Dag Koekoek

    Bij uitgeverij ’Atlas Contact’ verscheen tot nog toe een alleraardigste serie vogelportretten. Biografieën zou je kunnen zeggen. Inmiddels zijn er al een tiental verschenen, o.a. over de Gierzwaluw, Huismus, Rotgans en Kauw. Leekster Albert Beintema schreef vanuit zijn wetenschappelijke achtergrond gedegen over de Grutto. Een aflevering die me beter kon bekoren dan die van Koos Dijksterhuis over de Spreeuw.

     

    In dat deel van deze serie miste ik de wetenschappelijke achtergrond. Het is wel een enorm verschil dat je misschien je leven lang met een bepaald onderwerp bezig bent en erover schrijft, of dat je erover schrijft omdat het je persoonlijke favoriet is. Ondanks gedegen research mist deze aflevering de eigenheid en brille die de meeste andere in deze reeks kenschetsen. Dat is zeker het geval bij ’De koekoek’ (Vals spel van de natuur) door Nick Davies. Maar ja, deze man verricht al zijn hele leven lang onderzoek naar deze vogel en heeft bovendien een prettige schrijfstijl. In een aanbeveling schreef Sir David Attenborough terecht: ”Leest als thriller en is tevens een fascinerende studie over een uitzonderlijke vogel”. Dat ik deze week op de Koekoek uitkom is min of meer toevallig. Het één viel samen met het ander. Afgelopen zondag liep ik in alle vroegte mijn vogelrondje in de Zuidermaden, hoorde een Koekoek en zag tegelijkertijd de Dagkoekoeksbloem, de plant die u op de foto ziet afgebeeld. En zo kun je dus op een bepaald onderwerp uitkomen.

     

    Met de Dagkoekoeksbloem gaat het een stuk beter dan met de Koekoek. De Koekoek is één van de pakweg 2100 sterk bedreigde en zelfs met uitsterven bedreigde vogelsoorten. Dat is ruim 20% van de ca. 10.000 soorten die de wereld (nu nog) rijk is (gegevens: BirdLife International). In dit jaargetij hoor je op meerdere plekken rondom Roden (en elders) koekoeken, maar dat het er veel zijn kun je niet zeggen. In een gebied als De Onlanden huizen heel wat vogels die er door geparasiteerd zouden kunnen worden, De Kleine karekiet is één van de populaire gastouders en een andere (van de vele) is de Graspieper. Het is niet zo dat een Koekoek in zowel het nest van de Kleine karekiet als in die van de Graspieper een ei kan leggen. De Koekoek is namelijk zo geëvolueerd dat hij zich tot één vogelsoort heeft gespecialiseerd. Het ei van de Koekoek lijkt qua kleur en grootte op dat van de te parasiteren soort. Als je de zaak namelijk wilt bedonderen moet je het wel goed doen. En dan nog valt het bedrog maar al te vaak op. Dit is een zwak punt van de Koekoek, want als het slecht gaat met een bepaalde vogelsoort kan het maar zo gebeuren dat zij ’haar ei niet kwijt kan’. Alternatieven zijn er niet, want bedrog valt direct op. Wanneer een ei in een nest van een andere dan de geëigende gastouder wordt gelegd, wordt deze eruit gekieperd of verlaten.

     

    Het valt niet te zeggen of er al bepaalde, gespecialiseerde koekoeken zijn uitgestorven, maar als je puur naar het aantal kijkt weet je dat het niet goed met de soort gaat. Om een vergelijking met de algemene Dagkoekoeksbloem te maken kun je stellen dat het voor sommige van de specialisten nog wel redelijk goed gaat. Maar je hebt ook een minder algemene Avondkoekoeksbloem en gerelateerd daaraan gaat het met een aantal specialisten minder goed. En er is ook een zeldzame koekoeksbloem die Nachtsilene heet en koekoeken kunnen vanwege de zeldzaamheid daar maar beter niet mee worden geassocieerd. Tenslotte wil ik u een passage uit het boek van Davies niet onthouden. Het is bekend dat uit naam van (een bepaald) geloof de meest afschuwelijke zaken plaatsvinden en -vonden. Dit speelde in 1555 toen een wetenschapper, Nicholas Ridley (toen lector van de universiteit waar Davies nu werkt), wiens opvattingen niet strookten met de te belijden leer, op de brandstapel belandde. Hij stierf een afschuwelijke dood doordat het vuur niet wilde trekken, waardoor hij maar langzaam verbrandde. Tijdens zijn veertig minuten durende beproeving riep een medemartelaar, bisschop Latimer, hem toe: ”Houd moed, Master Ridley, en wees flink; vandaag ontsteken we bij de gratie Gods een grote kaars, die naar ik denk nooit meer zal worden gedoofd”. Waar mensen al geen geloof uit putten blijft voor mij een raadsel.