Composieten

column-cees-cichorei

Vorige week had ik het over een Vertakte leeuwentand die helaas van een stoepje was verwijderd. Het was een prachtige plant die best had mogen blijven staan, ware het niet dat een liefhebber van een schoon stoepje er kennelijk anders over dacht. Ik meldde dat het de eerste keer was dat ik deze soort op een stoepje zag, maar niet veel later kwam de melding dat in de Wilhelminastraat (in Roden) deze composiet daar ook tussen de stoeptegels stond.

Composieten worden zo genoemd omdat hun bloeiwijze in feite uit tal van bloempjes bestaat. Je kunt ook zeggen dat ze samengesteldbloemig zijn. Enkele vertegenwoordigers noemde ik de vorige keer al, waaronder de paardenbloem. Een bloemhoofdje bestaat uit tal van lintbloempjes die elk een zaadje kunnen vormen. De paardenbloem is een zeer algemene plant die zo talrijk kan zijn dat ze percelen geheel geel kunnen kleuren. Eenmaal uitgebloeid kleurt zo’n perceel dan wit van de ’pluisjes’ waaraan de zaden (nootjes genoemd) zitten. Met een beetje wind kan het dan behoorlijk stuiven en worden de zaden meegevoerd naar plekken waar menigeen ze liever niet tot ontwikkeling ziet komen, bijvoorbeeld in tuinen. Het kan een lastig onkruid zijn, want als je de penwortel niet geheel verwijdert loopt hij opnieuw uit. Je kunt natuurlijk ook een plant laten staan, ze zien er best mooi uit en hebben bovendien voor tal van insecten veel te bieden. Het is dan wel zaak om de bloemen na de bloei te verwijderen, want anders kom je er in om.

Wereldwijd komen er pakweg 25.000 vertegenwoordigers van de composietenfamilie voor en daarmee is het de rijkste plantenfamilie. Dus nog meer dan de orchideeënfamilie, die ruim 20.000 soorten kent. In Nederland komen ongeveer 175 composieten voor waarvan er talloze in de loop der jaren hier na verwildering zijn ingeburgerd. Opvallend vaak zijn de planten geelbloeiend. Dat geldt tevens voor de vier soorten melkdistels, maar de overige distels (20 in Nederland) bloeien roze. Vanwege zijn kwalijke reputatie is de Akkerdistel de meest bekende. Daarnaast komen in Nederland enkele geelwit bloeiende composieten voor, waarvan het Madeliefje een goede bekende is. Ook de Echte kamille kent menigeen, vooral omdat deze als thee wordt gedronken en omdat het een grote faam geniet als geneesmiddel. De sterk erop gelijkende Reukeloze kamille komt veel als akkeronkruid voor. Je hebt ook enkele (vuil)wit bloeiende soorten, zoals Duizendblad (op drogere gronden) en de Wilde bertram die meer aan water is gebonden. Van de laatste zag ik afgelopen zaterdag in de tuin van Virry Schaafsma in Roderwolde een fors uitgevallen exemplaar staan en verbaasde me over het grote aantal insecten erop (vooral zweefvliegen); het waren er tientallen. Virry is als consulent verbonden aan Vogelbescherming Nederland en geeft tegen een kleine vergoeding advies hoe je een tuin vogelvriendelijk kunt inrichten. Bij haar zelf blijkt dat een vogelvriendelijke tuin ook een insectenvriendelijke tuin is!

De kleur blauw komt maar zelden voor bij de composieten in Nederland. Het zijn er slechts twee. De Korenbloem is er één van en die is misschien vooral bekend omdat hij tegenwoordig in graanakkers steeds meer schittert door afwezigheid. De andere ziet u op de foto die ik maakte aan de Meeuwenweg bij Steenbergen. Het is de Wilde cichorei, een plant die je vooral langs de wegen in het Lauwersmeer ziet staan. Ze bloeien ’s ochtends, maar als de zon iets feller begint te schijnen sluiten de bloemen zich al halverwege de ochtend. Je hebt enkele variëteiten, waaronder witlof en één die koffiesurrogaat levert. Een sterk erop lijkende soort is Andijvie, die ook wel eens verwildert. Voor floristen is het bij inventarisaties dus zaak goed op de (kleine) verschillen te letten. Wilde cichorei kent ook tal van medicinale toepassingen en is een voorbeeld van een soort die hier is ingevoerd in de Romeinse tijd.