Column Maria Wijnands-Hovingh

Deel 32 – dinsdag 28 april

Het wordt een sloom ochtendje hier in huize Wijnands. Ik begin maar weer eens vroeg achter de computer en de dames zijn me goed gezind, want de eerste komt pas tegen achten uit bed zwalken. Voor zover er nog enig ritme in onze week zat, is dat er nu ook compleet uit. Het is vakantie, de maandag was Koningsdag en dus begint de week vreemd en onwennig. Ik heb een beproefd medicijn voor dit onrustige gevoel en dat is opruimen. Ik probeer me normaal zo min mogelijk te storen aan het gerommel wat bij mijn kinderen hoort. Ze spelen, gooien van alles op de grond, slepen tientallen knuffels van boven naar beneden en trekken overal en nergens sokken, truien en als het even kan ook onderbroeken uit. Is het hier van God los? Niet bepaald, maar ik krijg het niet ingesleten dat speelgoed niet overal op de grond hoort te slingeren en dat als het niet boven de twintig graden is, het niet normaal is om je kleren uit te trekken. Iedereen heeft op zich ook recht op zijn eigenaardigheden, ook als je nog maar vier bent. Dus meestal haal ik mijn schouders op en red wat er te redden valt aan het einde van de dag. Maar heel soms verzand ik een dag lang in opruimen, opruimen en opruimen en het lijkt zo’n dag te worden.

Ik heb geluk: oudste dochterlief heeft toch ook nog wat van haar moeders opruimgenen in haar lijf en helpt me fanatiek. Samen leggen we Duplo bij Duplo, keukenspullen in het keukentje en puzzels in de kast. De nieuwe Barbiecamper en het nieuwe Barbiekasteel die haar zusjes voor hun verjaardag hebben gekregen, mogen na een week beneden pronken ook wel naar hun kamers en na een uurtje fanatiek aanpakken heb ik weer een huis terug. De kleintjes hebben inmiddels besloten te gaan tekenen en doen dat het liefst met alle stiften die in huis zijn uitgestald op de eettafel, dus ik vrees dat ik weer opnieuw kan beginnen.

Het lijkt erop dat dit niet helemaal mijn dag is en ik ben niet de enige. Mijn tweelingmeisjes zijn meestal kop en kont, maar soms hebben ze van die haat-liefdedagen waarop ze niet mét maar ook niet zonder elkaar kunnen. Dat gaat ongeveer zo: zus één speelt op haar kamer met het Barbiekasteel, zus twee op haar eigen kamer met haar Barbiecamper. Het ziet er lief en zoet uit; de stemmetjes die ze bij de poppen spreken zijn zo heerlijk dat ik dit beeld wil vastleggen. Maar terwijl ik mijn telefoon opsnor, breekt uit het niets de hel los. Zus twee wil opeens per se meespelen met zus één en die wil dat per se niet. Een goede oplossing voor dit soort kwesties heb ik nog nooit kunnen aanreiken. Ik probeer zus één te kalmeren, zus twee weer naar haar kamer te krijgen met als resultaat dat de ene de andere slaat en beide het op een huilen zetten. Ze moeten van mij beide in hun eigen kamer blijven spelen, maar ik heb mijn hielen nog niet gelicht of ik hoor opeens gezellig gekeuvel boven en ze spelen ‘gewoon’ samen in één kamer alsof er niks gebeurd is. En dan neem ik me voor de zoveelste keer voor me er ook gewoon niet meer mee te bemoeien.

Omdat het slecht weer is, heeft er niemand zin om zijn pyjama uit te trekken. Ik herken de bui waarin mijn dames zijn. Na weken bij huis te zijn geweest, hebben we best een beetje behoefte aan wat nieuwe impulsen. We hebben alle spelletjes veel gespeeld, vaak geknutseld en heel wat schoolwerk gemaakt. We hebben er gewoon even geen zin meer in. De dames kijken niet één, maar twee films. Eerst een versie van Doornroosje uit 1959! Het blijkt ook nu nog meer dan leuk genoeg. Ik benut het momentje om al videobellend met de redactie te vergaderen. We hebben onze wekelijkse redactievergadering op maandag gemist en dat halen we zo even in. Bizar hoe snel we ons al dit soort dingen eigen hebben gemaakt en hoe prima het lukt om zo op afstand ook alles door te nemen. Op een tekening die hoognodig getoond moet worden in beeld en een klaaglijk ‘ik heb dooooooorst’ na, gedragen mijn dames zich ook voorbeeldig en kan ik in alle rust even overleggen zonder naar kantoor te komen.

De dames willen ook nog heel graag ‘Alice in Wonderland’ kijken en ik benut dit momentje dankbaar om even aan de boekhouding te werken. Ons DisneyPlus abonnement wat we voor deze maand bij huis hebben afgesloten halen wij er in elk geval prima uit. Zo maken mijn dames nog eens op een andere manier kennis met de klassiekers die we inmiddels wel uit boekjes kennen. Je zou denken dat het concept van de sprookjes wel inslijt en ze snappen dat het altijd eindigt met ‘en ze leven nog lang en gelukkig’, maar het blijkt toch anders. Alice in Wonderland is echt te eng en wachten totdat iedereen gelukkig is, willen ze niet. Met de tranen in hun ogen halverwege moet de tv maar uit. Even genoeg sprookjes voor ons.

Tijdens het eten zijn de dames druk aan het tellen in het Engels. Vooruit en achteruit en van three-two-one komen we terecht op two-four-six. Dit nummer is ons bekend, want al drie jaar op rij is dit onze vaste kamer in hetzelfde hotel in Italië. Oudste dochterlief vraagt altijd bij de receptie om de sleutel zodra we terug komen van het strand of een rondje struinen ’s avonds. Het uitspreken van deze getallen in het Engels zoals ze daar ook al jaren doet, maakt haar wat sneu. ‘Ik mis two-four-six’, vertelt ze me en ik kan niet anders dan me hier bij aansluiten. Dit jaar gaan we niet, hopelijk kunnen we volgend jaar wel weer richting Italië reizen. ‘Het is voor een goed doel’, vertel ik mijn meisjes. ‘Het is te belangrijk dat we niet ziek worden’, meld ik ze maar weer. ‘En two-four-six ook niet’, vult ze me aan. ‘En de politie niet, de ambulance niet en ook de Jumbo niet’, sommen de dames nog op. ‘En ikzelf niet, want ik wil niet dood. Gelukkig ben ik een kind en kan dat ook niet.’ Laten we het daar maar op houden.

We zetten de tv aan, zoeken een dansles op en dansen het luie zweet eruit. Weg zijn de sombere gedachtes. Het is even lachen, gek doen en dansen in je ondergoed. Geen verkeerde manier om deze dag af te sluiten.