‘Dat je aan de kennis van de natuurkunde aan het rammelen bent is een enorme uitdaging’

Wetenschapper Rob de Meijer over zijn leven als wetenschapper én het ontstaan van de maan


PEIZE – Net op de grens van Peize en Roden ligt een historische boerderij verscholen. Alleen via Lieveren per auto bereikbaar. Rijd je over Roden via de Groningerstraat dan zit er niets anders op dan je auto voor het bruggetje aan de kant te zetten en een te stukkie lopen. Zeker geen straf zo dwars door de landerijen. Uiteindelijk kom je uit bij het stulpje van kernfysicus Rob de Meijer en huisarts Yteke Jong. Hoewel De Meijer (78) allang zijn pensioenleeftijd heeft bereikt, is de wetenschapper nog volop bezig met onderzoeken naar atoomenergie. Momenteel onderzoekt hij met een proefopstelling in een kernreactor in Kaapstad of je van buitenaf binnen in een kernreactor kunt kijken. Daarmee hoopt hij te kunnen achterhalen of er materialen aanwezig zijn waarmee kernbommen gemaakt worden. Al eerder deed hij een belangrijke ontdekking over het ontstaan van de maan dat werd gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. De Krant zocht de internationaal bekende wetenschapper op.

Rob de Meijer zit aan de lange eettafel in de woonkeuken van de boerderij die stamt uit 1873. Voor zijn neus een laptop en een vuistdikke multomap met onderzoeksgegevens. Metingen uit de proefopstelling in de kernreactor in Kaapstad. Om verbanden te kunnen leggen moeten al die cijfertjes ingeklopt in een speciaal programma. Ruim tien jaar is hij nu bezig met het project in Afrika. “In het Non-proliferatieverdrag (NPV) staat dat het bezit van kernwapens beperkt moet blijven en alleen dat kernenergie alleen voor vreedzame toepassingen gebruikt mag worden”, begint De Meijer zijn verhaal. “De landen die daarbij aangesloten zijn hebben beloofd geen kernbommen te maken. Ook Noord-Korea en Irak hebben hun handtekening eronder gezet. Maar van die landen is men niet overtuigd dat zij zich aan de gemaakte afspraken houden.  Een inspectieteam van het Atoombureau in Wenen controleert dat, maar heeft handvatten nodig. Je komt niet zo gemakkelijk een kernreactor binnen. Daarom zou het handig zijn dat je van buitenaf binnen in de reactor kunt kijken en de eventuele aanwezigheid van plutonium kunt vaststellen. Alle kernreactoren mogen een bepaalde hoeveelheid plutonium hebben, maar er zit wel een maximum aan.”

Detectiemethode plutonium

De Meijer is met zijn onderzoeksteam verbonden aan de universiteit in Kaapstad. “Dankzij de goede contacten kwamen we daar gemakkelijk binnen. We hebben onder de reactor een proefopstelling geplaatst. De detector die daar inzit kan door een 8-meter dikke wand kijken. Dat is echt uniek. De detector (een kristal ter grootte van een groenteblik, dat straling in licht omzet) is verbonden met een computer die de data opslaat. We proberen aan de hand van veranderingen in meetwaarden te bekijken of daar iets illegaals gebeurt. Mocht dat lukken zou je de detector ook aan een drone kunnen bevestigen. Ons doel is om de inspecteurs handvatten te geven zodat ze hun werk beter kunnen uitvoeren. Om dat te bereiken moet je eerst een detectiemethode ontwikkelen. Dat zijn we aan het doen. Of we tegen een doorbraak aanzitten? Dat weten we nog niet. In ieder geval heeft de detector een verschil gemeten tussen de meetwaarden als de reactor aan of uit is. En dat je door een 8-meter dikke betonnen wand überhaupt iets zou meten verwacht je niet. Met de huidige kennis van de natuurkunde kan dat helemaal niet. Toch gebeurt het. Dat betekent dat we op een bepaalde diepte van de natuurkunde zitten die we nog niet kennen. Dat je aan die kennis aan het rammelen bent, is een enorme uitdaging.”

