uren met poppen te spelen, te verkleden of de meeste gekke creaties te knutselen? Ze bouwen hutten, fietsen door de tuin en schommelen. Zodra het redelijk weer is, gaan hier de deuren los en zijn ze veel buiten. Het ontspant ze en ze slapen tien keer beter. Ik begrijp heel goed dat er elke dag wat aan school moet worden gedaan, maar als ze een dag zin hebben om heerlijk te spelen en gewoon even lekker een film te kijken, dan heb ik daar ook geen problemen mee. We zullen zien hoe het straks na de meivakantie gaat verlopen.

Online is er deze avond iemand die onze redactie duidelijk wil maken dat er een wezenlijk verschil is tussen thuisonderwijs en school thuis. Fanatiek plaatst ze niet alleen onder een bericht van ons de uitleg dat dit twee verschillende begrippen zijn, maar stuurt ze dit ook naar iedereen die reageert of ons bericht liket. De boodschap is wel duidelijk en om heel eerlijk te zijn, het maakt mij niet uit wat voor naam eraan hangt; het is in beide gevallen niks voor mij. Zover zijn we inmiddels wel.