Cornelis Reijntjes diept verleden van zijn opa uit

Oorlog & Vrijheid: een serie in het kader van 75 jaar vrijheid

In het kader van 75 jaar bevrijding komt De Krant met een reeks artikelen over de Tweede Wereldoorlog, de Jodenvervolging en natuurlijk de bevrijding. Van allerlei kanten wordt de oorlog belicht, met telkens een ander verhaal uit de regio. In de aanloop naar 4 en 5 mei zullen deze verhalen wekelijks in De Krant verschijnen. Deze week het verhaal van Cornelis Reijntjes. De in Leutingewolde woonachtige Cornelis was zelf beroepsmilitair, is momenteel militair reservist bij het Korps Nationale Reserve en heeft een bovenmatige belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog. Hij bezoekt al jaren Normandië, maar is ook bezig met de geschiedenis van zijn oudoom Tiemen van Bergen. De doodgeschoten Tiemen was het slachtoffer van een verzetsdaad en werd op zijn twintigste doodgeschoten. Hij wordt samen met Jan Bakker herdacht in Roderesch, waar het tweetal binnenkort een monument zal krijgen.

Cornelis is een bekende in de gemeente. Jarenlang had hij zijn eigen verkeersschool, waardoor velen hem zullen herkennen als de goedaardige instructeur met zijn lage bromstem. Inmiddels is hij werkzaam als mentor in de afvalbranche, voorheen was hij 25 jaar werkzaam als rijinstructeur. ‘Ze zochten rijinstructeurs bij het leger. Ik heb de opleiding daar doorlopen en gaf later les op kleine rupsvoertuigen. Eind jaren ’80 ging ik weg bij defensie en kwam ik in het bedrijf van mijn ouders, die al jarenlang een autorijschool hadden’, vertelt Cornelis.

Over de oorlog kan hij smakelijk vertellen. Hij weet er ook veel van, zo blijkt al gauw. ‘Ik ben altijd in het onderwerp geïnteresseerd geweest’, vertelt Cornelis. ‘Ik weet nog dat mijn moeder nieuwsberichten van de Tweede Wereldoorlog verzamelde. Ze zei altijd dat ze dat voor opa deed, al heeft mijn grootvader nooit veel over de oorlog gesproken. “Hij heeft veel meegemaakt”, zei mijn oma dan, maar wat dat precies was, dat wist ik niet.’

Via zijn oudoom Kees kwam Cornelis meer te weten. ‘We gingen vaak op vakantie naar de Veluwe met de hele familie. Daar vertelde Kees dan over de oorlog en zijn jongere broertje, Tiemen van Bergen. Tiemen werd tijdens de oorlog op het land in Roderesch doodgeschoten. Kees vertelde mij dat hele verhaal. Hij kon er makkelijker over praten dan mijn opa.’ Dat laatste heeft te maken met de angstige momenten die de opa van Cornelis zelf heeft meegemaakt. ‘Mijn opa heette Geert Kramer en was getrouwd met Henderkien, de zus van Tiemen. Mijn opa werd tewerkgesteld in Duitsland, alwaar hij op den duur betrapt werd toen hij brandstof aan een Rus gaf. Toen mijn opa merkte dat dit gezien was door de Duitsers, is hij gevlucht. Eerst klom hij op het dak van een trein, om er vervolgens vlak voor de Nederlandse grens af te springen. Hij is achterin een auto uiteindelijk de grens over gekomen en in de Achterhoek ondergedoken.’

In de Achterhoek was de grootvader van Cornelis onderdeel van de landelijke onderduikersorganisatie. Hij pikte onderduikers en neergeschoten piloten uit het noorden des lands op, om ze vervolgens naar een veilig adres in het oosten te brengen. ‘Over deze tijd wilde hij nooit praten’, benadrukt Cornelis. ‘Pas op zijn sterfbed heeft hij hierover gesproken. Onder andere over zijn contact met de Knokploeg Eibergen. En hij vertelde dat de knokploeg was getraind door een ondergedoken Britse parachutist – luitenant Ernest A. James ‘Jimmy’ die ze voor de Duitsers verborgen hielden.’