Maan

Het onderzoek naar radioactiviteit is niet het enige dat De Meijer onderzocht heeft. Al eerder deed hij onderzoek naar het ontstaan van de maan. Volgens de NASA is de maan ontstaan door een botsing met een groot hemellichaam. Een hypothese die haaks staat op die van Rob de Meijer die denkt dat de maan is ontstaan door een kernexplosie halverwege het midden van de aarde. Die explosie moet hebben plaats gevonden in het eerste half miljard jaar dat de aarde bestaat, volgens De Meijer. “De substantie van de maan en de aarde lijkt als twee druppels water op elkaar. Dat blijkt uit de analyse van maanstenen die door de Apollomissies naar de aarde meegenomen zijn. Het kan gewoon niet anders dat de maan als een soort champagnekurk uit de aarde gelanceerd is. Als de theorie van de NASA zou kloppen, zou de maan uit materie van de botser moeten bestaan. Maar goed, de gevonden maanstenen komen van slechts één kant van de maan. De komende 5 jaar proberen Chinezen en Japanners ook de achterkant van de maan te bereiken om materiaal mee te nemen. Dat wordt vergeleken met de aardkorst. Op de aarde zijn de continenten voortdurend in beweging. Als je iets wilt weten over de toestand van de aarde, moet je naar de maan. Daar is niets verstoord. De maan is het dichtstbijzijnde object dat we hebben. Het is goed mogelijk dat daar materialen aanwezig zijn die we op de aarde kunnen gebruiken. De komende vijf jaren worden heel interessant.”

Achtenzeventig of niet, stilzitten is niet aan De Meijer besteed. Meten is weten en meten is onderdeel van zijn leven. Op de middelbare school al was –ie gefascineerd door het model van Wegener, een hypothese over hoe verschillende continenten zich verplaatsen. Een omstreden hypothese destijds. “Ik dacht: ik ga geologie studeren. Maar toen er een geoloog ergens in de bushbush om zeep geholpen werd door Papoea’s zetten mijn ouders een streep door die plannen. Toen ben ik natuurkunde gaan studeren.” Rob de Meijer ontdekte op 2 mei 1986 als eerste wetenschapper dat de radioactiviteit van de ontplofte kerncentrale in Tsjernobyl Nederland had bereikt. In Groningen mat hij de eerste hogere radioactieve waarde in de lucht.

En meten doet hij nog steeds. De bodembeweging onder zijn eigen woning bijvoorbeeld. Ingegeven door de enorme scheuren die in de muren van zijn boerderij ontstonden. “Een regelrecht gevolg van de gasopslag in Langelo en gaswinning uit het Groningerveld? We zitten hier vijf kilometer vanaf Langelo en aan de rand van het Groningerveld. Gedurende twee jaar heb ik de bodembewegingen geregistreerd. Op basis van die bevindingen heb ik een adviesrapport aan de gemeente geschreven. Wil je echt tot een representatief onderzoek komen, zijn er meerdere meetpunten nodig. Op tien tot vijftien verschillende punten moet je metingen verrichten. Wat de gemeente ervan vindt? Die wil eerst afwachten. Ze vinden dat het ministerie van Economische Zaken het moet betalen. Maar ondertussen worden de scheuren steeds groter. We hebben wel een vergoeding gekregen om ze te laten repareren, maar dat lost het probleem niet op.”

Een boeiend gesprek met een boeiende wetenschapper. Ingewikkeld ook, althans voor een journalist van wie cijfertjes nou niet per se haar allersterkste kant is. Gelukkig zijn er mensen als De Meijer. Die over zo’n drive beschikken op bestaande (soms eeuwenoude) hypotheses of onderzoeken tegen het licht te houden, puur gebaseerd op metingen. Durven te tornen aan de huidige kennis van de natuurkunde. En daarmee nieuwe inzichten weten bloot te leggen. Belangrijk in een wereld waarin het geregeld draait om de macht van de sterkste.