Cornelis is nog steeds druk bezig om de volledige oorlogsgeschiedenis van zijn opa te achterhalen. ‘Het nadeel is dat ik pas laat ben begonnen, omdat mijn grootvader nooit wat heeft verteld. We weten dat hij is onderscheiden met de Amerikaanse Medal of Freedom grade 6 en naar alle waarschijnlijkheid ook nog door de Britten en Canadezen. Dat ben ik nog aan het onderzoeken..’ Verder kent Cornelis nog een verhaal over een hachelijk avontuur van zijn opa. ‘Hij verschool zich tijdens een razzia op de hooizolder in Rekken bij de familie Te Raa. Samen met de Brit Jimmy lag hij daar muisstil op de zolder, toen er onder hem Duitsers door de stal liepen. Zij hebben nog naar boven geschoten, maar gelukkig niks geraakt.’

Tijdens de bevrijding trok Geert met de Canadezen op naar het noorden. In Vries nam hij afscheid en ging hij per fiets naar Steenbergen. Later hielp hij in de regio met het aanhouden van NSB’ers samen met het verzet in Roden. Ook van deze rare periode na de oorlog, weet Cornelis veel te vertellen.

Dat er op 4 mei een monument zal worden onthuld voor zijn oudoom Tiemen van Bergen en Jan Bakker, vervult Cornelis van trots. ‘Het verhaal moet doorgegeven worden’, vindt hij. Bovendien verwacht hij dat er nog veel meer verhalen uit de Tweede Wereldoorlog zullen opduiken. ‘Er gaan steeds meer archieven open.’

Bill Evans

Zijn voorliefde voor moderne geschiedenis maakt dat Cornelis al vele reizen naar oude slagvelden maakte. Of het nou de Eerste of de Tweede Wereldoorlog is: Cornelis wil alles zien en weten. Zo ging hij met de Motortourclub Roden naar Normandië. ‘Daar leerde ik Bill Evans kennen, een D-Day veteraan. Hij komt uit Wales en wil absoluut niet als ‘Brit’ te boek staan.’ Cornelis bouwde een bijzondere band met Bill op. Zo heeft hij hem ooit rondgereden in Normandië en bezocht hij herdenkingen met de D-Day veteraan. ‘Dankzij de vele gesprekken en wandelingen met Bill weet ik nu welke route hij ongeveer liep toen hij aankwam tijdens D-Day.’

Tien jaar lang reed Cornelis de veteraan overal naar toe. ‘Het laatste jaar was zijn lichamelijke conditie zo slecht, dat hij niet meer kon komen. Op 23 augustus 2014 overleed Bill, op de respectabele leeftijd van 93 jaar.’ Cornelis zou later nog kistdrager zijn tijdens de ceremonie.

Om het verhaal van Bill, maar ook de verhalen van de vele andere veteranen, in leven te houden, organiseerde Cornelis samen met andere (oud) militairen en reservisten in 2018 een ‘Battlefield Tour Normandië’. ‘Met zo’n veertig man zijn we die kant opgegaan, met steun van defensie en dienst vervoer en ondersteuning van justitie. Zij vinden het immers ook belangrijk om het verhaal door te vertellen.’ Inmiddels is er zelfs een Stichting Battlefield Tour 2018 opgericht. ‘We willen mensen meenemen naar de plekken waar gevochten is en waar we herdenken. Dat we een eerbetoon kunnen brengen aan de moedige mannen en vrouwen die het mogelijk hebben gemaakt dat wij in een vrije wereld mogen leven.. Het zou mooi zijn als we daar ter zijnde tijd ook scholieren mee naar toe kunnen nemen of op scholen hierover kunnen vertellen. Er liggen zoveel verhalen, die moeten verteld worden.’

‘Aandacht blijven geven’

‘Het groen zal mij altijd blijven trekken’, concludeert Cornelis na ongeveer anderhalf uur praten. ‘met de stichting Battlefield Tour 2018 gedenkwaardige reizen blijven organiseren. De offers die velen in deze strijd hebben geleverd, blijven we in dankbare herinnering gedenken en samen met de stichting Battlefield Tour 2018 zie ik het als onze verantwoordelijkheid en als een ereschuld tegenover de gevallenen. Om deze reden zal ik ook aanwezig zijn bij de onthulling van het monument in Rodersch. Ik vind het belangrijk om deze donkere periode aandacht te blijven geven. Want vrijheid is niet vanzelfsprekend!’

Meer weten over de Stichting Battlefield Tour 2018 of donateur worden? Stuur dan een mail naar Batllefieldtour2018@outlook.com.